Trekken aan cirkels

De openheid en beweeglijkheid in het werk van Jan van der Ploeg zijn uitgevonden in de Renaissance. Zie Marcantonio Raimondi.

WANDSCHILDERING 171, uit 2006, van Jan van der Ploeg, heeft de subtitel 6-Pack - de alledaagse naam voor een pakket van zes blikjes bier bij elkaar gehouden door een geval van taaie plastic ringen. Die zes cirkels dicht op elkaar gaven Van der Ploeg het formele uitgangspunt waarop zijn wandschildering is gebaseerd. Het is een schema dat de kunstenaar in 2006 vaker heeft gebruikt, maar steeds anders, want aangepast aan de maten van de gegeven wand. Omdat de proporties van de wand zo waren als ze waren, is schildering 171 de meest compacte versie geworden. We zien twee in elkaar samenvallende vormgevingen tegelijkertijd plaatsvinden: er is een soepel plooibaar zwart patroon waardoor zes verschillende vormen op hun plaats worden gehouden. Omdat alle zes vormen aan de rand van de wand worden afgesneden, is geen van hen een volledige cirkel. Bijna een cirkel is alleen de geel-oranje vorm linksboven. De witte vorm rechtsonder lijkt alleen, als ellips, enigermate op een cirkel. Met de juiste visuele fantasie (waarop dit curieus abstracte werk een direct beroep doet) kunnen we ons echter in de andere vier vormen ook cirkels voorstellen. Die cirkels zijn vervolgens vervormd omdat elk van hen uit elkaar wordt getrokken in de richting van de hoeken van de wand - en wel in twee richtingen, horizontaal en verticaal. (Het zijn een soort vervormingen die je ook in het plastic omhulsel van een 6-pack ziet ontstaan als je er een blikje probeert uit te wringen.) Het buigzame zwarte patroon dat de vormen in elkaars buurt moet houden, is ten gevolge van het trekken aan de cirkels tegelijkertijd vervormd geraakt. Voor andere 6-Pack-versies stonden de kunstenaar langer gerekte wanden ter beschikking.
Hoewel het principe van hun vormgeving hetzelfde bleef, bleek de vervorming van de cirkels soms zo extreem dat Van der Ploeg ervoor koos het werk in maar één kleur uit te voeren. De vervormde cirkels bleven daar wit en alleen het patroon, dat in nummer 171 zwart is, kreeg een heldere kleur (bijvoorbeeld blauw of oranje). Door de maat van de wand werd dat patroon natuurlijk, in de breedte, ook behoorlijk uitgerekt zodat het werk eruit ging zien als een soepel deinende beweging van heldere kleur op ijl wit. Uiteraard kan die abstracte fantasie, zoals is gebeurd, ook in negatief worden uitgevoerd: een slingerende witte beweging op een blauwe wand bijvoorbeeld. Ik denk dat in nummer 171 zes verschillende kleuren zijn gebruikt omdat, vanwege de maat van de wand, het zwarte patroon te kortaf en gedrongen werd om alleen de schildering te dragen.
Dit lijkt een simpel werk. Hoewel er een schematisch principe aan ten grondslag ligt, is het toch proefondervindelijk en op het oog gemaakt. Ons kijken heeft echter een geschiedenis: er hebben zich voorkeuren en gewoontes vastgezet die vaak een gevolg zijn van vormgevingen in de klassieke beeldende kunst. Zo onmerkbaar is dat gebeurd dat we onze appreciatie voor de beweeglijke verhoudingen tussen vormen, en hun verfijnde maatvoering, zoals we die aan het werk zien in de wandschilderingen van Jan van der Ploeg, als volkomen natuurlijk ervaren. Dat geldt ook voor de kunstenaar zelf. Die kwaliteiten van openheid en beweeglijkheid zijn evenwel uitgevonden in de Renaissance - en zelden zijn ze met zoveel nadruk en helderheid geformuleerd als in de gravure De kindermoord in Bethlehem van Marcantonio Raimondi, naar tekeningen die speciaal hiervoor gemaakt waren door de onvergelijkelijke Rafaël.
Op een soort terras, tegen de achtergrond van een Romeinse architectuur die Bethlehem moet voorstellen, zien we hoe de slachtpartij wordt uitgevoerd. Hoewel het een hartverscheurend bloedbad geweest moet zijn, is er in de prent geen druppel bloed te zien. Er is veel gezwaai met zwaarden maar niemand wordt geraakt. Wel zien we dat de moeder die in het midden naar voren rent schreeuwt van angst. Maar ook het uitbeelden van doodsangst is aan historische codes gebonden. In die tijd kon er nog geen Bruce Nauman of Damien Hirst zijn. Het ging in deze prent om het helder uitbeelden van een bewogen en beweeglijke massascène in een overzichtelijke choreografie. Daarom dat terras als een toneelvloer - hoewel Rafaël ook wel wist dat de slachting doorging tot in de sloppen en stegen van het oude stadje. De vrouwen zijn uiteraard welvoeglijk gekleed, maar de soldaten zijn naakt - artistiek naakt waardoor de energie van hun houding en bewegingen des te helderder leesbaar is. Daarom ging het in deze prent (die in de kunst exemplarisch werd): om het drama van houding, beweging, gebaar en de tussenruimtes. Wat Rafaël betreft was er waarschijnlijk ook sprake van wedijver met zijn rivaal Michelangelo die dit soort dingen ook goed kon. Tenslotte waren ze in die jaren rond 1510 allebei niet ver van elkaar aan het schilderen in het Vaticaan.


PS Over het werk van Van der Ploeg (waarvan in Nederland sommige wandschilderingen permanent zijn geïnstalleerd, bijvoorbeeld in Boymans-Van Beuningen, het Haags Gemeentemuseum of bij de firma LeasePlan in Almere) is verschenen Wall Paintings 2005-2009, te verkrijgen bij zijn galerie Aschenbach & Hofland, Amsterdam. Het Rijksmuseum bezit, naast de hier genoemde, nog vele andere prenten van de onderschatte Raimondi. Ik zou willen dat ze die binnenkort eens in hun grafiekruimte tentoonstelden