Essay: nieuw rechts in Nederland begrijpt niets van Bush

Transatlantisch misverstand

De Nederlandse neoconservatieven beschouwen de Republikeinen
in de Verenigde Staten als ideologische inspiratiebron. Ze hebben helaas geen flauw idee. Hun geestverwanten denken niet in termen van anti-immigratie of «islamisering».

Sociale zekerheid! De christelijke vleugel van de Republikeinse partij in de Verenigde Staten voelt zich bedonderd. In een brief aan Karl Rove, afgelopen week uitgelekt, benadrukken de religieuze leiders van de Republikeinse partij nog eens – niet ten onrechte – dat hun achterban het verschil heeft gemaakt in de afgelopen landelijke verkiezingen. Ze zijn woedend sinds president George W. Bush in een interview met The Washington Post verklaarde dat de privatisering van de sociale zekerheid zijn hoogste prioriteit heeft en dat er in de nabije toekomst geen nieuwe poging wordt ondernomen een grondwetswijziging door het Congres te loodsen die het homohuwelijk in het hele land onmogelijk maakt.

De leiders hebben zich verenigd in de Arlington-groep. Ze schrijven: «Wij konden niet anders dan een groot contrast zien in de manier waarop de president het moeizame onderwerp van de sociale zekerheid benadert, waarover het Amerikaanse publiek diep is verdeeld, en de huwelijkskwestie, waarin de publieke opinie in grote meerderheid aan zijn kant staat. Als hij niet dezelfde energie wil stoppen in het behoud van het traditionele huwelijk als in de privatisering van de sociale zekerheid, zal dat grote verontwaardiging oproepen bij een ontelbaar aantal stemmers, mensen die hem een paar weken geleden nog door dik en dun steunden, inclusief een nooit eerder vertoond aantal zwarten, Hispanics en katholieken die met de traditie braken Democratisch te stemmen louter en alleen om deze ene kwestie.»

In de vertrouwelijke brief dreigen de invloedrijke religieuze leiders geen steun te verlenen aan voorstellen ter privatisering van de sociale zekerheid als Bush de grondwetswijziging niet alsnog in stemming brengt. Ook eisen zij een speciale zaakgelastigde die het verzet tegen het homohuwelijk moet coördineren.

President Bush voedde de argwaan onder deze tak van Republikeinen nog verder door woorden die hij richtte tot anti-abortusdemonstranten. Ook dit jaar waren die, ondanks de ijzige wind, met duizenden tegelijk naar het centrum van Washington DC gekomen om daar de «grote misdaad» te herdenken die het hooggerechtshof beging in 1973, toen in de rechtszaak Roe versus Wade abortus werd gelegaliseerd. Bush zei via een telefoonlijn: «Het Amerika van onze dromen, waarin ieder kind door de wet welkom wordt geheten en beschermd, zou nog wel eens ver weg kunnen liggen.» En: «Put hoop uit de vooruitgang die we geboekt hebben, want een werkelijke cultuur van leven kan zich niet alleen baseren op de verandering van wetten.» Bush moedigde de demonstranten daarom aan «vooral de harten van de mensen te veranderen». Zijn eigen rol was het om «moreel leiderschap te tonen», zo verklaarde hij, niet «het propageren van specifieke anti-abortusinitiatieven».

De argwaan van de Arlington-groep is begrijpelijk. De Republikeinse partij bestaat uit een merkwaardig en bij wijle ongemakkelijk verbond tussen een streng gelovige, door de bank genomen laag opgeleide plattelandsbevolking en de hoogopgeleide protagonisten van een hedonistisch en individualistisch wereldbeeld voor wie de collectieve belastingdruk de voornaamste sociaal-economische zorg is, en die in immateriële kwesties handelen naar het motto «leven en laten leven». De laatste groep beheert de partijkas en bezet nog altijd de belangrijkste posities. Ze hebben een fundamenteel andere kijk op de samenleving dan het religieus-rechtse voetvolk. De invloedrijke Republikein Tucker Carlson, schrijver en televisiecommentator, zegt het zo: «De mensen die de Republikeinse partij leiden zijn een elite als iedere andere elite, en zij delen niet dezelfde culturele zorgen als de lieden in het hart van het land. Ze zijn allemaal voor het recht op abortus, ze zijn allemaal voor gelijke rechten voor homo’s, ze zijn allemaal drie keer getrouwd, als je begrijpt wat ik bedoel, en ja, ook zij brengen allemaal hun zomer door in Hamptons. Ze hebben niets gemeen, dat is waar, met de evangelisten die de grote massa van hun partij vormen.» Hamptons is een luxe badplaats die vaak opduikt in de door Republikeinen gecreëerde mythe dat links voornamelijk bestaat uit een elite die geen notie heeft van de cultuur en waarden van «de echte Amerikanen».

De Republikeinse partij bestaat ook uit een verbond tussen oude en nieuwe Republikeinen. Vader Bush staat symbool voor de oude garde. Anders dan Reagan liet hij gedurende zijn presidentschap openlijk zien dat hij, net als zijn maat James Baker III, een typische representant was van de seculiere, goedverdienende vleugel van de partij. Hij sprak zelfs niet de taal van christelijk rechts. Het kostte hem de verkiezingen van 1992 tegen Bill Clinton.

Zijn zoon heeft er vanaf dat jaar alles aan gedaan om die taal juist tot in de perfectie te beheersen, met een liefde voor de plattelandscultuur en een laat bekeringsverhaal als kersen op de taart. Zijn campagneleider Karl Rove liet voor de verkiezingen een videoband maken die de gelovigheid van Bush jr. onderstreepte. Met de titel God in the White House werd die verspreid onder duizenden kerkgemeenschappen. En met succes. Bush kreeg tachtig procent van de stemmen van belijdende blanke protestanten. De ironie van dit succes is dat de Republikeins gezinde top van bedrijven als Time Warner, Marriot International en News Corp winst maakt door aan de christelijke consumenten in het hart van Amerika materiaal te verkopen dat door de stemmers wordt verafschuwd. En door nieuwszenders en radiostations te beheren die programma’s uitzenden waar de christenen van gruwen. Het mediaconcern van Rupert Murdoch is daarin het meest openlijk. Terwijl Fox-nieuws, de actualiteitenzender van Murdoch, de Democraten het hardst verkettert om hun decadentie en algehele «vulgarisering van de cultuur» vergaren de andere Fox- zenders de meeste boetes (en hoogste kijkcijfers) met het uitzenden van obsceniteiten. Uit hun winsten spekken deze mediaconcerns de kas van de Republikeinse partij, die het geld op haar beurt gebruikt om de laaggeschoolde stemmers in Nebraska, Kansas, Utah of Kentucky ervan te overtuigen dat de andere politieke partij verantwoordelijk is voor de teloorgang van de beschaving.

De politieke tegenstander bevestigt dit beeld nog eens door voort durend te hameren op de vrijheid van meningsuiting. Zo verzuchtte een jonge moeder uit Minnesota in oktober: «Ik ben te beschaafd om Democratisch te stemmen.»

Maar het gelegenheidsverbond vertoont barsten, juist nu de alleenheerschappij binnen bereik lijkt. Het nieuwe voetvolk van de Republikeinse partij vertrouwt een deel van zijn politieke leiders niet meer, die opgesloten achter de hekken van hun grote mansions vooral dromen van een wereld waarin de vrije markt regeert en niet de dominee of de abortus demonstrant. De leiders van christelijk rechts zien dat in en dat verklaart hun woede over het feit dat de sociale zekerheid inzet is geworden van Bush’ nieuwe ambtstermijn. Sociale zekerheid interesseert de christelijke achterban geen barst. Sterker, die achterban bestaat voornamelijk uit mensen die gedupeerd worden door de beleidsplannen. Hun gaat het om het homohuwelijk, abortus, strengere gokwetgeving en hardere straffen tegen omroepen die veel bloot vertonen en scheldwoorden tolereren.

Waarom is deze tweedeling in de Republikeinse partij relevant voor de Nederlandse politiek? Alle Nederlandse partijen – uitgezonderd misschien de SGP en de LPF – voelen zich immers verwant met Amerika’s Democratische partij, zoals tientallen Amerika-deskundigen in de dagen voor de presidentsverkiezingen niet moe werden het Nederlandse publiek te vertellen. De goeroe van Balkenende bijvoorbeeld, de socioloog Amitai Etzioni, stemt vol overtuiging Democratisch en meent zelfs dat de Republikeinen het politieke debat in Amerika hebben «vergiftigd». De VVD op haar beurt zou nooit kunnen leven met de vrijheidsbeperkende maatregelen die de Republikeinse partij voorstaat in immateriële kwesties. Als het gaat om de collectieve lastendruk staat de VVD ook aan de zijde van de Democraten, die zich hebben vastgelegd op een norm van dertig procent van het bruto binnenlands product.

De directeur van de conservatieve Burke-stichting, Bart-Jan Spruyt, spreekt daarom van Nederland als een «éénpartijsysteem» waarin de «Democratische Partij Nederland» de dienst uitmaakt: «Dat het woord ‹democratie› erin voorkomt betekent niets. In veel communistische landen hadden de heersende partijen dat woord ook in hun naam», aldus Spruyt. Wat er ontbreekt aan Nederland, beweert hij, is een equivalent van de Amerikaanse Republikeinse partij. Met zijn recent gepubliceerde rapport Tegen de grote uitverkoop: Contouren en richting van een nieuwe liberaal-conservatieve beweging probeert hij een «ideologische onder bouwing» te geven aan de «nieuwe beweging» die «de ruimte op rechts» moet gaan bezetten. Hij schrijft: «De nieuwe beweging zal vergelijkbaar zijn met de Republikeinse partij in de Verenigde Staten.» Pim Fortuyn had leider van zo’n republikeinse partij in Nederland kunnen zijn, aldus Spruyt, maar Fortuyn is dood en zijn naar erkenning hunkerende korporaal Herben maakte er een potje van.

Maar gelukkig gloort er opnieuw hoop: Geert Wilders, de man die in het afgelopen jaar door de organisatie van Spruyt werd uitgeroepen tot Conservatief van het Jaar, net als Fortuyn eerder. Anders dan Fortuyn ziet Wilders wel wat in samenwerking met Bart-Jan Spruyt. Dus is er een potentiële achterban en dienen de ideeën van Spruyt serieus te worden genomen.

Een republikeinse partij naar Amerikaans voorbeeld op de zompige bodem van Nederland: het is een interessante gedachte. Maar helaas kan Spruyt die belofte zelfs op papier niet waarmaken. Uit de achttien pagi na’s tellende notitie blijkt dat hij geen flauw benul heeft van de aard en ideologie van Amerika’s Republikeinse partij, en kennelijk hebben zijn Republikeinse sympathisanten in Amerika daar niets aan kunnen doen. Wel konden die Schuyts nieuwe protégé Geert Wilders op een rondreisje door de VS het een en ander uitleggen. Want het was inderdaad een indrukwekkende lijst mensen die Wilders daar ontmoette. «Een Nederlandse minister-president op bezoek in de VS zou er jaloers op zijn», merkte de correspondent van NRC Handelsblad op.

Wilders sprak onder anderen met de machtige Grover Norquist. Officieel is Norquist directeur van de stichting Americans for Tax-reform, een lobbyclub die ijvert voor belastingverlaging. Officieus bemoeit hij zich dagelijks met de strategie van de partij. Hij is een typische vertegenwoordiger van de anti-overheidsvleugel, een geharnast propagandist van het vrije verkeer van kapitaal en personen, en dus een groot voorstander van de soepeler immigratiewetgeving die ook president Bush voorstaat. Het moet daarom een vreemd gesprek zijn geweest met Wilders, wiens voornaamste agendapunt, zo zei hij ook zelf in Washington DC, een radicale anti-immigratiepolitiek is. Uiteindelijk wist Norquist hem toch te helpen, zo vertelde Wilders naderhand aan NRC Handelsblad. Norquist bedacht: «Immigratie betekent een groter beroep op sociale zekerheid, wat leidt tot meer Democraten», ofwel linkse stemmers.

Het is een waarheid als een koe. Maar dat neemt niet weg dat Norquist zelf, net als zijn bondgenoten in de Republikeinse partij, blijft ijveren voor ongebreideld kapitalisme, dat wil zeggen voor lage arbeidskosten gepaard aan een soepelere immigratiewetgeving. En over dat laatste spreekt Spruyt nou net niet. Het gaat de potentiële aanhang van Wilders immers voornamelijk om de buitenlanders.

Dan Wilders’ andere agendapunt: de zorgen over de islamisering van de Nederlandse samenleving. Spruyt geeft het item een belangrijke plaats in zijn notitie. «Het is duidelijk», schrijft hij, dat er door «de politieke maatschappij» een «andere houding tegenover de islam en zijn libido dominandi» moet worden aangenomen. De moslims «eisen rechten en vrijheden op die ze straks aan anderen zullen onthouden».

Oeps. Als de Arlington-groep meer macht krijgt, zullen her en der in de VS weer sodomiewetten worden uitgevaardigd (nu alleen actueel in vier zuidelijke staten). Ook kunnen Amerikanen dan rekenen op de herinvoering van de overspelwetgeving (nu slechts in West Virginia), en op de wettelijke inperking van masturbatiepraktijken, nog niet zo lang geleden het equivalent van sodomie. De Amerikaanse bevolking zou dan kunnen fluiten naar stamcelonderzoek, evolutieleer op publieke scholen, genetische manipulatie van voedsel, casino’s voor goklustigen en bloot en obscene taal in Hollywood-films. Als ze hun gang mogen gaan, zullen de Amerikaanse «conservatieven» hun land drastisch verbouwen, wellicht net zoals de moslims in Nederland, hoewel die er niet zo openlijk over reppen.

Een van de meest rabiate liberalenvreters, Ann Coulter, een knappe juriste die wekelijks op de televisie verschijnt als Republikeins deskundoloog en auteur van het boek How to Talk to a Liberal. If You Really Have to, riep op de verkiezingsdag opgewonden: «Behalve in hun halfslachtige reactie op het terrorisme haat links de islam! In alles zijn ze elkaars tegenpool!» Zelf vond Coulter dit een enorme vondst. Ze herhaalde het en herhaalde het. Leg het Spruyt en Wilders maar eens uit.

Bush begrijpt het wel. Vooral om de religieuze vleugel te vriend te houden heeft hij, ondanks zijn natuurlijke inclinatie tot lompe retoriek, in de afgelopen vier jaar geen kwaad woord over de islam gezegd. Hij bezocht vaker een moskee dan Job Cohen en Wim Kok bij elkaar.

Maar het meest merkwaardige aan Spruyts verlangen een republikeinse partij op Nederlandse bodem te stichten is zijn opvatting over hatelijke taal in de publieke ruimte. Spruyt schrijft dat niemand «een beroep kan doen op burgerrechten wanneer hij oproept tot haat». Hij doelt op moslims als imam El Moumni. En Spruyt vervolgt: «De grondvesters van de Nederlandse grondwet meenden dat je nooit mag criminaliseren wat volgens sommige geloven ‹zonde› heette.»

Iedereen die in Amerika een weekje televisie heeft gekeken, zal gniffelen om deze woorden. Als je iemand als Coulter aan het werk ziet, wordt duidelijk dat Spruyt een geïdealiseerd beeld koestert van de Republikeinse partij. Hij heeft werkelijk geen flauw idee. Coulter, de «poster girl for the militia crowd» zoals New York Magazine haar noemde, vergeleek Clinton op CNN met «een massamoordenaar», noemde hem «white trash» en zijn vrouw Hillary «een hoer». En niet alleen Coulter doet dat. Tientallen Republikeinse deskundologen hebben enorme aanhang voor hun partij gegenereerd door alles wat in de ogen van «de echte Amerikaan» voos en vies is kleurrijk en inventief te «criminaliseren». Terwijl Democraten dikwijls richtingloos zeuren, hebben Republikeinse activisten de opgewonden hate talk geperfectioneerd. Neem de populaire radiopresentator Rush Limbaugh. Hij bereikte er een heldenstatus mee en is tegenwoordig dagelijks via 450 radiostations te beluisteren. Hij heeft het bij zijn miljoenenpubliek over «feminazi’s» en «klotehomo’s». Zo vroeg hij aan een beller of die het ook zo opvallend vond dat de compositiefoto’s van de politie altijd lijken op Jesse Jackson, de bekende zwarte dominee. En tegen een zwarte luisteraar zei hij: «Houd je bek en haal dat bot uit je neus!» In andere uitzendingen heeft hij verklaard dat homoseksuelen aids aan zichzelf te wijten hebben.

Heus, het gaat er bij Limbaugh aanzienlijk ruiger aan toe dan in de toespraken van El Moumni. Spruyt meent niettemin dat degenen die haat prediken geen toegang mogen krijgen tot de grondrechten die wel gelden voor iedere andere Nederlander. Onder conservatieven in de Verenigde Staten leeft de tegenovergestelde opvatting. Toen in 1998 in Texas de zwarte Byrd werd gelyncht (vastgebonden achter een pick-up-truck), sprak de toenmalige gouverneur Bush, die de moord veroordeelde, zich nadrukkelijk uit tegen veroordelingen op grond van hatelijke taal. Dat zou de liberale rechters alleen maar meer armslag geven in het veroordelen van zijn politieke vrienden in de media. Ook Ann Coulter veroordeelde de lynchpartij, maar ze verklaarde woedend, als adjudant van de toekomstige president: «Er bestaat een constitutioneel recht om te haten.»

Ook de liefde voor de politiek en de afkeer van de rechterlijke macht onder conservatieve Republikeinen is Spruyt volledig ontgaan. Hij meent zelfs dat «de toegang tot die rechten en vrijheden (van de Nederlandse samenleving – pvo) alleen open staat voor die groepen die het gemeenschappelijke fundament van constitutionele waarden en normen delen». En opnieuw verwijst hij naar Amerika, die «gezonde democratie».

Dat is kras, want juist die «constitutionele waarden en normen» zijn christelijk rechts in Amerika al decennialang een doorn in het oog. Terwijl Wilders en Spruyt hun pijlen richten op «de dames en heren politici» (citaat uit Spruyts notitie) richt de ergernis van rechts zich in de VS op het hooggerechtshof. Het nieuwste boek van Pat Robertson (Courting Disaster) is één grote aanklacht tegen de hoge raad, waarin «black-robed tyrants» de «moral fabric of society» vernietigen.

Christelijke conservatieven in Amerika beogen precies het tegenovergestelde van wat Spruyt wil. Ze eisen het recht op om hun eigen gewoonten en gebruiken in vrijheid te praktiseren, ook als die in strijd zijn met «een constitutionele norm». Zo ergeren zij zich vooral aan de constitutionele norm die in 1973 werd gevestigd door de uitspraak over abortus. Ze klagen steen en been over de dominantie in de mainstream media en in Hollywood-films van het «atheïstische levensideaal», waarin burger rechten veel te grote nadruk hebben. Minstens zo sterk gruwen ze van de in hun ogen te strikte scheiding tussen kerk en staat.

Nu moet gezegd: die scheiding wordt in Amerika erg scherp in de gaten gehouden. Bidden op school is verboden en de rechtszaak die een vader tegen de staat had aangespannen omdat hij wilde voorkomen dat zijn dochter op school dagelijks de zinsnede «onder God» moest opdreunen in de belofte aan de vlag, kon slechts worden geseponeerd dankzij een vormfout. Ook werden standbeelden van de tien geboden op last van de rechter uit openbare gebouwen in Alabama gehaald. «We are a Christian nation!» brult Pat Robertson op de televisie. Als je jouw geloof niet openlijk kunt belijden op school deugt de grondwet gewoon niet. En de rechters nog veel minder.

Zal Spruyt, ooit journalist van het Reformatorisch Dagblad, een rechtschapen dominee als Robertson de toegang tot de Nederlandse rechtsstaat willen ontzeggen?

Het is de vraag of de politieke agenda van beide vleugels in de Republikeinse partij de groep keizers zal aanspreken die tweeëneenhalf jaar geleden op de Lijst Fortuyn stemden en nu hun hoop op Geert Wilders hebben gericht. Iemand moet Wilders waarschuwen voor zijn intellectuele mentor Spruyt. Want ook op «fundamenteel-ideologisch» vlak, woorden die Spruyt zo graag gebruikt, is het onnozel dat hij lonkt naar de Amerikaanse Republikeinen. Zijn mensbeeld, schrijft Spruyt, is «uitgesproken realistisch». «Het kwade is niet contingent, maar structureel en zal daarom altijd aanwezig blijven. (…) Dit inzicht biedt het meest effectieve antidotum tegen alle ideologische dromerijen en speculaties over een einde van de geschiedenis waarin politiek niet meer nodig zal zijn.»

Beide vleugels in de Republikeinse partij dromen er nu juist lustig op los. Beide geloven in de komst van een heilstaat. De protagonisten van de privatisering geloven in de perfect werkende markt die op aarde moet worden gevestigd. Daarin zal geen armoede meer bestaan, geen terrorisme, geen oorlog: het betekent het einde van de geschiedenis zoals we die kennen.

Dit is geen overdreven voorstelling van zaken. De heilsverwachtingen van «free market fundamentalists» zoals de voormalige Wereldbank econoom Joseph Stiglitz ze noemt, zijn in Amerika dagelijks te lezen in willekeurig welke krant. Een greep uit de oogst van slechts één dag. De auteur van het boek Nonzero: The Logic of Human Destiny verkondigt in The New York Times: «Kapitalisme helpt de geschiedenis op weg naar vrijheid via een algoritme dat, voorzover wij weten, van goddelijke makelij is.» En: «De architect van de geschiedenis staat aan onze (kapitalistische — pvo) kant.»

Ook het andere kamp koestert eschatologische verwachtingen. Zij geloven in de komst van Gods duizendjarige vredesrijk, toch ook niet echt een situatie waarin het kwaad structureel is. En ook dit moet niet metaforisch worden opgevat. 59 procent van de Amerikanen gelooft in een letterlijke interpretatie van het bijbelboek Openbaringen, zoals een onderzoek van Time Magazine uitwees. Dat hoef je niet erg of eng te vinden, maar deze mensen kunnen toch geen realistische somberaars worden genoemd?

Bart-Jan Spruyt schreef zijn contouren met de bedoeling een groep personen te vinden die het inhoudelijk met hem eens zijn. Prima. Maar met de agenda van de Republikeinse partij heeft het niets te maken. Spruyt ziet niet dat het ideologisch merkwaardige verbond tussen bedrijfsleven en religieus rechts in de VS alleen tot stand kon komen dankzij een politiek van identiteit (wie ben je, waar woon je, welke auto rijd je?) die is uitgedokterd in tientallen goedbetaalde denktanks en door Murdoch cum suis beheerde mediaconglomeraten. Hoeveel ideologische onderbouwing Spruyt de potpourri van Fortyn ook heeft gegeven, als hij een bushist in Nederland wil zijn, zal hij ten minste een optimistisch pro-immigratiestandpunt en serieuze constitutionele scepsis moeten ontwikkelen. Het zal zelfs deze ideologische luchtfietser niet lukken om dat te rijmen met de verlangens van de potentiële kiezers van Wilders. Ter voorbereiding op de Nederlandse politieke praktijk kan een werkbezoek van Wilders aan Marokko of Ghana aanzienlijk meer opleveren.