Tredmolen

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Vandaag: Goede buren en Drømmeland.

In de Week tegen Eenzaamheid twee Nederlandse documentaires die niet sterker zouden kunnen verschillen dan nu het geval is. Goede buren (HUMAN) speelt in Groot IJsselmonde-Noord, Rotterdam. Sinds de vondst in 2013 van de tien jaar dood in haar huis liggende Bep de Bruin en de collectieve ontsteltenis daarover – een mix van verontwaardiging en schuldgevoel – is de gemeente actief in het signaleren en tegengaan van vereenzaming. Die alleen al blijft toenemen door het collectief ouder worden en het verlies van cohesie.

Onderdeel van die alertheid vormen buurtonderzoeken. Uit eerste inventarisatie bleek dat het sociaal isolement in genoemde wijk 27% bedroeg (ja ja, alles is meetbaar), wat bar hoog is (veel bejaarden daar). Een groep vrijwilligers ging diepgaander enquêteren over situatie, problemen en behoeften. Onder hen de middelbare resp. jongbejaarde buurvrouwen Ada en Wilma die gewapend met vragenlijsten op huisbezoek gingen. Veel ouderen ontvingen hen beleefd tot graag, maar hadden geen behoefte aan verdere initiatieven vanwege gebrek aan eenzaamheid. Man: aan de overkant koken en wassen ze voor me; op momenten kun je natuurlijk wel eenzaam zijn; ik geef mijn leven een 6+. Andere man: nou ja, iedereen gaat dood – vrienden, buren oud-collega’s – maar eenzaam? Nooit!

Anderen hadden wel behoefte aan voortgezet contact en initiatieven. Regisseur Stella van Voorst van Beest volgt Ada en Wilma vooral bij bezoeken aan en uitstapjes met de alleenstaanden Til (85) en Jan (81). Een belangwekkend project dus als onderwerp, geportretteerd via twee vrijwilligers en twee totaal verschillende cliënten. Dat heeft de nadelen van een wel erg beperkt speelveld en representativiteit (ik zou me een kleine reeks kunnen voorstellen met meer personages). Maar het heeft het voordeel van sterker betrokken raken bij persoon en casus van degeen die gebruik wil maken van het initiatief. Met meer kans op het volgen van een ontwikkeling. We willen als kijkers immers geen statistiek en sociologie maar Menschen. Die krijgen we. En dat levert informatieve, soms mooie scènes op.

Drømmeland (KRO-NCRV) speelt zich af in en rond een hut in de bergen van Tessingdal, Noorwegen, waar Nils (60) de eenzaamheid juist opzoekt, alleen vergezeld door zijn paard. De maatschappij is immers een tredmolen waarin mensen als marmotten hersenloos rondjes draaien. Nils onttrekt zich daaraan en probeert vissend, rendierjagend, bessen plukkend een autarkisch bestaan op te bouwen. Naakt waar mogelijk, en dik ingepakt waar nodig, omarmt en trotseert hij de wonderschone, gulle, harde en onverschillige natuur.

Maar geheel los van de wereld is (en kan) hij niet, zoals regisseur Joost van der Wiel overduidelijk maakt. Vanwege zijn behoeften (van avocado tot intimiteit), maar ook omdat hij toch eigenlijk een voorbeeld wil zijn, op navolgers hoopt om zo… Ja, om wat? Nou ja, om de verderfelijke wereld te verbeteren.

Op het eerste gezicht lijkt hij de perfecte deelnemer aan Bert van Leeuwens Mannen in het wild, waarin de midlifecrisis te lijf wordt gegaan (zoals in Het familiediner de broeder-zuster-ouder-kind-vete – het wordt hoog tijd voor een humanitaire prijs voor onbaatzuchtige Bert; is het niet van de VN, dan toch van de Majesteiten). Maar Noorse Nils zou hier niet verstaan worden en beheerst ook allang alle daar te leren overlevingstechnieken. Bovendien is hij liever alleen; zij het wel, zoals meer en meer blijkt, tegelijkertijd ook als het centrum van de wereld. Niets hebben de films dus gemeen, behalve dan dat Nils aan zijn eenzaamheid (‘ensomhet’) gaat lijden. En daarin lijkt hij op Til en Jan.

Hoewel, op Til? Til heeft inderdaad een hondje waar ze vaak mee praat, zoals Nils met zijn Lettir, die de ergste sneeuwjachten trotseert (maar met wie ik het steeds meer te doen krijg, omdat hij niet om eenzaamheid heeft gevraagd – en hij is een kuddedier). Dat hondje van Til heeft het best met zijn ‘moeder’, zoals ze zichzelf noemt. Til zelf trouwens ook. Niks aan de hand, nooit eenzaam. En als je hondje doodgaat? Dan ga ik met vakantie. Een piepkleine vrouw, die Til, maar ook een reus die de wereld aan kan. Vrolijk en zingend. Maar Ada en Wilma geloven haar niet.

Bovendien zei ze bang te zijn voor het lot van Bep de Bruin. Tot mijn verbazing weten ze haar tot voortgezet contact te verleiden. Ernstig gevalletje bemoeizorg – totdat blijkt dat de dames, agogisch ongeschoold maar met nuchtere en scherpe blik, het beter gezien hebben dan ik (ook een agogische leek trouwens). Langzaam ontvouwt zich in gesprekken een tamelijk gruwelijke familiegeschiedenis, resulterend in de situatie dat dochter noch zoon contact met haar willen hebben. Ondankbare kinderen, schande.

Maar zelfs in Tils versie van de breuk ga je vermoeden dat het met Til voor geen mens eenvoudig kersen eten is. Dramaturgisch gezien laat de montage dat net te vroeg merken door een behoorlijk kritische opmerking over hun cliënt in een nagesprek dat Ada en Wilma hebben. De ontvouwing had dus nog net iets verrassender gekund, maar weglaten is natuurlijk ook een vorm van manipuleren, dus ethisch heeft de regie misschien gelijk.

En daarna, ja, is het aan de kijker of antipathie of mededogen de overhand krijgen als het gaat om iemand die haar leed stoer en aanvallend verbloemt. Ook de dames worstelen, maar eenzaamheid is eenzaamheid, dus ze volharden in het contact. Het is wel om hoorndol te worden. Til verdomt het na te denken over de toekomst van het hondje en haarzelf. Ontkent alles wat ze heeft gezegd. Dan wordt het hard gespeeld: ‘En als je nou doodvalt?’ ‘Luister: ik kook nog zelf.’ Nee, daar hadden Ada, Wilma en de kijker even niet aan gedacht. En ach, dan zet ze muziek op en danst ze in haar eentje, zoals vroeger met haar man. De kijker barst van de gemengde gevoelens. Maar hoe die man het met haar had?

Wat een contrast met Jan, die al zeven jaar zijn huis niet uit is geweest. Ook bij hem horen we muziek, een razend knappe accordeonist. Dat was hij zelf, vijf jaar geleden. Professioneel. Nu in rolstoel of met twee stokken. Sinds de dood van zijn vrouw drie jaar alleen. Jan zegt niet veel, maar op elke opmerking heeft hij wel een grapje. Daar wordt weinig op gereageerd. Misschien is de omgeving uitgelachen, verstaan ze hem niet goed of hebben ze geen gevoel voor humor. Ik lach wel, maar daar koopt hij weinig voor.

Zie Jan worstelen in huis. Met gemengde gevoelens meegaan naar de gezelligheid die hij vroeger zelf leverde met zijn instrument. Nee, hij hoeft asjeblieft geen nieuwe partner. Een van de pijnlijkste scènes in de film vind ik eigenlijk die met de thuiszorg. Hij wordt gewassen. En zegt: ‘Ik ben gelukkig.’ Het lijkt me een van zijn grappen, vooral bedoeld om reactie uit te lokken. ‘Gelukkig?’ En verder zwijgen. De vrouw haalt constant haar neus op. ‘Moet je niet snuiten?’ Geen draad sjoege. ‘Zo, dat was hem weer’, zegt ze. En weg is ze.

Ik weet dat ze het te druk heeft. En vermoed dat haar werk haar hobby niet is, wat voorstelbaar is. Maar na zo een bezoekje zou ik me eenzamer voelen dan daarvoor. Waarbij interessant is dat ze zich geen millimeter hartelijker voordoet dan ze is, met camera erbij. Of heeft ze de pest in over die camera? Kan ook. En ook daar kan een mens dan weer in komen. (Ik val nog es uit mekaar van begrip.) Volgt later nog een zowel onaangename als aangrijpende scène. Jan is van het huisje waarin hij dood wilde gaan naar een uiterst modern tehuis of een ziekenhuiskamer verplaatst. Kat in vreemd pakhuis. Ook hij had een hondje. Dat wordt door een vrouw, die kennelijk het beestje heeft overgenomen, naar Jans kamer gebracht als visite. Dolblij zijn hondje en Jan. Jan tobt met zijn televisie, krijgt het geluid niet aan. Dan help je zo een man toch even? Nee, ze gaat even koffie drinken en dan kan Jan met hondje… Ze gaat de deur uit. Het hondje gaat ongelukkig voor de deur zitten en reageert niet meer op Jans lokroepen. In een speelfilm zeg je: hou op met je kitsch. Maar dit is hartverscheurende werkelijkheid. Geen meesterlijke documentaire, maar wel mooi door dat te prijzen Rotterdamse project, door die nuchtere, directe amateur-hulpverleners en door de gekozen personages en hun worsteling met verlies en ensomhet.

Brengt ons nog even terug naar Nils. Wie schitterende, fraai gefilmde natuur wil zien, die kijke zeker. Wie zo een kluizenaar en/of zijn maatschappijkritiek interessant vindt, ook. Ik was zeker geïntrigeerd, maar Nils maakt het met zijn opvattingen, gedrag en houding althans mij heel moeilijk om sympathie te voelen. Natuurlijk zijn we allemaal ambigue wezens maar hier is de paradox tussen wereldverzaking en aandacht trekken wel heel erg groot. Hij heeft het slecht getroffen met de wereld, maar behoorlijk goed met zichzelf – zoveel wordt steeds duidelijker. En ja, hij is telefoonverslaafd. De bedoeling is kennelijk dat hij een bewonderde kluizenaar wordt, dus plaatst hij foto’s, video’s en (tamelijk beroerde) gedichten op Facebook.

Daarop krijgt hij overwegend bewonderende reacties. En dan krijgt hij bezoek: zoon en kleinzoontje. Zoon stelt vragen over vaders doel, want pretenties zijn er zeker. De antwoorden zijn rijkelijk vaag, of je moet onder de indruk zijn van ‘de mensheid op een andere manier organiseren’. Zoon wijst hem op inconsequenties: hij moet zo nodig alleen zijn maar doet niets dan contact zoeken. De relatie die pa met een getrouwde vrouw op zeshonderd kilometer afstand telefonisch onderhoudt doet zoon zich afvragen wat hij daar eigenlijk van verwacht: hij komt net uit een lange relatie (kennelijk niet met zoons moeder). We zijn getuige van pa’s liefdesconversaties en zijn aansporingen om toch vooral de vrijheid (hemzelf) te verkiezen boven haar huwelijk.

Zelfs het stockholmsyndroom zet hij in om haar relatie met haar man te typeren. Vergeefs. Los daarvan zien we nog een echte tragedie, maar hier geen spoiler. Uiteindelijk doet hij een oproep aan ‘alle levende mensen’. Hij wil graag de natuur, al zijn kennis, de stilte en het bronwater met hen delen. En verdomd, hij krijgt bezoek van twee families die hun tentjes bij hem opzetten. Maar die moeten dan wel luisteren als hij praat en stil zijn als hij dat wil. Voortreffelijke keuze van de makers om de reacties van de gasten op dit goeroe-gedrag niet te tonen. Ze vertrekken en je hoort alleen iemand zeggen: ‘Dag, hou je goed’. Dat zal hij hard nodig hebben want alleen is kennelijk maar alleen, maar met anderen is ook weer zo wat. Enfin, tweemaal eenzaamheid, maar dan heel anders.


Stella van Voorst van Beest, Goede Buren, HUMAN 2Doc, maandag 30 september, NPO 2, 21.- uur.

Joost van der Wiel, Drommeland, KRO-NCRV 2Doc, woensdag 2 oktober, NPO 2, 23.06 uur