Trechter

‘Ons stelsel prikkelt om de duurste vorm van zorg te kiezen’, zei CDA-minister Marja Bijsterveldt eens. Hoogst actueel nu flink bezuinigd wordt op het persoonsgebonden budget.

NOG NIET ZO heel lang geleden hoorde je in het Haagse vanuit de hoek van de oppositie dat dit kabinet niet zo veel doet. Alleen het neerzetten van een 130-kilometerbord op de Afsluitdijk, werd dan smalend gezegd. Toen moest de kiezer echter nog naar de stembus, voor de Provinciale-Statenverkiezingen. De coalitiepartijen hadden daardoor baat bij stilzitten en de oppositie had er baat bij om hun dit stilzitten te verwijten.
Inmiddels is dat verwijt achterhaald. Het kabinet heeft in korte tijd ingrepen op de rails gezet bij defensie, het passend onderwijs, de Wajong-uitkering voor jonggehandicapten, de sociale werkvoorziening, het persoonsgebonden budget, de kinderopvang en de rechtspraak. Daar komen heel binnenkort het basispakket in de zorg, de media en de cultuursector bij, evenals de verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. Dat zijn dan nog maar de meest in het oog springende ingrepen.
Het klagen over gebrek aan daadkracht is dan ook omgeslagen in kritiek op de maatregelen die het minderheidskabinet van VVD en CDA, gesteund door gedoogpartner PVV, neemt: ze gaan ten koste van de zwaksten in de samenleving en een echt broodnodige hervorming, zoals die van de woningmarkt, blijft achterwege. Het lukt de oppositiepartijen echter niet een vuist te maken. Niet alleen omdat ze in de minderheid zijn, maar ook omdat ze niet alle ingrepen zo maar als onwelgevallig weg kunnen vegen.
Vorige week was de AWBZ voor langdurige zorg aan de beurt om door het kabinet geknipt en geschoren te worden, met als meest in het oog springende onderdeel de aangekondigde ingrepen in het persoonsgebonden budget (pgb). De redenen zijn de oplopende kosten. Volgens het ministerie van Volksgezondheid dreigen we toe te gaan naar een situatie waarin de beter verdienende Nederlander maandelijks 660 euro moet betalen voor de AWBZ. Twee keer zo veel als nu.
Ooit was het pgb een paradepaardje van uitgerekend de VVD van minister-president Mark Rutte. Deel van de kritiek was dan ook meteen: waar blijven de liberalen met hun eigen verantwoordelijkheid als ze langdurig zieken en gehandicapten de mogelijkheid gaan ontnemen hun eigen zorg en daarmee hun eigen leven vorm te geven?
Zo eenvoudig ligt het echter ook deze keer niet. Net als bij het passend onderwijs en de Wajong-uitkering voor jonggehandicapten is er bij het pgb iets bijzonders aan de hand: de uitgaven ervoor zijn harder gestegen dan was voorzien. Een succesvolle voorziening dus, zou je kunnen zeggen. Maar dat is te gemakkelijk geredeneerd. Zowel bij het passend onderwijs, de Wajong-uitkering als het pgb speelt in die groei mee wat CDA -minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs eens als volgt verwoordde: ‘Ons stelsel prikkelt om de duurste vorm van zorg te kiezen.’
In het passend onderwijs stegen de uitgaven, omdat vooral de categorie kinderen die zware en daarmee dure zorg nodig hebben explosief groeide. Dat is uit medisch oogpunt niet verklaarbaar, maar wel als je je realiseert hoeveel extra aandacht en zorg het betrokken kind daardoor krijgt. De Wajong-uitgaven kwamen veel hoger uit dan geraamd, mede omdat een bijstandsuitkering lager is dan een Wajong-uitkering en dat laatste dus financieel aantrekkelijker is voor een jongere als er geen baan wordt gevonden. De pgb-uitgaven ten slotte groeiden onder meer omdat daarmee betaald wordt voor wat vroeger uit naastenliefde werd gedaan.
Bij alle drie geldt dat de burger uitrekent wat voor hem het voordeligst is. Het marktdenken is als het ware in onze genen gaan zitten en daarmee - zo zou je kunnen zeggen - krijgt de VVD een koekje van eigen deeg. Maar eigenlijk krijgt de samenleving als geheel dat koekje geserveerd. Want wat voor het individu gunstig is, hoeft dat voor ons samen die het via belastingen en premies op moeten brengen niet te zijn.
In de zorg dreigen die twee zaken het meest uit elkaar te gaan lopen, niet alleen bij de verpleging en verzorging, maar ook als het gaat om medische ingrepen en medicijnen, zowel in de care als in de cure zoals dat tegenwoordig heet. De zorgkosten blijven daardoor maar stijgen. Om daar echt iets aan te doen zou de politiek de hele fundamentele vraag moeten beantwoorden welke kosten voor eigen rekening en verantwoording moeten komen en welke voor die van de gemeenschap. Hoe gevoelig die vraag ligt, bewijst de rollator. Die is nog steeds voor kosten van de gemeenschap, mede dankzij de PVV, terwijl er veel voor te zeggen valt dat als je op jonge leeftijd je eigen fiets kunt betalen, je op oude leeftijd ook je eigen rollator kunt financieren.
Het probleem van stijgende zorgkosten is niet nieuw. Twintig jaar geleden kwam de commissie-Dunning met een idee om betere afwegingen te kunnen maken over wat wel en niet betaald moet worden uit premies of volksverzekeringen: hanteer een trechter met vier zeven, zeven als meervoud van zeef. Alle zorgkosten zouden door die trechter moeten. Eerste zeef: is zorg noodzakelijk voor deelname aan de samenleving? Is het antwoord op die eerste vraag al nee, dan hoeven de volgende drie zeven niet meer. Leg het invriezen van eicellen eens op die eerste zeef. Een heupoperatie bij een tachtig-plusser. Een maagverkleiningsoperatie bij een veel te dik iemand. Het zijn boeiende afwegingen die iedereen eens voor zichzelf zou moeten maken.
De volgende twee zeven in de trechter van Dunning, zoals deze methode is gaan heten, zijn de vragen of de zorg ook het beoogde doel bereikt en of ze zo efficiënt mogelijk wordt geleverd. De vierde zeef ten slotte is de meest politieke: of de zorg voor eigen rekening en verantwoording moet komen. Mochten ze over zijn gebleven, doe daar dan de ingevroren eicellen, de heup- en maagverkleiningsoperatie doorheen. Dat zijn pijnlijke beslissingen. Ook voor politici en niet alleen uit electorale overwegingen. Vandaar dat ze er niet aandurven.