Triviant

Niemand wil graag gehaat worden. Maar één ding is nog erger en dat is om te worden genegeerd. Daarom zijn de Europese verkiezingen zo pijnlijk. Ze gaan onopgemerkt voorbij. Er is geen woede, geen opwinding, alleen een dodelijke desinteresse. De opkomst bij de vorige verkiezingen was 35 procent. Bijna evenveel dus als bij het referendum over het kleine weilandje de Vrije Geer in Amsterdam.

Het voorlichtingsbureau van het Europese parlement heeft besloten deze apathie niet over zijn kant te laten gaan. Dus heeft het voorlichtingsbureau de Tros honderdduizend gulden betaald om in vier afleveringen van Triviant Europa ter sprake te brengen. In de aflevering van 7 juni nemen Jan Marijnissen van de SP en Francine Giskes van D66 het op tegen twee europarlementariërs. De Tweede-Kamerleden waren woedend om de sluikreclame van Brussel en hebben nu geëist dat de Tros de geldschieters van het programma noemt bij het begin van de uitzending. Nu ben ik geen tegenstander van het gebruik van onorthodoxe middelen om mooie doelen te bereiken. Ik ben ook echt voorstander van meer betrokkenheid bij Europa. Het wordt tijd dat de economische eenwording een politieke evenknie krijgt. Maar deze vorm van volksverheffing is wel erg desperaat: een ultieme poging om van een sluimerende farce ook daadwerkelijk een klucht te maken. Het is ook meer dan een onschuldig incident: een uiting van een diepe overtuiging dat de gebrekkige betrokkenheid van de Europese burger vooral voortkomt uit gebrekkige communicatie. Voor de Tweede Kamer gaan mensen wel stemmen omdat het nationale parlement zichtbaarder is. En dus lijkt de oplossing te zijn om Europa zichtbaarder te maken, maar dan liefst op een terloopse manier. Alsof vertrouwdheid de beste manier is om betrokkenheid tot stand te brengen. Niets is minder waar. Kijk naar het Verenigd Koninkrijk en Denemarken: Europa gaat pas leven als een deel van het electoraat een hartgrondige hekel krijgt aan Brussel. Maar voor zulke sentimenten zijn de Nederlandse partijen te beschaafd. Alle grote partijen pleiten met veel geduld voor verdere democratisering van de Europese instellingen, voor meer openbaarheid en een stevige bestrijding van de fraude. Critici proberen de lage opkomst altijd te confisqueren door te stellen dat de thuisblijvers eigenlijk proteststemmers zijn. De waarheid is erger. De meeste mensen nemen niet eens de moeite om hun ongenoegen te beseffen en onder woorden te brengen. En daar zou een spelletje Triviant bij kunnen helpen. Maar dan moet het doel niet zijn om terloops te behagen maar om ostentatief aanstoot te geven. Welke Nederlandse fractie weigerde in het Europees parlement Van Buitenen te steunen in zijn strijd tegen de sjoemelende leden van de Europese Commissie, uit misplaatste loyaliteit met de eveneens sociaal-democratische Cresson? Welke Nederlandse minister heeft Thatcher naar de troon proberen te steken met haar slogan ‘we want our money back’ en zo van de Europese Unie nog meer een arena gemaakt waarin elk land alleen het eigenbelang nastreeft? Welke Nederlandse regio heeft met het grootste succes gefraudeerd met Europese sociale fondsen? Het zijn geen vragen die Europa geliefd maken. Maar dat hoeft ook niet. Er is al veel gewonnen als de europarlementariërs met hun riante pensioenen en tandeloze procedures zoveel irriteren dat we ze niet kunnen negeren. De eerste stap naar een gezond Europees publiek debat is als we de Europese volksvertegenwoordiging zien als het parlement 'we love to hate’.