Over de Telefilms van 2017

Trends en tips

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: het zojuist afgesloten seizoen ‘Telefilms’.

Nog nooit zoveel op beeldschermen gefixeerde ogen en driftig op desktop of telefoon typende vingers gezien als in de deze week afgesloten jaargang van ‘Telefilm’. Dramaspanning schuilt minder vaak in enge schaduwen en wilde achtervolgingen, en vaker in de vraag of de hoofdrolnerd weet binnen te dringen in zwaar beveiligde computersystemen. Zij of hij kan hackend vuile geheimen van bedrijf of overheid aan het licht brengen (meest voorkomende variant), of zelf de crimineel zijn. Spectaculair is typen en schermstaren van zichzelf niet, dus er moet veel mimiek en licht- en geluidseffect aan te pas komen om het dreigende mes of pistool qua spanning te evenaren. Maar logisch is de vernieuwing wel, want de ‘arena’ van fictie is afspiegeling van veranderende samenleving en technologie (vroeger zag je nog wel eens iemand met een pen ‘een papieren brief’ schrijven in drama en kreeg of schreef ik er zelfs soms een, maar mijn laatste briefschrijvende vriend is dood). Ook logisch omdat Telefilms geacht worden in te spelen op actuele maatschappelijke thema’s en omdat ze dit jaar vooral bedoeld zijn voor jong publiek en dus uitgezonden op NPO 3.

Wat zijn Telefilms ook al weer? Nederlandse speelfilms, door onafhankelijke filmproducenten samen met omroepen voor de televisie gemaakt. Daar bovenop kunnen ze soms ook een bioscooproulatie krijgen. Curieus genoeg meldt de verder geheel bijgewerkte Wikipedia-site van Telefilm dat er sinds de start in 1998 45 films zijn gemaakt, terwijl de teller inmiddels toch echt op 111 staat. (Er is veel nepnieuws in de wereld, Trump waarschuwde er al voor.) Telefilm heeft wat zwakke maar vooral veel ‘voldoende’ films opgeleverd plus een paar juwelen (zoals Suzy Q, Ochtendzwemmers, Tussenland, BlueBird, De uitverkorene, Matterhorn, Aanmodderfakker). Omdat het losstaande films zijn, profiteren ze qua kijkcijfers niet van de voordelen die een geslaagde serie heeft: ik ken geen mensen die zeggen dat ze de avond vrijhouden omdat ‘Telefilm’ op de buis is. Maar zelfs een matig bekeken Telefilm trekt nog altijd rond 100.000 kijkers – een topper 600.000. Aantallen waarvan de meeste makers van bioscoopfilms alleen maar kunnen dromen.

Twee trends en twee tips. In vier van de zes producties speelt dus de digitale wereld, van hack tot Twitter, een belangrijke rol. In maar liefst twee daarvan gaan idealisten specifiek het Boze Bankwezen te lijf, waarbij sommige ‘zuiveren’ zelf ook vieze vlekken vertonen. En ja, daar kan drama goed in zijn: in aanklagen, maar ook voel- en zichtbaar maken van ambiguïteit, tussenkleuren, menselijk tekort. Overigens leverde die combinatie in deze twee (Het bestand en De aflossing) in mijn oog geen topkwaliteit op. De meest geslaagde van de ‘internetfilms’ vind ik Silk Road (regie Marc de Cloe; scenario Marc en Roeland Linssen). Zeer vakkundig gemaakt, van scenario en regie tot camera en art direction. Met een geloofwaardigheid die niet alleen op het waar gebeurde verhaal is gebaseerd (jong internettalent bouwt enorme webwinkel voor drugs op), maar die in filmische kwaliteit zit ingebakken. Mede dankzij de indrukwekkende drie jonge hoofdrolspelers (Olivia Lonsdale, Gijs Blom en Jonas Smulders). Lonsdale en Smulders schitterden eerder al samen in de bekroonde One Night Stand Geen koningen in ons bloed.

Medium vind die
‘Vind die domme trut en gooi haar in de rivier’

Twee maal is ‘pesten’ essentieel element in de thematiek. In de ouderwetse ‘analoge’ vorm, op een middelbare school (De terugkeer van de wespendief), met tragische consequenties in het volwassen leven van betrokkenen. En in de nieuwe digitale variant, waarin een ondoordacht geupload filmpje gruwelijke gevolgen in het echte leven van jongeren heeft. Deze laatste Telefilm, met de intrigerende of afstotende titel Vind die domme trut en gooi haar in de rivier (regie Ben Brand; scenario Ilse Ott en Ben Brand) is mijn favoriet van deze jaargang. Je ziet niet zo vaak Nederlandse films die in de lower class spelen en daarin ook nog overtuigend zijn.

De vader van Remco en Lizzy (prachtige rol van Wim Opbrouck) zit in het circuit van de illegale dierenhandel, specialiteit puppy’s uit Oost-Europa. Foute handel, zieke hondjes. Vader vindt Remco een loser, een sukkel, een nietskunner, en laat dat regelmatig weten. Remco is inderdaad niet erg handig, maar probeert zich te meer en wanhopig te bewijzen – bij zijn vrienden, thuis. En doet dat dan weer onhandig. Hij filmt zijn leuke zusje Lizzy wanneer die in opdracht van vader zieke hondjes in de rivier gooit. Begin van een tragedie. Een walgelijk verhaal, wat u zegt, maar wel ontstaan doordat de regisseur zo een filmpje op internet tegenkwam. En uit de vraag wie zoiets waarom zou kunnen doen. De kracht ligt niet in deze nare anekdote, maar in de geloofwaardigheid die Brand en Ott aan de personages en hun onderlinge betrekkingen geven. Natuurlijk is vader gruwelijk tegen zijn kinderen, maar als dat het alleen was, was het nauwelijks interessant.

Er is, soms, ook liefde en dolle pret. En de hoop bij Remco dat hij erkenning zal krijgen. Die lijkt te komen dankzij het aantal views dat zijn nare filmpje scoort. Maar begrijpelijke verontwaardiging van het internetvolk mondt uit in een heksenjacht, waarbij de krachten van het ‘goed’ tot het ultieme kwaad in staat blijken. Nogmaals – het is niet de anekdote of zelfs de moraal van het verhaal die dit tot zo een sterke film maakt. De kwaliteit ligt ook hier in alle departementen die film tot film maken; in fijnzinnige psychologische observaties; en in het prachtige spel van de pubers Nino den Brave en Senna Fokke. Adequate korte inhoudsbeschrijvingen van alle zes films vindt u hier. De films zelf hier.