Interview met Martin van Creveld

‘Trek niet ten oorlog met een slecht geweten’

De Israëlische militair historicus Martin van Creveld mag graag provocerend uit de hoek komen. Kernwapens hebben de wereld veiliger gemaakt, zegt hij, ook als Iran er een paar zou krijgen. Zijn voorspellingen hebben de neiging uit te komen.

MARTIN VAN CREVELD (61), de wereldberoemde militair historicus, werd geboren in Rotterdam, maar zijn familie vertrok toen hij vier was naar Israël, waar hij nog altijd woont. Hij staat erop dat we Neder-lands spreken, zodat hij zijn moedertaal kan oefenen. Hij is jood en zionist, zegt hij beslist, en werd tot zijn teleurstelling afgekeurd voor de Israëlische dienstplicht. Zijn oorlogservaring reikt niet verder dan een Syrische granaatbeschieting bij een kibboets, vertelt hij spijtig: ‘Ik was jong en vond het prachtig. Maar toen we uit de schuilkelder kwamen, was er geen kibboets meer.’
Martin van Creveld: ‘Vechten tegen opstandelingen met hun guerrillatechnieken en terrorisme: we kun-nen er niets van. Moderne legers zijn niet in staat de oorlogen van nu te winnen. Kijk maar naar de ge-schiedenis van de afgelopen zestig jaar. Misschien willen ze nu eindelijk, eindelijk proberen er iets aan te doen. Ik heb al zestien jaar geleden geroepen dat er iets moest gebeuren. Weet u, men vindt het leuk om mij uit te nodigen op conferenties, maar men luistert niet naar wat ik zeg. Het is me wel eens recht in mijn gezicht gezegd: “U zegt van die leuke provocerende dingen. Maar we nemen u niet al te serieus.”’

Het lijkt Van Creveld niet te deren. Tijdens ons gesprek kraait hij het bij tijd en wijle uit van plezier. Be-studeren van oorlogvoering, geweldig vak! Van Creveld heeft inmiddels zeventien boeken op zijn naam staan, variërend van de rol van vrouwen in de krijgsmacht en Hitlers strategie op de Balkan tot de ge-schiedenis van de twintigste-eeuwse oorlogvoering. Dat laatste boek, oorspronkelijk vorig jaar versche-nen als The Changing Face of War, is nu vertaald in het Nederlands als De evolutie van de oorlog.
Zijn provocerende uitspraken deed hij soms te vroeg om effect te sorteren. Hij voorspelde dat, omdat atoombewapening grootscheepse conventionele oorlogen tot een zeldzaamheid maakte, grote leger-machten het best konden worden getransformeerd tot kleine, flexibele krijgsmachten. Dat proces werd echter rijkelijk laat ingezet. ‘Hadden we tien jaar geleden maar naar u geluisterd’, zei een Zweedse offi-cier eens tegen hem, ‘dat zou ons miljoenen dollars gescheeld hebben.’ In De evolutie van de oorlog stelt Van Creveld droogjes vast dat ‘als de machtigste landen tien procent van hun defensiebegroting voor andere doelen hadden bestemd, ze gemakkelijk elk menselijk wezen op aarde [hadden] kunnen voeden.’ In The Transformation of War (1991) voorspelde hij dat oorlogen tussen staten zeldzaam zou-den worden. Hij raadde natiestaten aan hun dure wapenprogramma’s te staken en hun krijgsmachten toe te snijden op low intensity conflicts, zoals die nu plaatsvinden in Irak en Afghanistan. Het boek ver-scheen aan de vooravond van Operation Desert Storm, de eerste Amerikaanse aanval op Irak. De oor-log leek Van Crevelds ideeën te logenstraffen. Maar in het boek wees hij tevens op de terroristische lo-gica om hard toe te slaan op het dichtstbevolkte stukje Verenigde Staten, Manhattan. En welk doel zou dan geschikter zijn dan de Twin Towers? Tien jaar later kwam ook die voorspelling uit.

In De evolutie van de oorlog schetst Van Creveld een heldere ontwikkeling. Hij ziet een continuïteit tus-sen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, hoe verschillend de oorlogvoering op het eerste gezicht ook lijkt. ‘Terugblikkend kan men zeggen dat het een dertigjarige oorlog is geweest met een twintigjarig be-stand ertussen. In beide gevallen is de beslissing gevallen door uitputting van Duitsland’, vertelt hij. Een scherpe breuk kwam met het afwerpen van de eerste Amerikaanse atoombom, op Hiroshima in 1946. Het was het einde van de interstatelijke oorlogen, en in zekere zin ook van de conventionele oorlogen zoals de wereld die gekend had. Kernbewapening kan de wereld wegvagen, dus waarom nog groot-scheeps oorlogvoeren? ‘Ik behoor tot de minderheid die vindt dat kernwapens de wereld veiliger hebben gemaakt’, zegt hij. ‘Ook als Iran er een paar zou hebben. Zolang wij er meer hebben, geldt: ook Iran kan vernietigd worden.’
Terrorisme is de toekomst van oorlogvoering. Dat is de rode lijn in Van Crevelds werk. Inmiddels zijn zijn visionaire uitspraken gemeengoed geworden onder het Amerikaanse militaire establishment. Hij gaf le-zingen voor de Amerikaanse legerleiding en de top van de CIA. The Transformation of War is het enige boek van een niet-Amerikaanse auteur dat verplichte kost is voor US Army-officieren. ‘Maar ik vraag me af of ze er veel van zullen leren’, zegt hij. En weer schatert hij het uit.
Onder de paraplu van de atoommachten kwam een type oorlogvoering op waar machtige landen nog altijd geen antwoord op hebben: opstanden van fanatieke, slecht bewapende groepen die gebruik ma-ken van terreur. Met sluwheid, wreedheid en vasthoudendheid compenseren zij hun gebrek aan militaire kracht. Volgens Van Creveld vormen zulke insurgencies, en de counterinsurgencies waarmee ze be-streden dienen te worden, een veel groter probleem dan kernwapens. Momenteel woeden dergelijke asymmetrische of low intensity conflicten in Irak en Afghanistan, en ook daar gaat het mis.
Volgens Van Creveld kan men kiezen uit twee manieren om ze te bestrijden. Er is de Hama-manier, verwijzend naar de wijze waarop de Syrische leider Hafez al-Assad korte metten maakte met een op-stand van de Moslimbroederschap. Hij liet de stad Hama, waar de opstandelingen sterk waren, omsin-gelen en met inwoners en al in puin schieten. Nadien verontschuldigde hij zich niet, maar stelde hij het lot van Hama ten voorbeeld aan eenieder die zich tegen hem zou verzetten. Het terrein van de moskee, een van de bekendste van Syrië, werd geasfalteerd en veranderd in een parkeerplaats. De horror van Hama, die tussen de tien- en vijfentwintigduizend doden kostte, deed de steun voor de opstand opdro-gen. En er is de diametraal tegengestelde methode die werd gevolgd in Noord-Ierland, waar de Britten kozen voor de fluwelen handschoen. Er werden meer Britse militairen gedood dan opstandelingen. Doordat dit decennia werd volgehouden verloor de opstand de steun van de bevolking en bloedde dood.

Wat de Amerikanen doen in Irak, stelt Van Creveld in De evolutie van de oorlog, is gedoemd te misluk-ken. Ze laveren tussen wreedheid en de fluwelen handschoen, waardoor ze in de ogen van de bevol-king, die hen blijft zien als bezetters, zijn verworden tot ‘zwakkelingen met een slecht geweten’. ‘Je hebt maar twee mogelijkheden’, zegt Van Creveld. ‘Of je houdt het langer vol dan de guerrilla’s en put hen uit, of je brengt meteen in het begin een keiharde slag toe. Nadeel van de eerste methode is dat als die te lang wordt voortgezet, er demoralisering volgt. Dat is de eigenlijke reden dat de belangrijkste staten van deze wereld in de laatste zestig jaar zoveel oorlogen van dit type verloren hebben. Niet omdat ze in het veld verslagen zijn, maar omdat ze gedemoraliseerd zijn geraakt. En dan kun je erover twisten wie het eerste gedemoraliseerd raakte en de rest aanstak: het leger, de burgerbevolking of de media, die altijd de schuld krijgen als het fout gaat. Je kunt beter één keer heel hard optreden, zodat iedereen dat kan zien. Dan zijn de misdaden tenminste achter de rug. We zijn in staat snel misdaden te vergeten. Maar een eindeloze reeks kleine misdaden, die jarenlang, dag na dag worden begaan, die kunnen we niet van ons afschudden. Dat is waar nu de Amerikanen in Irak mee worstelen.’
Vooralsnog is de Hama-optie een theoretische mogelijkheid.
‘Voor de westerse staten wel. Maar in de geschiedenis is hij keer op keer toegepast. Ik heb niet voor niets Il Principe van Machiavelli gebruikt als toelichting. Vaak is hardheid te verkiezen boven halfslach-tigheid, ook als je naar het totaal van wreedheden kijkt.’
U eindigt uw boek met de opmerking dat de tijd zal leren hoe we verder gaan met opstanden en terro-risme. Kijkt u eens in de toekomst.
‘We zullen blijven aanmodderen, omdat we niet durven kiezen. Irak is hopeloos. De enige reden waarom de Amerikanen daar nog zijn is dat het de Democraten en de Republikeinen nog niet gelukt is elkaar de schuld te geven. Dat is waar alle manoeuvres tussen Bush en het Congres om gaan. En dat is waar de levens van Amerikanen en Irakezen voor worden opgeofferd. Uiteindelijk zullen de Amerikanen zich te-rugtrekken in Koeweit en waarschijnlijk ook in Jordanië. Koeweit blijft onvermijdelijk een Amerikaanse basis, vanwege de opkomst van Iran.’
Hadden de Amerikanen ooit een kans in Irak?
‘Misschien wel. Als ze operatie Shock and Awe hadden uitgevoerd zoals het hoort en zich niet voor de slachtoffers en de vernietiging hadden verontschuldigd. Eenvoudig heel hard toeslaan en dan zeggen: zo doen we het, en als het jullie niet bevalt, doen we het nog een keer. In plaats van eindeloos te zani-ken over burgerdoden en collateral damage. Als je een slecht geweten hebt, trek dan niet ten oorlog.’
Wat moet Nederland doen met de troepen in Uruzgan?
‘De oorlog in Afghanistan wordt gekenmerkt door schizofrenie. Anders dan bij Irak was hij absoluut noodzakelijk. Geen land kan het zich veroorloven drieduizend landgenoten te laten vermoorden zonder terug te slaan. Maar vanaf het begin was duidelijk dat hij niet gewonnen kon worden. Waarom zou de bevolking vreemde soldaten steunen die het land bezetten en vroeg of laat weggaan? En het zijn nog ongelovigen ook. Ik ben er eens overheen gevlogen en ik was zeer onder de indruk van hoe wild en woest het land is. In de hele geschiedenis hebben verschillende rijken het willen veroveren en het is nooit gelukt. Wat uw soldaten betreft: zolang ze niet massaal sneuvelen, kan het niet zoveel kwaad dat ze daar zitten. U bent rijk genoeg om het te betalen en misschien kunnen ze nog wat goeds doen ook. Maar vroeg of laat moeten ze terug naar huis. Ik zou daar niet te lang mee wachten.’

Martin van Creveld, De evolutie van de oorlog: Van de Marne tot Irak, Spectrum, 368 blz., € 29,95