Trastevere eert zijn meest omstreden bewoner

Rome – Stipt klokke 21.15 uur wordt hij via de speciale oprit voor rolstoelen het podium op gereden. Piazza San Cosimato, hartje Romeinse volkswijk Trastevere, applaudisseert timide voor de grootste nog levende Italiaanse maestro del cinema: Bernardo Bertolucci (76). Zo broos, zo klein in zijn rolstoel, zo zacht is zijn stem, dat het publiek de adem inhoudt om de paar zinnen die de regisseur van Ultimo tango a Parigi (Last Tango in Paris) bereid is prijs te geven niet te missen.

Bertolucci kijkt het afgeladen plein rond, glimlacht, en zegt: ‘Deze film is uit 1972. Een ander tijdperk, een andere mensheid, een andere manier van leven en totaal andere kwesties waar het om ging. Ik hoop dat er vandaag nog iets van te begrijpen valt.’ Naast hem op een stoeltje zit de 25-jarige Valerio, die samen met andere studenten het initiatief ‘Cinema America’ op poten heeft gezet. Al vijf jaar lang wordt de gelijknamige oude bioscoop in Trastevere dag en nacht bewaakt door een groep studenten. De studentenbezetting van de in 1988 gesloten bioscoop staat voor ‘herover het territorium op de speculanten’ en ‘de toekomst zijn wij’. Alle groten van de Italiaanse cinema, van Oscar-winnaar Paolo Sorrentino tot wijlen regisseur Ettore Scola, hebben hun sympathie en bijdrages geleverd.

Afgelopen vrijdag was de beurt aan Bernardo Bertolucci, die al sinds begin jaren zeventig in Trastevere woont. ‘Trastevere is mijn buutvrij’, zegt hij zacht in de microfoon, ‘de plek waar ik tijdens de enorme turbulentie rond Last Tango neerstreek en nooit meer ben weggegaan. Ik was vogelvrij, mijn burgerrechten waren mij voor vijf jaar afgenomen, ik was bij verstek veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, ik mocht niet stemmen. In Trastevere voelde ik me thuis, en dat doe ik nog steeds.’

Het plein barst los in een ontroerde ovatie. De film begint. Bertolucci verdwijnt. Marlon Brando en Maria Schneider beleven hun ‘panseksualistische aberraties’ (volgens de definitieve veroordeling van de Italiaanse rechter in 1976) op het witte doek. De boterscène schuurt nog steeds. Het schot waarmee ze hem antwoordt op de vraag ‘hoe heet je?’, het kauwgummetje dat hij nog aan de balustrade van het balkon plakt voor hij dood neerstort, de mistroostige jazzmuziek, het schilderij van Francis Bacon. Fine.

Valerio pakt nog even de microfoon: ‘O ja, wat ik nog vergeten was te zeggen: deze film is verboden voor minderjarigen.’