Tripartiete non-afspraken

Ooit had het iets van een spannend boek. Weken van tevoren werd er veel bi- danwel tripartiet getelefoneerd, gefaxt en anderszins gerommeld. Er verschenen af en toe mistige berichten in de pers: Werkgevers en werknemers ‘naderen elkaar’, of waren juist ‘nog mijlenver uit elkaar’. Tot de matadoren elkaar tenslotte troffen voor een laatste confrontatie in het SER-gebouw, waarna het volk al dan niet kond kon worden gedaan van een ‘centraal akkoord’. Een afspraak waarin de sociaal-economische werkelijkheid weer voor een tijdje was vastgelegd. Dat akkoord werd vervolgens door ieder van de partijen op geheel eigen wijze aan de eigen achterban uitgelegd.

Het beroemdste akkoord in de reeks is dat van 17 november 1982 tussen Van Veen (werkgevers), Kok (werknemers) en Lubbers (kabinet). De tekst besloeg niet meer dan een half A-4'tje en bevatte de afspraak dat de vakbeweging de automatische prijscompensatie zou opgeven ten bate van winstherstel en dat de werkgevers via arbeidstijdverkorting meer werk zouden scheppen. Winstherstel kwam er, werk beduidend minder.
De rituele dans tussen werkgevers, werknemers en kabinet over de koers van het land is de afgelopen week zonder enig theater afgewikkeld. O zeker, ze waren er allemaal. Het halve kabinet onder leiding van Kok zelf en de toppen van de vaderlandse werkgevers- en werknemersorganisaties. Maar onderhandeld werd er niet. Er werd beschaafd naar elkanders monologen geluisterd. Werknemers legden nog eens uit dat ze de lonen wel willen matigen als er maar afspraken over werk komen. U weet wel: ‘Werk, werk en nog eens werk.’ De werkgevers legden nog eens uit dat er alleen maar meer werk komt als er wordt gematigd en als de loonsverhogingen die er komen variabel worden, zodat ze op het moment dat het wat slechter gaat weer kunnen worden teruggedraaid. U weet wel: 'Markt, markt en nog eens markt.’ Waarna het kabinet in de persoon van minister Melkert van Sociale Zaken het smeergeld op tafel legt: een wet op gelijke behandeling van deeltijders - wat leuk is voor de vakbeweging - en bevordering van 'differentiatie van arbeidsduurpatronen’ - wat leuk is voor de werkgevers, omdat het de normalisering betekent van het werken op uren voor negenen, na vijven en in het weekend. Dat alles onder het eveneens overbekende motto: 'Matigen, matigen en nog eens matigen.’
Een akkoord wordt niet meer gesloten. In plaats daarvan stelt men achteraf eendrachtig vast dat het overleg 'nuttig’ is geweest omdat er 'bereidheid is getoond gezamenlijk na te denken over de aanpak van de langdurige werkloosheid en het versterken van de economie in Nederland’. De werkgevers gaan naar huis met de hoofdprijs: de arbeidstijden kunnen verder worden geflexibiliseerd. De werknemers krijgen de troostprijs: gelijke behandeling van deeltijders en voltijders. Het kabinet is tevreden met loonmatiging. En de werkgelegenheid? Zelfs voor wie goed luistert, is de echo van het akkoord van '82 amper hoorbaar. Stekelenburg mag dan roepen dat differentiatie van arbeidsduurpatronen 'gewoon’ herverdeling van werk betekent, in feite gaat het om herverdeling van tijd. Bij de echte CAO-onderhandelingen later dit jaar zal blijken dat dat wel meer flexibiliteit oplevert, maar niet meer werk.