Hoofdcommentaar: Demonisering

Trivialisering erger dan demonisering

De Groene Amsterdammer is zes dagen als dagblad verschenen. Toen een half jaar geleden het besluit tot dit avontuur werd genomen, kon niemand nog vermoeden dat een vreemde professor uit Rotterdam eerst de gemeenteraadsverkiezingen in zijn stad op verpletterende wijze zou winnen, daarna de verkiezingscampagne zou domineren en dat dit ten slotte zou leiden tot een politieke moord en stopzetting van het politieke debat, juist op het moment dat het hele volk de mond weer vol had van politiek. Wie destijds bovendien had beweerd dat het CDA onder J.P. Balkenende een immense zege bij die verkiezingen zou behalen, was voor gek verklaard. Professionals zijn dan ook de grote verliezers van deze verkiezingen. Professionele politici, hun professionele adviseurs en strategen hebben zich niet zozeer vergist, ze zijn volledig irrelevant gebleken. Geen van de lijsttrekkers van gevestigde partijen bleek het spel te kunnen winnen volgens de regels van de mediacratie. Maar volgens geen enkel onderzoek in ‘focusgroepen’ en in geen enkele analyse dook ook het profiel op van een ideale lijsttrekker die homoseksueel en kaal was, voorzien van een butler en twee hondjes.

Het winnende CDA dankt de grootte van zijn overwinning niet aan krachtige en heldere standpunten, maar vooral aan een even gewiekst als schijnheilig zwijgen na de moord op Fortuyn. Het werd een vluchthaven voor kiezers die van hun onvrede blijk wilden geven maar het risico niet aandurfden van het woest om zich heen slaande allegaartje dat het restant is van zijn onthoofde Lijst. Over persoonlijk verdriet past geen oordeel. Maar over het publieke vertoon van rouw en het beroep op de piëteit door het CDA wel: het was een judaskus voor de democratie.

De bijbelse Judas heeft geen plezier gehad van zijn zilverlingen en zo zou het ook de christen-democraten tijdens en na de komende formatie kunnen vergaan. Het zal alle energie van de formateur en van de nieuwe premier vergen om de LPF ertoe te bewegen de slogans en de kreten uit de campagne te laten varen en in te wisselen voor uitvoerbaar beleid. Wanneer dat niet gebeurt, kan er niet worden geregeerd – ook niet door het CDA. Gebeurt het wel, dan doet de LPF zichzelf de das om. De reden van haar bestaan ligt immers in het op simpele en aansprekende wijze stem geven aan wrok en ongenoegen. Maar voor de problemen van de multiculturele samenleving, de zorg en het onderwijs zijn geen simpele oplossingen. Ook in wat nu heel plechtstatig ‘het gedachtegoed’ van professor Pim wordt genoemd, en dat voornamelijk bestaat uit persoonlijke ontboezemingen en boutades, zal men ze niet vinden.

Wie heeft eigenlijk bepaald dat er op zo onrealistische wijze over de problemen van de samenleving moet worden gesproken? Wie heeft het speelveld voor Fortuyn uitgezet? Afgelopen dagen is de term ‘demonisering’ vaak gevallen. De media zouden zich aan het zwartmaken van de volksheld schuldig hebben gemaakt. Dat viel nogal mee. Met meer recht kan worden gesteld dat ze hem groot hebben gemaakt. Hij was de politicus met de hoogste amusementswaarde. Sterker nog, hij zorgde voor kijkcijfers waar menig amusementsprogramma slechts van kon dromen.

Maar het is eenvoudig onwaar om te beweren dat Fortuyn het publieke debat ook weer ‘interessant’ heeft gemaakt. Daarvoor ontbrak het toch echt aan inhoud. De trivialisering van de politiek was al veel langer aan de gang en is ook ernstiger dan datgene wat nu voor demonisering wordt gehouden. Ze werd gecreëerd door media en publieke persoonlijkheden die van elkaar verlangen dat er in oneliners en vooral niet te lang of te ingewikkeld wordt gesproken; die elkaar van tijd tot tijd op al bijna rituele wijze verwijten dat ze door de andere partij tot oppervlakkigheid worden gedwongen; maar die elkaar altijd weer vinden in de gedeelde opvatting dat het organiseren en tonen van emotie in ieder geval goed is. Het onvermogen van Ad Melkert op dit punt werd hem fataal. De dood van Diana, de tranen van Máxima, de begrafenis van Pim, de uitslag van de verkiezingen. Winnaars, verliezers. Drama, kijk- en oplagecijfers.

Het kwaad, zo schreef Hannah Arendt, heeft niet alleen een banaal uiterlijk, het is ook van binnen banaal. Het bestaat uit de onwil om na te denken, de afkeer om zich in ingewikkelde morele en intellectuele kwesties te verdiepen, de lafheid om tegen de stroom in te roeien. Dat alles kan het gezicht aannemen van een cynische professionaliteit, zowel onder politici als journalisten. Dwingen tot nadenken, dat is de taak van de journalistiek. Die taak zal De Groene Amsterdammer na vandaag weer als weekblad proberen te vervullen. Bescheiden en met zelfspot, want we kennen heus onze beperkingen en onze plaats. Maar ook met zoveel moed als we kunnen opbrengen. Dat zijn we verplicht aan het gedachtegoed van een andere illustere dode, onze hoofdredacteur Martin van Amerongen, die gisteren, terwijl het laatste nummer van De Groene Amsterdammer als dagblad werd gemaakt, is begraven.