Film

Transatlantisch misverstand

Film: The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Garth Jennings

Na 26 jaar is The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy eindelijk op het witte doek te zien. Maar hoe verfilm je een boek waarin het verhaal een bijzaak is? Het venijn van Douglas Adams’ cultboek zit hem in het begin. Neem de passage waarin de thee drinkende Guardian-lezer Ar thur Dent, in zijn ochtendjas, van de gemeenteambtenaar dr. L. Prosser («a carbon-based bipedal life form descended from an ape») te horen krijgt dat zijn huis, ergens in de West-Country, met onmiddellijke ingang onder de sloophamer komt. Er volgt een discussie over de vraag in hoeverre de getroffen burgerman Arthur een redelijke kans heeft gehad om protest aan te tekenen tegen deze ingrijpende plannen.

Arthur: «Ter inzage? Uiteindelijk moest ik een kelder in om ze te vinden…»

Prosser: «Inderdaad, dat is de Inzageruimte.»

Arthur: «Met een kandelaar.»

Prosser: «Ach ja, de lichten wa ren waarschijnlijk verwijderd.»

Arthur: «Net als de trappen.»

Prosser: «Maar kijk, je hebt de aankondiging gevonden, of niet soms?»

Arthur: «Ja, maar het lag op de bodem van een gesloten kast in een ongebruikt toilet met op de deur de mededeling: ‹Pas op voor het luipaard›.»

In de film is deze passage gereduceerd tot:

Arthur: «Uiteindelijk moest ik een kelder in om ze te vinden.»

Prosser: «Maar je hebt de plannen gevonden, of niet soms?»

Het schrappen van deze zinnen is helaas meer dan alleen het economisch gebruik maken van de beschikbare speelduur. Het is een veeg teken. Douglas Adams was ooit op het idee voor deze «reisgids» gekomen toen hij als twintigjarige aangeschoten op een grasveld nabij Innsbruck het kosmische schouwspel bestudeerde en zich afvroeg: hoe zou het zijn om daar je weg te moeten vinden? Die vraag stellen veel burgers zich nog steeds wanneer ze een universum betreden dat de gedaante heeft aangenomen van een bu reaucratische instelling. Toen het boek eind jaren zeventig verscheen was het Verenigd Koninkrijk een beduchte bureaucratie, waar, terwijl de bevolking zich in keurige rijen bleef opstellen, on navolgbare rituelen werden uitgevoerd met officiële documenten, paperclips, nietjes, ordners en mapjes. En stempels. Veel stempels. Tegen de ze achtergrond speelt het boek zich af.

Nog voordat het huis goed en wel is gesloopt, wordt de aarde zelf van de ruimtekaart geveegd door de Galactic Hyperspace Planning Council van de Vogons, de vierde macht van het heelal. Er zit echter geen kwade wil achter. Dit stukje Leefbaar Heelal lag gewoon in de baan van de nieuw aan te leggen Hyperspace Bypass, net zoals boerderijen obstakels vormden voor de Betuwelijn en het huis van de flegmatieke Arthur (ge speeld door Martin Freeman, be kend als Tim uit The Office) voor de bypass. Waarom er een bypass moet worden aangelegd? Prosser, in het boek: «Hoe bedoel je? Het is een bypass. Er moeten gewoon bypasses worden aangelegd.»

Arthur wordt door zijn vriend Ford Prefect, die incognito veldwerk verricht voor een ruimtegids, gered van de aardse vernietiging. De twee ruimtelifters weten een plaatsje te bemachtigen op de Vogon Constructor Fleet. Ver ko men ze niet. Nadat ze er vanaf zijn gegooid door de bureaucratische ruimtereizigers belanden ze op een hyperintelligent ruimteschip, Heart of Gold, waarop zich de gesjeesde President of the Imperial Galactic Government Zaphod Beeblebox, de verleidelijke astro fysica Trillian en de manisch-depressieve robot Marvin bevinden. Op zoek naar het geheim van het leven, het universum en alles (in Arthurs geval: een kop thee) beleeft het gezelschap allerlei avonturen in een oorzaakloos heelal.

Het hele reisverhaal was voor Adams meer een middel om spitsvondige sketches (hij was tenslotte een sketchschrijver), woordgrapjes en filosofische ideeën tot hun recht te laten komen. Daar zit de actie verscholen. Net als de Franse filosoof Jean Baudrillard hield Adams er bijvoorbeeld van om zaken om te draaien. Zo zijn het hier niet de mensen die met muizen experimenteren, maar muizen met mensen (de standaardmededeling op de aftiteling dat het maken van deze film geen dierenleed heeft veroorzaakt, klinkt in dit kader adamsiaans) en wordt er niet gezocht naar een antwoord, maar naar de juiste vraag. Immers, het antwoord is reeds bekend: 42; iets doet denken aan de huidige generatie politici, die vragen, ongeacht de inhoud, met behulp van een telraam pleegt te beantwoorden. Maar dat terzijde.

Heroïsch gestemd hebben de filmmakers getracht iets als een spanningsboog – het benadrukken van de romance tussen Trillian en Arthur bijvoorbeeld – te creëren, er een roadmovie door het universum van te maken waarbij de nadruk op het beeld en speciale effecten ligt in plaats van op het woord, zoals voorgelezen door Stephen Fry, een vriend van de vier jaar geleden gestorven Adams. Geen wonder dat het publiek zich in de popcornbioscoop in Peck ham, Zuid-Londen, voorafgaand aan The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy eerst twee vooraankondigingen van spannende inter planetaire oorlogskrakers moest laten welgevallen: het derde deel van Star Wars (compleet met de waarschuwing voor mensen met gevoelige ogen, dit wegens alle flitsen en schichten) en The War of the Worlds. George Lucas en Steven Spielberg hoeven echter niet bevreesd te zijn voor concurrentie. The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy is geen sciencefiction (daarvoor is het ruimteschip van de Vogons ook veel te roestig), maar helaas evenmin een komedie. Wat wel? Een transatlantisch misverstand tussen de Britse «whimsy» en Amerikaanse fantasy. Iets minder Star Trek, en wat meer Holy Grail. Als dat nou eens had gekund.

Te zien vanaf 4 augustus