HOLLAND FESTIVAL

Tribune in de hoofdrol

Carmen

Er staat een grote tribune op het toneel. Het publiek dat de zaal van de Stopera is binnengekomen kijkt naar het publiek dat de tribune op loopt, gaat zitten, even kletst, in het programma kijkt en afwacht wat er gaat gebeuren. Eigenlijk houd ik daar niet erg van bij een opera. Toneel op het toneel, het koor als operapubliek, de opera is een opera; het is altijd toepasbaar, als je niet iets anders weet.
Maar regisseur Robert Carsen doet er in Carmen iets bijzonders mee. Het operapubliek op zijn tribune komt al tijdens de ouverture – met alle overbekende melodieën van Bizet – overeind. De vrouwen, oud en jong, dun en dik, nemen de houdingen aan van een uitdagende Carmen. De mannen, groot en klein, jong en oud, maken de gebaren van een trotse toreador. Samen komen ze van wellustige poses terecht in een dreigende situatie: duistere Don Josés belagen hun Carmens met een groot mes. Aan het eind van de ouverture blijken de dolken niet in vrouwen maar in sinaasappels te zijn gestoken. Het is allemaal maar spel. Maar de gevoelens van wellust, machismo, trots, doodsdrift en moordzucht zitten in iedereen. Daarom komen we altijd maar weer naar deze opera van Georges Bizet uit 1875 kijken, waarin Don José, een eenvoudige, naïeve korporaal, in Sevilla wordt verleid door een prachtige en vurige zigeunerin, deserteert en smokkelaar wordt, en wraak neemt als zijn Carmen er vervolgens met de toreador Escamillo vandoor gaat.
De voorstelling die de Nederlandse Opera ervan geeft heel veel succes, maar ik heb toch een paar bedenkingen. De begeleiding door het Concertgebouworkest onder leiding van de nieuwe vaste operadirigent Marc Albrecht leek mij net een fractie te sloom (misschien uit wederzijds respect). De enscenering met de tribune in de hoofdrol heeft goede en minder goede kanten.
In het eerste bedrijf, als Carmen (een grootse, wulpse Nadia Krasteva) Don José (een heel timide en jongetjesachtige, pas op het laatst in Korea gevonden Yonghoom Lee) verleidt, doet regisseur Carsen mooie dingen met zijn tribune. De kinderen van het kinderkoor kruipen er overheen, verstoppen zich, schieten elkaar dood, ze laten zien hoe gemakkelijk dat gaat en becommentariëren daarmee een van de thema’s van de opera. De vrouwen uit de sigarettenfabriek – in opvallend lelijke fabriekskleding – hangen languissant op die tribune en laten zien hoe wellustig ze kunnen zijn. De voorstelling is van begin tot eind ongekend seksueel, maar dat is niet alleen maar winst. Als Carmen alleen maar een gewone hoer is, verdwijnt er iets van het raadsel dat deze vrouw en haar strijd voor haar persoonlijke onafhankelijkheid nog altijd actueel maakt.
De tribune is overbodig in het tweede bedrijf (een bedompte taverne) en het derde bedrijf (een berglandschap). Daar moet hij door de belichting verdoezeld worden. Maar in het laatste bedrijf staat hij er in volle glorie, volgepropt met mensen, die gespannen wachten op het komende stierengevecht. Zij en wij krijgen echter tegelijk ook een ander gevecht te zien, dat van Don José met Carmen. Terwijl er triomf wordt gezongen voor de toreador gaat Carmen ten onder. Ook in het gezicht van de dood zwicht zij niet voor haar afgewezen minnaar Don José. Want vrij is zij geboren en vrij zal zij sterven! Als toeschouwers hebben we af en toe de spanning van het theater, het stierengevecht of de opera nodig als we zelf niet moedig genoeg zijn om te kiezen voor de vrijheid of de dood.

Carmen, t/m 8 juli in het Muziektheater Amsterdam, www.dno.nl