Trojaanse emoties (3)

Trojaanse vrouwen wordt nog tot 1 maart in Nederland en Vlaanderen gespeeld.
In een paar kritieken op de voorstelling Trojaanse vrouwen (Zuidelijk Toneel, regie Johan Simons) komen opmerkelijke constateringen voor. Ik kan ze onbekommerd citeren omdat de pers niet ongunstig reageerde op de produktie. Het gaat hier dus niet om natrappen, maar om de nuchtere vaststelling van een fenomeen, of beter gezegd een misverstand met betrekking tot het vraagstuk: theater & gevoel - wat ontroert wie en waarom?

In NRC Handelsblad werd over Trojaanse vrouwen geschreven dat ‘wie van zoveel monologen iets spannends wil maken ervoor moet zorgen dat ze je bij de strot grijpen’. En: 'Door de rigiditeit van de regie blijven het stijloefeningen die het intellect beroeren, niet het gevoel.’ De criticus spreekt van 'koudvuur’.
In de Volkskrant concludeerde de recensent (na een imponerende beschouwing over de voorstelling): 'Gek genoeg blijft het hart onberoerd, waarschijnlijk omdat de extreme speelstijl afleidt van de echte ellende.’
Conclusie: het is allemaal reuze indrukwekkend gedaan, maar het raakt niet, het ontroert niet. Aan deze constatering kleven in ieder geval twee problemen. Doordat recensenten minder ruimte krijgen voor hun kritiek, komen ze steeds minder toe aan het plaatsen van een voorstelling binnen het oeuvre van de toneelmaker. Johan Simons heeft een oeuvre opgebouwd, waaronder drie eerdere ensceneringen van Griekse tragedies. Daarin heeft hij gekozen voor plasticiteit (extreme posen, intensieve bewegingen) en muzikaliteit (georkestreerde vormen van tekstzeggen). Voor vorm dus. Die vorm is strak, bijna streng. Simons lijkt nooit bezig met emoties of psychologie. Je komt met een Griekse tragedie ook niet ver met inleving. Al die stukken zijn immers larger than life. Simons zet met zijn strakke vormen al jaren een lijn uit, een stijl. Ik vind dat je dat moet signaleren, niet alleen het incident bespreken.
Het tweede probleem is ingewikkelder. Er wordt vaak van uitgegaan dat ontroering op het toneel bij de toeschouwer pas wordt bereikt wanneer de acteurs die ontroering en de persoonlijke emoties die erbij horen, zelf ook zichtbaar tonen. Professor Nico Frijda schrijft in zijn standaardwerk De emoties, in de paragraaf over 'esthetische emoties’: 'Ontroerd zijn, tot tranen toe geroerd, is de overgave aan iets dat groter is dan wijzelf en het resultaat van een confrontatie met ongewone kwaliteit of betekenis.’
Dat is wat Johan Simons met zijn voorstellingen volgens mij beoogt: hij kiest op het toneel voor vormen die groter zijn dan wat of wie de toeschouwer is. Waardoor iets wordt overgedragen van een ongewone (want ongekende) kwaliteit, een ongemakkelijke betekenis. Het effect daarvan is dat de verantwoordelijkheid voor de emotie volledig bij de toeschouwer wordt gelegd. Waar hij ook hoort. Wat zouden we immers moeten met toeschouwers die snotteren om acteurs die snotterend post-oorlogstrauma’s over het voetlicht kieperen? Euripides’ Trojaanse vrouwen werd overigens geschreven voor een arena waar meerdere duizenden mensen op de tribune zaten. Dan ben je met het beroeren van het hart na rij dertien uitgepraat.
'Ontroering’, 'geraakt worden’, 'bij de strot grijpen’ en 'het hart beroeren’ - het lijken subjectieve categorieën. Het zijn in feite vage algemeenheden. Het zou helpen als critici daarover iets persoonlijker zouden schrijven (let wel: ook en juist als hun eindoordeel negatief is). Ik ben benieuwd naar iets wat wordt (h)erkend. Bijvoorbeeld als mensen het van een voorstelling benauwd krijgen. Of als extreme keuzen in het spelen niet worden verdragen. De vraag naar het waarom wordt dan pas interessant. Nico Frijda spreekt in zijn boek De emoties over 'het toelaten van nieuwe manieren van zien en reageren’. En in de kern gaat het volgens mij daarover.
Met die algemene categorieën komen we niet zoveel verder. Ik vind het bijvoorbeeld oprecht vreemd om in recensies te lezen dat individuele acteurs via superlatieven ('geëxalteerde overgave’) de hemel in worden geprezen, waarna de regisseur wordt verweten dat het eindresultaat 'het hart onberoerd laat’. Een kunstwerk is altijd een eenheid. Ook - en misschien juist - als het kunstwerk bewust niét beoogt 'hartveroverend’ te zijn.