Margo Jefferson

Trofee-zwarte

Margo Jefferson ziet er chique uit op de voorkant van haar autobiografie Negerland. En toch denk je: op deze vrouw drukt de wereldlast. Zwart zijn in Amerika, dat was een fulltime ambassadeursfunctie.

Aanvankelijk las ik de hele tijd ‘Nederland’ waar ‘Negerland’ stond, dus zowat op elke pagina. Dat komt doordat ik Nederlands ben, en geneigd om alles wat er ook maar een beetje op lijkt te confisqueren – een aangeboren spellingscontrole. Waarschijnlijk speelt ook mee dat ‘Negerland’ inmiddels onbehoorlijk klinkt in het Nederlands. Maar schrijfster Margo Jefferson is zeer Amerikaans, geboren in 1947, en weet maar al te goed hoe het woord ‘Negroes’ – met een hoofdletter – morele waardigheid, ambitie en verantwoordelijkheid belichaamde, al voordat de burgerrechtenbeweging haar successen boekte in de jaren vijftig en zestig.

Haar ‘Negerland’ bestaat uit de ‘gekleurde elite’ of de ‘zwarte, Afrikaans-Amerikaanse hogere klasse’, ook wel de ‘gekleurde 400’ genoemd. Zwarte en gekleurde artsen, advocaten, zakenlieden en rechters. Een klasse die dankzij haar opleiding, geld en moraal over een zekere eerbiedwaardigheid kon beschikken, waaraan ook privileges waren gekoppeld. Zwarte privileges die white America soms duldde, maar die ook elk moment weer ingetrokken konden worden. Het is dan ook vooral de black bourgeoisie – al in 1957 door de socioloog E. Franklin Frazier in zijn gelijknamige boek beschreven – die haar bestaan volkomen gedomineerd zag door twee begrippen: klasse en ras. En die twee waren weer onlosmakelijk met elkaar verbonden. Juist wie behoorde bij de zwarte elite moest kunnen wijzen op ondubbelzinnige prestaties en een vlekkeloze publieke presentatie. Bij elke onvolkomenheid werd je huidskleur ter sprake gebracht door blanken, en bracht je je klassenprivileges in gevaar. Maar ook: bij elke onvolkomenheid stelde je niet alleen jezelf of je familie, maar een heel ras teleur. Leedvermaak bij de andere, armere ‘negers’.

Medium margo jefferson
Margo Jefferson – een vrouw die een heel ras moet vertegenwoordigen © Michael Lionstar

Margo Jefferson groeit op in het Chicago van de jaren vijftig: vader, kinderarts, hoofd van de afdeling van Provident, het oudste zwarte ziekenhuis van het land; moeder, sociaal werkster, die ontslag nam bij haar trouwen en die naast echtgenoot en moeder het bitterzoete beroep van socialite uitoefende, een dame van luxe en stand, met overeenkomstige connecties.

De Jeffersons wonen in een gegoede ‘gemengde’ wijk van Chicago, en dan vertelt Margo de anekdote die alles duidelijk maakt over de precaire, raciale verhoudingen. Zij en haar zusje zijn door hun moeder in bed gelegd voor een middagslaapje. De moeder ziet in haar ruim bemeten achtertuin waarin schommels staan twee blanke meisjes opduiken. Ze kent ze niet, de meisjes vermaken zich ongegeneerd. Ze moet geaarzeld hebben, maar dan stapt ze op de veranda en zegt zo kalm mogelijk: ‘Meisjes, Margo en Denise slapen. Ze komen niet spelen, dus jullie kunnen beter naar huis gaan.’ Dit voorval herhaalt zich in de volgende weken nog een paar keer. Op een gegeven moment houden de blonde meisjes het voor gezien.

Ik citeer nu Margo Jefferson: ‘Nu, zoveel jaar later, slaat mevrouw Jefferson haar ogen neer, dempt haar stem en eindigt haar verhaal als volgt: “Ik was te geïntimideerd om hun moeder erop aan te spreken.” Alle onzekerheden rond klasse, ras en privilege worden in deze anekdote samengebald: als lezer word je tureluurs van de balanceeract die de zwarte elite moet beheersen.

Zwarte privileges kunnen ‘met tegenzin gegeven en zomaar ingetrokken’ worden

Die komt ook neer op die ouderwetse opdracht, die vroeger vaak werd geformuleerd. Als zwarte of gekleurde Amerikaan behoorde je ‘a credit to your race’ te zijn, een trofee-zwarte, vrij vertaald. In die zin lijkt Negerland zo ontzettend weinig op mijn Nederland: pas op mijn dertigste, toen ik een jaar in Amerika verbleef en er een lezing gaf aan een dure privéschool, stapten twee docenten enthousiast op me af. Een zwarte man en een lichtgekleurde, zwarte vrouw. De laatste omhelsde me familiair, vertelde dat ik haar zoon had kunnen zijn. De man sprak, eigenlijk zonder ironie: ‘You are a credit to our race’. Ik had zoiets nooit eerder gehoord, ik herinner me de verbijstering op alle niveaus. Zwart zijn in Amerika, dat was een fulltime ambassadeursfunctie.

Margo Jefferson wordt theatercritica voor onder meer The New York Times, en nog weer later professor aan de Columbia University School of the Arts. Keurig. Kan niet beter, zou je zeggen. Maar ‘het succes of de ondergang van Het Ras hangt af van wat jij doet, wat jij bent, wat jij verlangt te zijn’. Het is dus nooit genoeg, en een depressie besluipt Jefferson, waarna suïcidegedachten zich opdringen. Dit alles wordt koel, bijna afstandelijk genoteerd want: ‘Het is te gemakkelijk om pijnlijke herinneringen op te diepen als je over je eigen leven schrijft. Je koestert je in je eigen onschuld. Je vereert je eigen verdriet. Je rangschikt je grieven, toont ze op hun voordeligst.’

Het is dit hyperbewustzijn dat Jeffersons hele boek beheerst. Haar foto op de cover vertelt het verhaal: een zwarte vrouw in een Chanel-mantelpakje, elegante houding, glacés en een enkele mooie armband. Een vrouw van de wereld, maar ook: de vrouw op wie de wereldlast drukt. Een vrouw die een heel ras moet vertegenwoordigen, ook als er sprake is, in de jaren zeventig, van een soort zelfmoordepidemie, juist onder al die bevoorrechte, zwarte meisjes en vrouwen zoals zij.

Er zijn veel verdiensten te noemen van dit boek: de voorbeeldige geschiedenislessen die Jefferson vastknoopt aan haar eigen verhaal, waarin zij de achttiende- en negentiende-eeuwse zwarte elite beschrijft. Daar komen vrije zwarten in voor, zwarten die zich vrijkochten, maar ook zwarte slavenhouders en blanke slavenhouders, die ook voorouder zijn. Het is sowieso een meerwaarde dat Jefferson laat zien hoe veelzijdig die ‘zwarte gemeenschap’ in Amerika is, hoe elk stereotype stukloopt op meerduidigheid.

Maar vooral ook is het boek van belang nu de discussie over white privilege zo uitgebreid wordt gevoerd. ‘Privileges’, schrijft Jefferson, ‘zijn provisorisch.’ Ze heeft het dan over zwarte privileges die ‘met tegenzin gegeven en zomaar ingetrokken’ kunnen worden. Het gaat, zegt ze, niet om ‘de rechten waarin een regering voorziet, maar om de rechten die de geschiedenis toewijst’. Het gaat om ‘entitlement’, het vanzelfsprekende recht waarvan blanken zich nauwelijks bewust zijn. Want het is heel gemakkelijk om die beruchte zin ‘be a credit to your race’ neerbuigend te laten klinken. Als een blanke een zwarte of gekleurde complimenteert (wat mij ook is overkomen) met: ‘You are a credit to your race’ – dan is dat op z’n minst… eh… ongemakkelijk.


Margo Jefferson treedt zaterdag 4 november op in Humanity House