Toneel: ‘De dokter’

Trending

De dokter, regie Robert Icke © Dim Balsem

Op het affiche van De dokter staat het gezicht van Janni Goslinga. Daar begint de actualisering al van Professor Bernhardi. In het ziekenhuisdrama uit 1912 van de Weense schrijver Arthur Schnitzler zijn de enige vrouwen in een door mannen bevolkt instituut de verpleegsters die zwijgend hún bevelen opvolgen. In de ita-enscenering van de Britse regisseur Robert Icke, een remake van de voorstelling die hij in 2019 maakte voor het Londense Almeida Theater, is de professor waar het stuk om draait een vrouw van nu. Het schandaal dat deze Ruth Wolff veroorzaakt, is in de bewerking die de regisseur zelf vervaardigde hetzelfde gebleven. Ze weigert een katholieke geestelijke toegang tot een jong meisje dat in haar kliniek ligt te sterven, om het kind te beschermen tegen het besef dat ze doodgaat. Maar het schandaal dat hierdoor ontstaat, speelt zich af via de sociale media. Arts-assistenten lezen – in het omineus traag ronddraaiende, abstracte interieur van decorontwerpster Hildegard Bechtler – verschrikt op hun telefoon de aantijgingen voor die daarop zijn verschenen. ‘Ik ben trending!’ roept een superieur spelende Goslinga geestig-wanhopig uit als iemand vraagt hoe het met haar gaat. De vader van het meisje, die in het ziekenhuis verhaal komt halen, reflecteert de woedende burgers die momenteel het gezag van (medische) autoriteiten weigeren te accepteren.

Maar het tegenbeeld dat Icke via de casting neerzet, grijpt nog dieper in op de verhoudingen binnen het ruim honderd jaar oude toneelstuk. Hij laat ook een aantal mannelijke personages vertolken door actrices, terwijl die in de tekst aangeduid blijven als heren. Indrukwekkende rollen levert dat in de ita-productie op, van Maria Kraakman, Nadia Amin en Farida van den Stoom die voor een mannelijk voorkomen niet meer nodig hebben dan de haren strak uit het gezicht. Bovendien laat Icke het spelerstableau flink verkleuren, wat aansluit bij zijn eigentijdse draai aan Schnitzlers waarschuwing voor het in zijn tijd oprukkende antisemitisme. In het originele toneelstuk wordt Bernhardi’s weigering van de geestelijke in het licht gezet van zijn joodse achtergrond. In Icke’s versie wordt de zwarte huidskleur van de priester erbij gehaald: heeft dat niet meegespeeld bij Wolff, die als directeur van de privé-kliniek toch voornamelijk witte, joodse vrouwen aanstelt?

Bijzonder aan deze kritische parodie op de uitwassen van de woke-beweging is de frictie die het castingspel met gender en kleur veroorzaakt tussen wat de toeschouwer hoort en ziet. ‘Ik ben de enige zwarte man hier!’ is de halve acteursrealiteit van dominante arts Farida van den Stoom. De priester (Bart Slegers) is weer alleen zwart in de verbeelding. Binnen de op hol geslagen discussie over uiterlijkheden verscherpt dit de blik op de kern van alle figuren. De voor de buitenwereld verborgen naasten van de professor die Icke toevoegt aan het stuk – een transgender puber (heerlijk sarcastisch neergezet door Ilke Paddenburg) en een kwetsbaar stille geliefde – blijken van grotere invloed op Wolffs beschermdrang van het stervende meisje dan de identiteitspolitiek die daarop wordt geprojecteerd. Dat is de oproep van dit bruisende, met een duizelingwekkende vaart uitgevoerde, discussiestuk. Kijk bij de ander naar binnen.


T/m 26 september en in mei te zien in Amsterdam; ita.nl