Uitbuiting in de zorg

Trillende handen aan het bed

Bulgaarse bedrijven leveren inwonende thuiszorg voor ouderen in Nederland en België. Ondanks ernstige mankementen in de bedrijfsvoering en structurele onderbetaling van de – vaak ongediplomeerde – werknemers komen ze er nog altijd mee weg. Er is nauwelijks controle.

Medium hh 5164942
Ouderen kiezen ervoor om langer thuis te blijven wonen © Martin Parr / Magnum / HH

Pavlina Dimitrova zit in het vliegtuig op weg naar Nederland. De 32-jarige Bulgaarse komt uit Gorna Oryakovitza, een stadje in het midden van Bulgarije. Daar woont ze met haar gepensioneerde ouders in een klein appartement. Als kok in een restaurant verdient ze rond de vierhonderd euro per maand, niet genoeg om een woning voor zichzelf te huren. Toen ze de kans kreeg om bij het Bulgaarse bedrijf Care4You aan de slag te gaan en in Nederland een oudere vrouw te helpen in het huishouden aarzelde ze dan ook geen moment. Ze heeft al eerder in het buitenland gewerkt vanwege het betere salaris en bovendien spreekt ze Duits, ze redt zich wel.

Als Pavlina aanbelt bij haar klant in Enschede doet een vrouw in een rolstoel open. Dit moet een vergissing zijn, denkt de Bulgaarse. Met haar nieuwe werkgever had ze afgesproken dat ze als inwonende huishoudelijke hulp bij een oudere dame zou gaan werken. Over een rolstoel had niemand iets gezegd. Moet zij voor deze invalide vrouw gaan zorgen? Daar is ze niet voor opgeleid. ‘Ik kon dat niet duidelijk maken aan mijn zorgcliënt’, vertelt Pavlina. ‘Ze sprak geen woord Duits.’ Haar werkgever drukt haar op het hart dat het wel goed zal komen. Ze zou deze invalide vrouw wellicht wat vaker moeten ondersteunen, maar dat krijgt ze vast binnen de kortste keren onder de knie.

Teruggaan is voor Pavlina geen optie. Haar werkgever deelt haar fijntjes mee dat ze een contract heeft getekend waarin staat dat ze een boete van tienduizend euro betaalt als ze binnen een termijn van zes maanden stopt. Dat bedrag kan ze onmogelijk opbrengen.

Schrijf u in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in uw mailbox.

In Enschede moet ze 24 uur per dag ter beschikking staan van haar zorgklant. Ze zet drie keer per dag het eten op tafel, doet boodschappen, houdt het huishouden bij en helpt haar klant waar nodig. Bij opstaan en naar bed gaan, als ze spullen wil pakken, of zich door het huis wil bewegen.

Voor de eerste twee weken krijgt ze tweehonderd euro. In de maanden die volgen ontvangt ze telkens 670 euro per maand, hoewel haar 1560 euro per maand was beloofd. ‘Ik kon geen kant op’, zegt Pavlina. ‘Ik voelde me een gevangene.’ Dat zal zo blijven tot haar verplichte half jaar erop zit.

Deze uitbuitingspraktijken zijn inmiddels normale praktijk voor werknemers van de bedrijven van de Bulgaarse zussen Silviya en Teresa Muller. Zij staan aan het hoofd van negen thuiszorgbedrijven, die afwisselend op naam staan van een van de twee zussen – of van beiden, of in combinatie met de naam van hun vader. De dienstverlening is echter dezelfde: inwonende thuiszorg voor ouderen in Nederland en België. En Care4You, waar Pavlina in dienst is, is daar een van. De zussen richten zich op ouderen die dag en nacht ondersteuning nodig hebben, maar nog wel thuis willen blijven wonen. Hun werknemers helpen met wassen, strijken, boodschappen doen, aankleden en uitkleden en vangen zo het werk van een mantelzorger op. De klant betaalt daarvoor maandelijks rond de 2500 euro.

De zussen hebben de taken handig verdeeld. Het in België geregistreerde bedrijf SeniorCare24 staat op naam van Silviya Muller. De zorgklanten die in Nederland en België met de zussen in zee gaan, denken dat ze thuiszorg afnemen van dit bedrijf. Maar deze onderneming focust enkel op de klantenwerving en de pr van de dienstverlening. Het uiteindelijke contract dat de zorgvragers ondertekenen staat op naam van een van hun Bulgaarse bedrijven. Dit bedrijf sluit ook de contracten met de werknemers af.

Silviya en Teresa Muller begonnen met hun bedrijven in 2009 en zetten ze tot op de dag van vandaag ongestoord voort. ‘We doen aan ondersteuning en begeleiding’, zegt Silviya aan de telefoon van SeniorCare24. ‘We doen alles op het vlak van verzorging, maar we bieden geen medische hulpverlening. Dat is en blijft voor de verpleging.’ Tijdens ons onderzoek komen we er echter achter dat in veel gevallen de werknemers wel degelijk ook taken op zich moeten nemen die eerder passen bij een wijkverpleger.

In totaal wonen er in Nederland een paar honderd werknemers uit lagelonenlanden bij ouderen in, zo schat socioloog Marianne van Bochove, die voor de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek deed naar het fenomeen en in 2017 haar onderzoeksresultaten publiceerde. Naast SeniorCare24 zijn er nog zo’n vijftien soortgelijke spelers op de Nederlandse zorgmarkt, waaronder Zuster in Huis, Happy HomeCare en het 24 Uurs Zorgloket. Hoewel Van Bochove tijdens haar eigen onderzoek naar dit type bedrijven geen misstanden aantrof, constateert ze wel dat de werknemers zich in een kwetsbare positie bevinden: hun werk speelt zich af buiten het zicht van de meeste inspectiediensten en het risico van overbelasting en vereenzaming is groot.

Van Bochove verwacht dat dit type zorgverlening zal toenemen. In 2015 wijzigde de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten definitief, waarmee de toegang tot zorgcentra beperkter werd en lichtere vormen van zorg bij gemeenten zijn ondergebracht. Ouderen die ervoor kiezen om langer thuis te blijven wonen, krijgen in veel gevallen financiële ondersteuning van de overheid vanuit de Wet langdurige zorg. Zij gebruiken vervolgens hun persoonsgebonden budget (pgb) om voor de benodigde thuiszorg te betalen. Laagbetaalde zorg door migranten uit arme EU-landen is dan een aantrekkelijk alternatief.

In 2011 stelde Evelien Tonkens, hoogleraar burgerschap en humanisering, al dat Nederlandse politici een standpunt zouden moeten innemen over dit type zorgverlening in Nederland. Politiek gezien is er sindsdien volgens Tonkens weinig gebeurd: ‘Vanuit d66 Amsterdam is er in 2015 gepleit voor onderzoek hiernaar, maar standpunten heb ik nog niet gezien. Intussen is er wel een markt gekomen voor dit soort zorg. In Italië is men door schade en schande wijs geworden en meer gaan reguleren. Aan die wetgeving zou Nederland een voorbeeld kunnen nemen.’ Concreet denkt Tonkens aan een speciale cao voor de zorgmigranten die deze diensten leveren, inclusief het recht op scholing en een verplicht lidmaatschap bij de vakbond op kosten van de werkgever.

Dat lijkt geen overbodige luxe. De werkomstandigheden van de oud-werknemers die we voor dit onderzoek hebben gesproken waren over het algemeen beroerd. Ze werden voorgelogen en op een slimme manier verleid tot het tekenen van een wurgcontract en kregen in veel gevallen slechts een derde van het bruto wettelijk verplichte Nederlandse minimumloon. Tegelijkertijd zijn er grote vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van de zorg van goedbedoelende maar ook ongediplomeerde zorgverleners. Hoe kan het dat dit soort praktijken in Nederland plaatsvinden? Om daarachter te komen lopen we de bedrijfsvoering van de twee zussen na.

‘Care for you? Dat bedrijf zit hier niet.’ In een bedrijfsverzamelgebouw in de buitenwijk van de Bulgaarse stad Veliko Tarnovo probeert een baliemedewerkster de 22-jarige Aneta en haar ‘vader’ Timur in eerste instantie af te poeieren. De twee reageren tijdens een undercoveractie op de vacature voor ‘social assistant’ die in de regionale krant stond.

Timur stelt dat dit toch echt het adres was dat hij had gezien bij de vacature. Vanuit deze locatie nemen de twee zussen vrouwen aan die ze aan het werk zetten bij ouderen in België en Nederland.

Rositsa: ‘Mijn cliënt had iemand nodig die 24/7 voor hem zorgde. Hier was ik totaal niet op voorbereid’

De receptioniste vraagt om even te wachten, stapt achter haar bureau vandaan en loopt een kamertje binnen aan het eind van de gang. Als ze terugkomt, blijkt ze toch te kunnen helpen en overhandigt ze een flyer met een telefoonnummer. Van haar manager, zo blijkt. Onze collega’s stellen toch nog wat vragen. ‘Maakt het uit dat ze pas 22 jaar is?’ vraagt Timur. Dat is geen probleem, verzekert de receptioniste. En als er iets is, kan Aneta altijd bellen naar de coördinator in Nederland. Ook blijkt Aneta’s ‘schoolengels’ – voldoende, en doet het er niet toe dat ze geen verpleegkunde heeft gestudeerd: ze zal vooral helpen in het huishouden, wordt haar gezegd. De receptioniste ontdooit en lacht Aneta bemoedigend toe. Ze maakt goede kans op de baan. Misschien kan ze zelfs over een paar weken al aan de slag.

Rositsa (34) pakt haar sigarettendoosje en haalt er een sigaret uit. Ze draagt een bodywarmer over haar T-shirt met lange mouwen, net als haar moeder, met wie ze een appartement deelt in de Bulgaarse kustplaats Burgas aan de Zwarte Zee. De vloer van de keuken staat vol weckpotten met groenten voor de winter. Terwijl we praten, dreunen vrolijke beats uit de kleine vierkante televisie op het eind van de tafel, die op mtv staat. De oud-werkneemster van Care4You heeft ons bij haar thuis uitgenodigd om te vertellen over haar ervaringen met het bedrijf. Haar handen trillen als ze haar sigaret opsteekt. Ze vermant zich.

Het was zwaar werk op haar eerste adres in Stekene, België, dicht bij de grens met Nederland. Net als aan Pavlina was ook aan haar verteld dat er iemand nodig was voor de gezelligheid en het huishouden. ‘Mijn cliënt had echter iemand nodig die 24/7 voor hem zorgde. Hij had een pacemaker en huidkanker in een vergevorderd stadium. Omdat hij veel moeite had met opstaan, moest ik hem de hele tijd optillen als hij iets wilde doen. Toen ik dat voor het eerst deed, schuurde ik zijn huid open. Ik voelde me afschuwelijk. Ik had dan wel 2,5 jaar voor mijn zieke oma gezorgd, hier was ik totaal niet op voorbereid.’

Het huis van haar zorgklant stond op het platteland, afgelegen. Ze spreekt geen Nederlands en wist zich geen raad in het vreemde land. Het was alleen zij en haar zorgklant. En van de organisatie kon ze geen hulp verwachten. ‘Na elke werkdag moest ik verslag doen van wat er die dag was gebeurd. Ik deed het elke dag, maar ik vraag me af of mijn verslagen wel werden gelezen. Als reactie kreeg ik altijd hetzelfde bericht: “Bedankt voor je verslag.” Het leek wel een robot.’

Haar cliënt overlijdt in de eerste week dat ze er werkt. Daarna komt Rositsa bij een koppel terecht. Beide echtgenoten lijden aan alzheimer. Ze moet zowel het huishouden als de verzorging en verpleging op zich nemen, wat voorheen gedaan werd door meerdere hulpverleners. Ze dient ook medicijnen toe. De vrouw is incontinent, vertelt Rosita, en verspreidt haar urine gedachteloos door het hele huis. De man maakt Rositsa om vier uur ’s nachts wakker om koffie te drinken, waardoor Rositsa zelfs ’s nachts niet aan rusten toe komt. En het stel vergeet regelmatig dat ze hebben gegeten. ‘Wanneer ze dan nog een keer willen eten, en ik het niet maak, worden ze boos. Een keer begon de man zelfs borden naar me te gooien. Ik moest me opsluiten in mijn kamer om niet geraakt te worden.’ Na dit incident mocht ze eindelijk weg bij de twee cliënten.

Ook Rositsa heeft nooit het salaris ontvangen dat haar was beloofd. Voor de vijf maanden dat ze voor de zussen werkte, heeft ze wisselend tussen de driehonderdvijftig en vierhonderd euro ontvangen per maand in plaats van de beloofde zevenhonderd euro, wat bovendien zou verdubbelen in de periode dat ze voor twee mensen zou zorgen. Eerder met het werk stoppen ging niet, want net als Pavlina had ze een contract getekend waarin stond dat ze tienduizend euro moest betalen bij contractbreuk binnen een half jaar.

Medium rositsa 1
Rositsa, Burgas, Bulgarije © Anoek Hofkens

Als haar moeder overlijdt is de 58-jarige Nederlandse bewegingstherapeut Jeanine ten einde raad. Niet alleen is de toch nog plotselinge gebeurtenis zeer triest, haar invalide vader is nu ook zijn mantelzorg kwijt. Die zorg overnemen is onmogelijk, Jeanine en haar zus wonen in Nederland, het huis van hun ouders staat in België. Ze brengen hun vader tijdelijk onder in een verzorgingstehuis, maar voor de lange termijn is er geen plek voor hem. Binnen een paar weken moet hij weer naar huis.

Ze bespreekt haar zorgen met de Belgische wijkverpleegkundige die haar vader al lange tijd verzorgt. Zij vertelt over de 24-uurs ouderenzorg van SeniorCare24. De werknemers kunnen alles overnemen: de dagelijkse verzorging, maar ook het huishouden. Het klinkt Jeanine goed in de oren: ‘We vonden het een interessante en betaalbare optie – er zijn zoveel duurdere – en een van de twee zussen maakte aan de telefoon een betrouwbare indruk.’

Haar vader gaat weer thuis wonen en de Bulgaarse hulp kan al gauw aan de slag. ‘De verzorgster was zeer ervaren. Het was een stevige dame. Ze pakte de dingen meteen goed op en schrok niet van de wat lastiger klusjes. Ze sprak geen Nederlands, alleen een klein beetje Duits, maar met handen en voeten lukte het ons om met elkaar te communiceren.’

Alles gaat goed, iedereen is tevreden, maar dan hoort Jeanine van de Bulgaarse dat haar werkgever haar maant geen moment van de zijde van haar zorgklant te wijken. ‘Wij gingen daar zelf toch wat soepeler mee om. Mijn zus en ik zorgden ervoor dat een van ons er altijd in het weekend was. Anders lijkt het een beetje op slavernij, vonden wij. Of meer op de horigen uit het feodale stelsel in de Middeleeuwen.’

Het ongemakkelijke gevoel groeit als Valeria arriveert, de tweede verzorgster. ‘Van haar hoorden we na een paar maanden dat ze structureel te weinig salaris kreeg, het kwam ook altijd te laat. Ze durfde er niks van te zeggen, bang voor eventuele gevolgen.’

Jeanine omschrijft de organisatie inmiddels als ‘ontransparant’. ‘Wij betaalden ons blauw, en regelmatig werd de prijs ook verhoogd, maar de werkneemsters verdienden een schijntje. Tenminste, als we Valeria mogen geloven, en dat doen we. Ik herinner me ook dat er een keer iets vreemds aan de hand was met de vliegtickets. Wij werden gevraagd om die te betalen, maar de organisatie hield die ook in op het salaris van Valeria. Toen we de organisatie ernaar vroegen, kregen we er geen eenduidig antwoord op. Het bleef vaag.’

Jeanine zou de organisatie inmiddels niet meer aanraden. ‘Ik weet hoe fijn het is als je vader gewoon thuis kan blijven wonen, maar de communicatie tussen mijn licht dementerende vader en de werkneemsters was toch altijd een lastig punt. Je kunt je bovendien afvragen hoe ethisch het is om één persoon de verantwoordelijkheid te geven om 24 uur per dag voor iemand klaar te staan. Eigenlijk heb je een team van mensen nodig die elkaar afwisselen. Natuurlijk wist ik dat de verzorgsters werk deden waarvoor ze gekozen hadden. Maar achteraf heb ik me wel eens afgevraagd hoe vrijwillig het is als dit je enige kans is op werk, om genoeg geld te verdienen om rond te komen.’

De 57-jarige Thalitha zit met gebogen schouders tegenover ons aan een houten picknicktafel in een park nabij de stad Veliko Tarnovo, Bulgarije. Vijf jaar geleden ging ze aan de slag bij de Bulgaarse zussen. Vandaag draagt ze een zonnebril en heeft ze de capuchon van haar zwarte vest over haar hoofd getrokken. Angstvallig wendt ze haar hoofd af als er mensen passeren. Ze is door haar oud-werkgever meermalen bedreigd, en ze wil anoniem blijven. ‘Ik wil het risico niet lopen’, zegt ze met zachte stem. ‘Maar ik wil mijn verhaal doen, want ze blijven maar doorgaan met hun praktijken. Ik ben niet de enige die wordt bedreigd en van wie ze stelen. En ze komen er ook nog mee weg, want ze doen dat heel slim’, zegt ze.

Thalitha: ‘Ik ben niet de enige die wordt bedreigd en van wie ze stelen. En ze komen er ook nog mee weg’

Ondanks ernstige mankementen in de bedrijfsvoering en de structurele onderbetaling van werknemers kunnen de zussen hun praktijken in de Lage Landen jarenlang voortzetten. ‘Er vindt bij relatief kleine spelers nauwelijks controle plaats’, geeft Jan Cremers als verklaring. Hij is onderzoeker op het gebied van arbeidsrecht en Europese sociale wetten aan de Universiteit Tilburg. ‘Als je de arbeidsinspectie qua menskracht zet tegenover het aantal ondernemingen, bestaat de kans dat je één keer in de 35 jaar wordt gecontroleerd.’

Maar er is meer aan de hand. Want zelfs al zou de Nederlandse arbeidsinspectie erachter komen hoe de Bulgaarse bedrijven van de gezusters Muller omgaan met hun werknemers, dan nog is het maar de vraag of ze ervoor kan zorgen dat ze deze werkzaamheden gedwongen kan stoppen. In Nederland valt de naleving van cao’s namelijk onder het privaatrecht. Dat betekent dat er ook een private partij nodig is om te procederen: een werkgeversvereniging, vakbond of groep werknemers die zich er hard voor maakt. En dat is niet altijd het geval.

In België pakken ze het beter aan, vindt Cremers. Daar valt het toezicht op de naleving van de cao-voorwaarden onder het strafrecht. De bevindingen van de Belgische arbeidsinspectie komen daardoor automatisch terecht bij de procureur des konings. Die beslist om al dan niet strafrechtelijk te vervolgen, waarna hij gevangenisstraffen of geldboetes kan opleggen voor illegale constructies.

Op die manier zijn de zussen tegen de lamp gelopen in België. In november 2016 heeft de correctionele rechtbank van Antwerpen het Bulgaarse bedrijf Care4You veroordeeld bij verstek voor het niet respecteren van het minimumloon van 82 werknemers. Ook oordeelde de rechter streng over het niet betalen van overuren en vakantiedagen. Daarbij bevestigt het vonnis dat er onterechte inhoudingen zijn gedaan op het salaris, zoals verschillende werknemers getuigen. De werknemers hadden overigens een clausule ondertekend waarin ze beloofden geen informatie te delen over het bedrijf met de inspectiediensten. Als ze dat toch zouden doen, zouden ze worden ontslagen en een boete krijgen van duizend euro.

Dat getuigt volgens de rechter van een ‘frauduleuze ingesteldheid’. ‘Beklaagden organiseerden bewust, willens en wetens, de sociale fraude’, klinkt het in het Belgische vonnis. Er werden twee geldboetes opgelegd: één voor Care4You en één voor Teresa Muller persoonlijk, de eigenaar van het bedrijf. In totaal gaat het om een geldsom van bijna vijf miljoen euro en een gevangenisstraf van vijftien maanden met onmiddellijke aanhouding voor Teresa Muller. Aangezien zij niet bij de zitting aanwezig was, kon ze niet direct gearresteerd worden.

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg werkt op basis van tips, met name als er meldingen binnenkomen via andere zorgverleners of huisartsen. Daarbij vinden de Bulgaarse ondernemers ook op dit gebied feilloos de mazen van de wet.

De Inspectie controleert met name de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. De diensten van de Bulgaarse zussen worden verkocht als huishoudelijke hulp, en vallen dus buiten het toezicht van de Inspectie. Het is aan de zorgvrager om in te schatten of er risico’s zijn aan het type zorg dat hij of zij inkoopt.

‘Hulp met medicatie en steunkousen aantrekken valt formeel wel onder ons toezicht, maar je kunt je voorstellen dat de ene handeling, zoals het toedienen van medicatie, veel risicovoller is dan de andere, zoals steunkousen aantrekken’, verklaart de woordvoerster van de Inspectie.

Bovendien zal het bemiddelingsbedrijf SeniorCare24 de dans ontspringen mocht de Inspectie langskomen. De Inspectie doet namelijk alleen uitspraken over de kwaliteit van zorg als er sprake is van een contract tussen de Nederlandse cliënt en een zorgverlener. Als een organisatie niets anders doet dan de twee partijen met elkaar in contact brengen, en dus niet als werkgever op het contract staat vermeld, wordt dat bedrijf niet onder toezicht gesteld. Zo blijft het bemiddelingsbedrijf buiten schot. Het contract dat de klanten tekenen, wordt aangegaan met een van de Bulgaarse bedrijven, niet met SeniorCare24.

Dat de regelgeving rondom het arbeidsrecht stopt bij de landsgrenzen is ook problematisch. ‘Dat is een van de grote missers in de aansluiting van het Europees en het nationaal recht’, zegt onderzoeker Cremers. ‘Elke onderneming mag zich in Bulgarije vestigen en van daaruit via vrije dienstverlening mensen gaan uitzenden. Toch houden de controles op aan de nationale grenzen en hebben inspecteurs weinig mogelijkheden om een onderneming van de markt te halen. Het pijnlijke is dat een werknemer vaak zijn gelijk niet kan halen bij een Nederlandse rechter, maar wordt doorverwezen naar het land waarmee hij een arbeidscontract heeft.’

Een mogelijke oplossing biedt de zogenaamde Europese Arbeidsautoriteit, in maart 2018 voorgesteld door Marianne Thyssen, Eurocommissaris voor Werk en Sociale Zaken. Dat orgaan zou, als de lidstaten en het Europees Parlement ermee instemmen, in 2019 van start kunnen gaan met ruim honderd personeelsleden en een budget van vijftig miljoen per jaar. Het agentschap moet instaan voor een betere samenwerking tussen de verschillende landen. Cremers ziet dat wel zitten: ‘Er is op dit moment een goede samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische inspectie, maar eigenlijk mag een Nederlandse inspecteur niets in België doen. De Europese autoriteit zou de legitimering moeten leveren voor die gezamenlijke activiteit. Daarnaast zou zo’n autoriteit kunnen optreden bij fricties in de interpretatie tussen het ene land en het andere, of tussen nationaal en Europees recht.’ De onderbetaling van de Bulgaarse zorgverleners zou zo aangepakt kunnen worden.

Pavlina Dimitrova is een van de werknemers die het er nu al niet bij liet zitten. Zij stapte naar de rechter in Bulgarije om haar achterstallige salaris op te eisen. Ze is een van de weinige oud-werknemers van Care4You die dat aandurft. ‘De meeste anderen zijn bang of hebben geen geld om een rechtszaak te beginnen. Ik ken ook veel mensen die er wel aan zijn begonnen, maar het uiteindelijk hebben opgegeven.’

Maar Pavlina heeft doorgezet. Ze heeft drie rechtszaken tegen het bedrijf aangespannen en die stuk voor stuk gewonnen. Het bedrijf Care4You is haar 6422 Bulgaarse lev verschuldigd. Omgerekend is dat ongeveer 3280 euro. Dat dekt haar salaris en de onkosten die ze maakte voor de rechtszaken. Maar vlak na de uitspraak van de rechter valt er bij Care4You ineens niets meer te halen.

Plamena Gadzhonova, de advocaat van Pavlina, legt uit hoe dat kan: ‘Teresa Muller moet hebben aangevoeld welke kant het met de rechtszaak op ging, want op de valreep verkocht ze Care4You.’ Het bedrijfspand ter waarde van honderdduizend Bulgaarse lev doneerde ze aan een van haar andere bedrijven: Miosotis. De advocaat vermoedt dat de nieuwe eigenaar van Care4You een katvanger is. ‘Het gebeurt in Bulgarije regelmatig dat bedrijven vijftig lev geven aan iemand om hun firma op zijn of haar naam te zetten op het moment dat zo’n bedrijf in de problemen zit. Arme mensen worden zo gebruikt om bedrijven te “dumpen” die in de schulden zitten. En er is geen wet die het verbiedt.’

Om erachter te komen of Care4You inderdaad is ‘gedumpt’ op deze manier stuurden Pavlina en haar advocaat een brief per aangetekende post naar het nieuwe adres van het bedrijf, een adres in Sofia. Twee dagen later kregen ze de brief retour. Het pand blijkt leeg, er woont of werkt niemand.

Pavlina wil koste wat het kost dat de zussen ophouden met hun praktijken. ‘Ik werk nu zelfs om de rechtszaken te kunnen betalen, maar ik ga door tot het bittere eind. De zussen denken dat ze de baas zijn van de hele wereld en misbruik kunnen maken van mensen. Ik wil ze laten zien dat dat niet zo is.’

Met haar advocaat spande ze een nieuwe rechtszaak aan, deze keer voor het doorsluizen van het bedrijfspand van Care4You naar Miosotis. Pavlina won ook deze rechtszaak. Care4You dient alsnog haar salaris uit te betalen, met daarbij de onkosten die ze heeft gemaakt voor de rechtszaken. De nieuwe eigenaar mag dat in termijnen betalen en als dat niet lukt mag diegene het pand verkopen om aan het geld te kunnen komen. Zo ver is het niet gekomen. Uiteindelijk krijgt ze de volledige schadeloosstelling. Toch is de overwinning niet volledig en is er nog altijd niets dat de zussen weerhoudt om door te gaan met hun praktijken.


Om privacyredenen zijn diverse namen in dit artikel gefingeerd. De echte namen zijn bij de redactie bekend. Deze productie is tot stand gekomen dankzij de medewerking van Ruben Brugnera, Michaël Merrigan, Fonds Pascal Decroos, Journalismfund, de crossborder-opleiding Internationale Researchjournalistiek van Thomas More Hogeschool en Fontys Hogeschool Journalistiek