Filmregisseur Eytan Fox ontleedt het Israëlische machismo

Tranen zijn nodig

Regisseur Eytan Fox is in en buiten Israël de lieveling van het onafhankelijke filmcircuit. In zijn nieuwste film Walk on Water wordt het Israëlische machismo ontleed.

Eytan Fox’ internationale doorbraak kwam in 2002 met Yossi and Jagger, over een fatale liefde tussen twee Israëlische soldaten aan het front. Geen Hollywood-melodrama vol stereotypen en hoogoplopende emoties; Fox brengt menselijke verhoudingen meestal ingetogen in kaart, aan de hand van een simpele dialoog, een lach of een gebaar. Zijn personages zijn doorgaans kwetsbare personen, die uit zijn op liefde, erkenning en geborgenheid. Time Off, zijn eerste film, was een controversieel drama over seksuele identiteit in het Israëlische leger. De film werd op de publieke zender uitgezonden en bracht menig debat op gang. Tussen 1997 en 2000 regisseerde Fox de succesvolle dramaserie Florentine, die het leven volgde van een groep twintigers in Tel Aviv vlak voor en na de moord op Rabin. Wekelijks werden heilige huisjes ingetrapt. Menigeen herkende zich in de personages – homo, hetero, Arabisch, joods – en hun problemen in een land dat wordt verscheurd door angst en terrorisme.

De politiemannen die tijdens het proces van Mohammed B. in tranen uitbarstten, zorgden voor de nodige commotie in de Nederlandse media. Gezagdragers zouden hun emoties niet de vrije loop mogen laten, en hun gedrag werd bekritiseerd met woorden als «emotioneel», «zwak» en «vrouwelijk». Interessante gelijkschakeling van woorden: niet alleen worden mannen die hun emoties tonen als zwak betiteld, bovendien wordt dit gedrag als oneigen, dus onmannelijk bestempeld. Zelfs wanneer een woordvoerder van de politie zijn mannen verdedigt met «het is goed om emotie te tonen, er is niets mis met dat vrouwelijke aspect» blijft deze visie intact.

Eytan Fox’ nieuwste film Walk on Water rekent met deze veronderstelling af. De categorie «mannelijkheid» wordt gedeconstrueerd en Fox zou Fox niet zijn wanneer hij dit project niet in een groter politiek perspectief plaatste. Wanneer hoofdpersoon Eyal (Lior Ashkenazi), topagent van de Israëlische geheime dienst, terugkeert van een liquidatieopdracht treft hij het levenloze lichaam van zijn vrouw aan. Het is onmogelijk voor hem hierover te rouwen. Naar eigen zeggen heeft hij een oogziekte, waardoor hij fysiek niet in staat is te huilen. Onverschrokken stort hij zich op zijn werk. Eytan Fox vertelt: «In het begin van de film portretteer ik Eyal als een stereotiepe macho in al zijn onbeschaamde glorie. Vervolgens ga ik dit beeld breken: is dit werkelijk de wise guy, die te mannelijk is om te huilen?» Voor zijn nieuwe opdracht – het lokaliseren van Alfred Him melman, een bejaard nazikopstuk – moet Eyal vriendschap sluiten met Pia (Carolina Peters) en Axel (Knut Berger), de twee Duitse klein kinderen van de oorlogsmisdadiger. Door Axel als reisgids te begeleiden op een reis naar Pia, die in een kibboets woont, probeert Eyal achter de verblijfplaats van Himmelman te komen. Na de onvermijdelijke botsingen begint de rechtse macho hoe langer hoe meer zijn vijandbeeld van deze vrijdenkende Duitsers bij te stellen. Maar pas wanneer Eyal in Duitsland oog in oog met de hoogbejaarde nazi staat, begint hij zich te realiseren waar hij mee bezig is.

Eyal belichaamt volgens Fox het prototype van de Israëlische heteroseksuele man: hard, sterk en ogenschijnlijk gevoelloos. Fox: «Dit soort beelden komt niet uit de lucht vallen. Dit is het beeld dat mij als kind werd voorgehouden en waarvan men verwachtte dat ik het zou worden: een vechter, een overlever. Als je uit een goede familie kwam, werd je geacht op je achttiende een succesvol soldaat te worden om vrouw en vaderland te verdedigen. Het karakter van mannelijkheid in Israël is enorm defensief. En dat is eigenlijk niet meer dan logisch.»

Waarom?

Eytan Fox: «Omdat eeuwenlange joden vervolging en constante oorlogsdreiging – vanaf de oprichting van de staat Israël tot vandaag de dag – hun weerslag hebben gehad op het concept mannelijkheid in Israël. Wilde je vroeger als jood overleven, dan moest je behoorlijk op je qui-vive zijn, want de hele wereld was tegen je. Nu is deze mentaliteit in Israël uitgegroeid tot regelrechte paranoia en angst. Maar verwacht geen slachtofferrol. De algeheel geldende mentaliteit is: wat toen is gebeurd, zullen we nooit meer laten gebeuren. Van het begin af aan heeft het zionisme zich met alle middelen afgezet tegen het stereotiepe beeld van de angstige, in een hoek gedrukte jood. De joodse man die naar Palestina trok werd in vroeg-zionistische campagnes voor gesteld als Muskel jude: een moedige, hypermasculiene land arbeider die een land op bouwde en beschermde. Als reactie op de holocaust is de angst van de getto-joden vervangen door agressieve assertiviteit en het verdriet door woede en wraakzucht. Er is geen ruimte voor emoties en rouw.

Zoals zo veel Israëliërs leeft Eyal voort durend in ontkenning. Zijn agressie en vijandbeelden zijn zo geïnternaliseerd dat hij niet doorheeft waar ze vandaan komen. Hij weet niet dat de geschiedenis hem zodanig heeft beschadigd dat hij emotioneel niet kan functio neren. Als kind van holocaustslachtoffers kan Eyal in het heden niet rouwen, omdat hij dat verleden niet heeft verwerkt, want zoals in zoveel gezinnen werd er over de holocaust niet gesproken. Aanvankelijk ziet Eyal het doden van een nazi als een nogal suffe klus, iets uit het verleden, dat er niet meer toe doet. Maar het is juist de confrontatie met zijn verleden die zijn ogen voor het heden opent. Pas wanneer hij inziet waar het verleden toe heeft geleid kan hij er afscheid van nemen, erom rouwen en het een plek geven. Daarna kan hij zijn gedrag in het heden veranderen. Dit zijn zaken die mij aan het hart liggen, omdat ik Israëliër ben en om mijn mensen geef. Er is zo veel mis gegaan, zo veel moet anders. Maar eerst moet het verdriet erkend worden, tranen zijn nodig.»

In hoeverre zijn de paranoia en de angst terecht?

Eytan Fox: «Als je in Amsterdam een pakje op straat ziet liggen, is het de normaalste zaak van de wereld om te kijken wat het is. In Israël zal men je voor gek verklaren: de kans is groot dat er een bom in zit. Dat is geen paranoia, maar realiteitszin en, helaas nog steeds, een manier om te over leven. Maar er is een verschil tussen de positie van joden voor 1948 en van die in het huidige Israël. Alle actuele ellende ten spijt hebben we het nergens in de geschiedenis zo goed gehad. Pogroms en genocide zijn voorbij, we zijn relatief veilig. Toch blijven die angst en achterdocht doorsijpelen, generatie op generatie. Met zo’n mentaliteit overleef je een concentratiekamp, maar het is geen gezonde manier om in het leven te staan. Overleven is niet hetzelfde als leven.»

Eytan Fox werd in New York geboren uit Russisch-Poolse ouders die gevlucht waren voor de holocaust. Fox was nog maar een kleuter toen het gezin weer emigreerde, ditmaal naar Israël. Met een glimlach: «Het is het klassieke nomadenverhaal, je voelt je nergens écht thuis. Je blijft altijd de ander. In Oost-Europa waren mijn ouders als joden outsiders, maar in de Verenigde Staten vielen zij als Europeanen buiten de boot. Dan zaten ze op een flatje in de nieuwe wereld en moesten ze opeens Amerikaans worden, ze hadden geen idee wat dat inhield. En dan kom je uiteindelijk in het Midden-Oosten terecht. Als nomade maak je zo veel verschillende culturen mee, zie je zo veel verschillende perspectieven. Dat zorgt voor afstand en een zekere mate van vervreemding. Maar ik zie dit als een enorm voorrecht: door deze afstand is veel voor mij niet vanzelfsprekend. Je bent kritischer.»

Seksueel gezien bent u ook een outsider.

Eytan Fox: «Ik denk dat ik zoals de meeste homoseksuelen een ambivalente relatie met het dominante beeld van mannelijkheid heb. Al vroeg in mijn leven heb ik dit normatieve plaatje ervaren als iets waar ik niet in pas. En omdat je anders bent, niet deel uitmaakt van het systeem, ben je beter in staat vanzelf sprekendheden te bekritiseren. En om alternatieve beelden te maken. Beide doe ik in mijn films. Dit is mijn roeping, de manier om te overleven als de persoon die ik ben.»

Gelooft u dat ideeën over mannelijkheid kunnen veranderen?

Lachend: «En of ik denk daar een bijdrage aan te kunnen leveren? Dat kunst de wereld radicaal kan verbeteren denk ik niet, maar het kan wel voor verandering zorgen. Door film,

televisie en kunst is er de afgelopen tien jaar enorm veel in Israël veranderd: meer openheid, nieuwe homo-rolmodellen – waaronder ikzelf en mijn partner, de auteur Gal Uchovsky. De homoseksualiteit in Florentine en Yossi and Jagger heeft in bescheiden mate bijgedragen tot dit veranderde klimaat. Daar ben ik best trots op. Heteromannen hebben steeds meer homoseksuele vrienden en voelen zich daarbij op hun gemak. Zoiets was vroeger ondenkbaar. Het accepteren van homoseksuelen hangt ook samen met een veranderende identiteit van hetero’s. Steeds meer heteroseksuele mannen in Israël durven zich meer open te stellen. Deze verandering in conventionele mannelijkheid zie je ook in de politiek. Rabin belichaamde de mentaliteit van de oude generatie, maar wist dit te veranderen. Dat zijn de echte helden, die hun wapens op een gegeven moment durven neerleggen en een nieuwe wereld voor zichzelf willen creëren door middel van dialoog en begrip. En die hun zwakheden en emoties durven laten zien. Langzaam maar zeker wordt angst overwonnen. Dat noem ik vooruitgang.»