HOMMAGE 

Très cool

HOMMAGE Serge Gainsbourg

Toen liedjesschrijver, componist, zanger, acteur en regisseur Serge Gainsbourg zijn beste werk al lang achter zich had liggen, was hij in Frankrijk nog altijd een graag geziene gast op televisie. Hij groeide uit tot cultheld als ongeschoren, kettingrokende en immer beschonken geilneef. Maar voordat hij een karikatuur van zichzelf werd, was hij een briljante liedjesschrijver en vernieuwer van het Franse chanson.

Serge Gainsbourg (1928-1991) werd in Parijs geboren als Lucien Ginzburg uit Russisch-joodse ouders. Zijn ouders ontvluchtten de Revolutie en de pogroms en belandden in Frankrijk. Vader Ginzburg had in Rusland het conservatorium gevolgd en kwam in Parijs aan de bak als pianist in bars en clubs. De familie Ginzburg wist de oorlog te overleven. Na de oorlog veranderde Lucien zijn naam in Serge Gainsbourg. In de voetsporen van zijn vader begon hij zijn carrière als barpianist. Ondertussen schreef hij liedjes. Zijn commerciële doorbraak kwam in 1965, toen France Gall met zijn nummer Poupée de cire, poupée de son het Eurovisie Songfestival won.

Vanaf de allereerste opnamen valt op hoe cool Gainsbourg was. Bewegingloos, maar met ingehouden woede spuugde hij zijn liedjes het publiek in. Hij was cynisch over de liefde, maar omringde zich met de mooiste vrouwen. Hij schreef liedjes voor France Gall, Juliette Gréco en Petula Clark en nam duetten op met Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Anna Karina. En natuurlijk met zijn grote liefde, Jane Birkin. Gainsbourg vernieuwde het Franse chanson met invloeden van jazz, latin en rock-’n-roll. Zijn houding was sophisticated warholiaans. In een interview merkte hij ooit op: ‘Ik heb geen ideeën, alleen woordassociaties. Ik bevind me in een groot vacuüm.’ De ironische songteksten, die vaak naar (Amerikaanse) populaire cultuur verwijzen, doen nog steeds fris aan. Zoals het tamelijk geniale Bonnie & Clyde (1967): Gainsbourg in duet met een onderkoeld zingende Brigitte Bardot en met vervreemdende gilletjes op de achtergrond. Of Comic Strip (1967), ook met Bardot. Met dergelijke nummers sloot Gainsbourg naadloos aan bij de popart.

Voor veel hedendaagse artiesten geldt Gainsbourg nog altijd als voorbeeld. De (vroege) liedjes van Gainsbourg hebben precies de goede balans tussen bozigheid en lichtvoetigheid die popmuziek nu eenmaal moet hebben. En voeg daarbij de nodige seks en rebellie. Er was natuurlijk de schandaalhit Je t’aime (moi non plus) (1969), waarin Jane Birkin een orgasme simuleerde. Ook varieerde Gainsbourg graag op het Lolita-thema, wat resulteerde in vele ondeugende liedjes, zoals Marilu (1965) waarin de ik-persoon een jong meisje het bed in praat. En het conceptalbum Melody Nelson (1971) over de veertienjarige Melody Nelson, in de bijbehorende film vertolkt door Jane Birkin. In 1978 haalde Gainsbourg zich de woede van oorlogsveteranen op de hals met het nummer Aux armes etcaetera, een reggaeversie van Le Marseillaise. Niet zozeer de reggaebeat was het probleem, als wel dat Gainsbourg niet de moeite had genomen het hele refrein te zingen, maar bleef steken bij «aux armes etcaetera».

Maar gaandeweg kreeg de beschonken provocateur in Gainsbourg de overhand op zijn cool en artistieke kwaliteiten. Zijn latere uitstapjes naar disco (Love on the Beat, 1984) zijn minder geslaagd. Ook schreef en regisseerde hij nog een viertal curieuze films, met als dieptepunt het incestueuze Charlotte for Ever (1986) waarin zijn toen vijftienjarige dochter Charlotte Gainsbourg halfnaakt optreedt. Het is beter hem te herinneren als de bevlogen liedjesschrijver en zanger die hij in de jaren vijftig, zestig en zeventig was.

Serge Gainsbourg, een hommage. Paradiso (23 september), Nederlands Filmmuseum (21, 22, 24 en 27 september) en Maison Descartes (gratis toegang), Amsterdam.

www.maisondescartes.nl, www.paradiso.nl, www.filmmuseum.nl