De joodse uittocht uit Argentinië

Trek naar Israël

Premier Sharon heeft «aliyah», de joodse migratie naar Israël, boven aan de politieke agenda gezet. Hij mikt met een omvangrijk hulppakket vooral op de Argentijnse joden die vanwege de nijpende situatie thuis in veel gevallen geen alternatief hebben.

De joodse gemeenschap in Argentinië slinkt zienderogen. «Ik zie aliyah in het algemeen en vanuit Argentinië op dit moment als een heilige missie, boven aan de nationale prioriteitenlijst.» Zo sprak Ariel Sharon een paar maanden geleden in Jeruzalem het 34ste Zionistische Congres toe. In januari, vlak na het uitbreken van de crisis in Argentinië, schudde hij op het vliegveld een grote groep Argentijns-joodse immigranten de hand. Aliyah duidt op de aankomst van de joden in Israël om zich daar blijvend te vestigen, vaak na een gedwongen verblijf in den vreemde. Gedurende de verbanning in Babylon richtten de joden het gebed naar het Oosten, waarbij ze plechtig beloofden hun eeuwige hoofdstad Jeruzalem nimmer te vergeten.

«In de toekomst hangt de veiligheid van ons land af van het joodse gehalte van de bevolking, meer dan van welke andere factor ook», verklaarde de rechtse Likoed-burgemeester van Jeruzalem Ehud Olmert in een interview met het Argentijnse dagblad La Nación.

Olmert was in augustus in Buenos Aires om met het economische hulppakket ten behoeve van Argentijnse immigranten twijfelaars over de streep te trekken. Deze maatregelen bestaan naast de «Wet van terugkeer» die alle joden ter wereld automatisch recht geeft op het Israëlisch burgerschap met alle bijbehorende rechten en plichten. En dat is geen sinecure. In de jaren negentig, na de val van de Muur, ving Israël binnen tien jaar een miljoen Russische joden op, die op slag bijna een zesde van de bevolking vertegenwoordigden. Het Israëlisch Bureau voor de Statistiek berekende onlangs dat het land 6.5 miljoen inwoners telt — het achtvoudige van het inwoneraantal in 1948 — waarvan 81 procent joods is. Sharon hoopt dat daar in de komende tien tot vijftien jaar nog eens een miljoen joodse immigranten bij komen. Deze wens staat haaks op de immigratietendens, die de afgelopen jaren vanwege het geweld een scherpe daling vertoonde.

De deplorabele veiligheidssituatie in het Midden-Oosten houdt de Argentijnse joden niet langer tegen: de Jewish Agency, een internationale NGO die de aliyah overal ter wereld stimuleert en begeleidt, verwacht dit jaar een verviervoudiging ten opzichte van 2001, naar schatting zesduizend mensen. Het leeuwendeel van de Argentijns-joodse gemeenschap behoort tot de hoogopgeleide maar ernstig verarmde middenklasse, die onevenredig hard is getroffen door de huidige crisis.

De straten van Buenos Aires, waar complete families tussen het vuilnis scharrelen op zoek naar etensresten, weerspiegelen de schrikbarende nationale cijfers: meer dan de helft van de 36 miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens, waarvan bijna een kwart zelfs niet in de meest primaire behoeften kan voorzien. West-Europa en de Verenigde Staten zijn vanwege de veiligheidssituatie meer in trek dan Israël, maar gooien hun grenzen dicht. Het grote verschil met de vorige grote exodus uit Argentinië, tijdens de militaire dictatuur, is de status van de vluchteling; Argentijnen konden toen politiek asiel aanvragen. Als economisch vluchteling heb je de bestemming nu eenmaal niet voor het uitkiezen.

Dat is pijnlijk voor iemand als Alberto Geigner (72), die twee maanden geleden volkomen berooid naar Israël vertrok, na jarenlang met succes een distributiebedrijf voor farmaceutische middelen te hebben gerund. Vanuit zijn hol klinkende nieuwbouwwoning in een buitenwijk van Tel Aviv licht hij zijn voorkeur toe. Alberto Geigner: «In de VS zouden ze me als een illegaal behandeld hebben, als iemand die zich moet verstoppen. In Israël kreeg ik meteen een paspoort en bovendien een geldbedrag om de eerste dagen door te komen.» «Israël is het enige land ter wereld dat de emigratie vanuit Argentinië juist aanmoedigt», zegt Diego Melamed, journalist en schrijver van de bestseller Irse («Weg gaan»). Op het terras van een café in een gegoede buitenwijk van Buenos Aires is de economische misère een moment lang ondenkbaar.

De Israëlische regering, de Jewish Agency en andere internationale joodse organisaties steunen de aliyah-ganger op alle fronten en dragen zorg voor de kosten van de reis, de verhuizing en een talencursus. Daarnaast ontvangt iedere immigrant zeven maanden een uitkering voor levensonderhoud en een eenmalig geldbedrag voor meubels. Daar komen nog bij de aanzienlijke kortingen bij de koop van een auto en een lening van twintigduizend dollar voor het huis — waarvan een derde een schenking betreft —, onderwijs, een volledige ziektekostenverzekering, en uitkeringen. «Mijn vrouw en ik ontvangen een uitkering zonder hier ooit pen sioen te hebben opgebouwd», zegt Geigner.

Israël maakt op dit moment een diepe recessie door: ziet de toekomst van het jonge deel van de Argentijnse immigranten er nu zoveel rooskleuriger uit dan in eigen land ? Dunn&Bradstreet voorspelt voor dit jaar een werkloosheidspercentage van 11,7, een buitensporig begrotingstekort en een zeer hoog inflatiecijfer. De in Argenti nië geboren zakenman Liebembuk, werkzaam voor een Israëlische multinational, wuift de harde cijfers weg: «Er is meer dan voldoende werk, de agrarische sector en de bouw zitten bijvoorbeeld erg te springen om mensen.» Deze bedrijfstakken moeten sinds de intifada de Palestijnse arbeiders ontberen. «Je kunt de situatie vergelijken met de westerse landen, zo’n beetje iedereen in Israël heeft gestudeerd en wil een baan die daarop aansluit.»

Carlos (33), voormalig restauranteigenaar, leeft in Arat, een dorp in ontwikkeling bij Tel Aviv waar veel Argentijnen wonen: «Binnen een maand vond ik werk bij Motorola op de afdeling voor de scheiding van het fabrieks afval. Wie wil werken, vindt een baan, maar je moet niet meteen iets op je eigen niveau verwachten.»

De Centrale Bank van Israël noemt in een recent rapport het gebrek aan vertrouwen in de regering, met name wat de begrotingsdiscipline en de oplossing van het veiligheids dilemma aangaat, het grootste gevaar voor de economie. Velen hangen de bij de regering-Sharon impopulaire mening aan dat vrede met de Palestijnen conditio sine qua non is voor reactivering van de economie, immers de enige manier om de investeerders en de toeristen terug te halen. Tot die tijd vergelijken sommige deskundigen de situatie zelfs met die in Argentinië vlak voordat de hel losbarstte: een buitenlandse schuld van miljarden dollars, een wankele munteenheid, druk vanuit het IMF, en regeringen die elkaar in snel tempo opvolgen.

Bij het Jewish Agency-kantoor voor Argen tinië, in het gebouw van de lokale joodse belangenorganisatie Amia (Asosiación Mutual Israelita Argentina, waar in 1994 een terroristische aanslag 86 slachtoffers eiste) wint een lange rij oudere mensen informatie in. «Het gros van de Argentijns-joodse immigranten die nu in Israël aankomen, is hoog opgeleid maar bejaard en zal een beroep doen op sociale voorzieningen als de gezondheidszorg», voorspelt Melamed. Een studie van de Nationale Bank van Israël van dit jaar wees uit dat de grote immigratiegolf uit Rusland mede gezorgd heeft voor een stijging van 44 procent in de sociale uitkeringen. Liebembuk: «Alle grote immigrantenstromen hebben op lange termijn bijgedragen aan de groei van de Israëlische economie. Op korte termijn betekent het natuurlijk een zware last. Een groot deel van de begroting is bestemd voor immigratie en absorptie en de staat financiert het tekort onder meer met leningen in het buitenland.» Een Argentijns scenario is in zijn ogen echter overdreven. Liebembuk (fel): «Israël heeft nog nooit een default gehad, bovendien beschikken we over een zeer trouwe bondgenoot, de VS, die ons niet in de steek zal laten.»

Melamed is van mening dat Sharon zich over die nabije toekomst niet al te druk maakt: «Het is hem — als zionist van het eerste uur — vooral om de kinderen en kleinkinderen van deze immigranten te doen. Zij moeten de vele nakomelingen van de grote Arabische gezinnen straks in aantal overtreffen.»

Demografen nemen aan dat nog eens zeventigduizend joodse Argentijnen de komende jaren het land zullen verlaten. Een braindrain van ongekende omvang en volgens sommige analisten een extra aanslag op de economie, die voorheen juist draaide op de motor van een grote middenklasse. Argentinië gold wat dat betreft altijd als een gunstige uitzondering in Zuid-Amerika.

Het is een heksenketel bij Amia. De weinige werknemers kunnen de explosief groeiende stroom nieuwe armen die leven van voedselbonnen nauwelijks aan. Een van hen is niet te spreken over het stimuleren van de aliyah: «Ik ben geen voorstander van het zionistische gedachtegoed dat stelt dat je boven alles joods bent. Ik zie het precies andersom: deze mensen zijn Argentijnen, en we moeten samen hier onze problemen oplossen.»

De balans lijkt echter in het voordeel van de zionisten door te slaan. De bekende joodse leider Abraham Kaul, die destijds nog de functie van president van de Argentijnse Zionisten Organisatie bekleedde, zei begin dit jaar tegen The Jerusalem Report: «Dit is een historische kans voor een sterke aliyah-campagne. (…) De solidariteit betekent slechts een verlenging van de lijdensweg.» Sinds een paar maanden is Kaul president van Amia, in eerste instantie toch een belangen organisatie voor joodse Argentijnen. Zijn denkbeelden blijven onveranderd: «Bij Amia helpen we veel leden van de gemeenschap. Dan heb ik het over het minimum aan hulp. Wat ik deze mensen echter niet kan bieden, is waardigheid in de vorm van een baan die voldoende oplevert om ervan te leven. De enige plaats waar een jood heden ten dage een waardig bestaan kan leiden, is de staat Israël. Het is niet de taak van Amia om de mensen te eten te geven, voor woonruimte en onderwijs te zorgen. Dat is aan de Argentijnse regering!»

Een aantal weken geleden voorspelde Kaul in een interview met het blad voor Spaanstalige joden Aurora dat de Argentijns-joodse gemeenschap in Israël in 2010 groter zal zijn dan in eigen land: «Jammer genoeg zullen de mensen emigreren zolang deze regeringscrisis voortduurt en zij geen middelen van bestaan hebben.»