Politiek sonnet

Troonrede

De aardbol knalt en brandt! Machtige leiders

Vervloeken duizend bommen en granaten!

En ratten, in hun holen en in gaten

Vrezen hun bazen: terroristenstrijders.

Maar kijk daar: wat een lieflijk fraai gezicht…

Voorafgegaan door zoete sprookjespaarden

Gammelt een gouden koets door oude waarden.

Daarin een koningin als tegenwicht.

Het gaat dus om de hoed, heb ik gehoord,

Waaronder Nederland bescherming zoekt.

Die hoed, ons nationale toevluchtsoord,

Die altijd zonnig met de tijdgeest vloekt.

Die hoed, werpt schaduw op ons kabinet,

Dat tussen oorlogstaal ligt ingebed.