Troonrede van de groene amsterdammer

Leden der Staten-Generaal, Wij hebben het voorrecht te leven in een extreem welvarend en vredig land. Onze voorspoed schept ruimte onze aandacht te richten op wat in de ontwikkeling achterbleef: het inhoud geven aan de gelijkwaardigheid van alle leden van de samenleving, hier en elders. Ruimte voor verantwoordelijkheidsbesef jegens elkaar en jegens onze leefomgeving.

Onder de noemer van het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid werden de afgelopen tijd collectieve voorzieningen op grote schaal afgebroken. Bij velen bestond het idee dat burgers, op het moment dat zij individueel over dergelijke voorzieningen kunnen beslissen, andere prioriteiten leggen. Echter, in vrijwel alle gevallen blijkt men zeer gehecht aan de voorzieningen. De mate waarin burgers na het wegvallen van de collectieve voorzieningen, deze voorzieningen individueel treffen, hangt louter af van de vraag of men het kan betalen. Dat is een wel erg specifieke vorm van eigen verantwoordelijkheid.
Collectieve voorzieningen, van fietspaden tot kinderopvang, bepalen voor een groot deel de kwaliteit van de samenleving. De terugtredende overheid kwam dan ook niet voort uit een nauwkeurige analyse van wat de samenleving wenselijk acht, maar uit paniek, onzekerheid en onvermogen. Paniek over de economische toekomst van Nederland in een mondialiserende economie. Onzekerheid over de taak van de overheid in een pluriforme maatschappij. En onvermogen om de werkwijze van de overheid drastisch te verbeteren. Bij problemen werd daarom gemakshalve gekozen voor afstoting en privatisering. Laat de burger het maar doen, of de markt, dan gaat het misschien beter. Daarmee werd de overheid kampioen in het afschuiven, een mechanisme dat ze bij de burgers zo verafschuwt.
Objectief gezien is er geen enkele reden om aan te nemen dat de overheid, waar immers ook gewoon mensen werken, haar taken minder goed zou kunnen vervullen dan een particuliere onderneming. Ook een overheid kan strenge criteria inbouwen voor toegang tot de WAO, en de Nederlandse Spoorwegen hadden ook als staatsbedrijf de service aan de reizigers kunnen verbeteren. In de verwarring van de afgelopen jaren dreigden we te vergeten wat de uniciteit van de overheid vormt: de burger heeft op de vrije markt geen rechtstreekse invloed, op de overheid wel; anders dan de particuliere onderneming weegt de politiek verschillende (maatschappelijke) belangen tegen elkaar af; en indien activiteiten geld opleveren, investeert de overheid deze in de samenleving en een particuliere onderneming niet. Vergeten werd dat de overheid in feite niet meer is dan ‘wij met z'n allen’.
Toegegeven, de overheid heeft er decennialang alles aan gedaan om zich van de samenleving te vervreemden. Om die vervreemding te doorbreken is het in de eerste plaats nodig het primaat van de politiek volledig te herstellen. De politiek, als vertegenwoordiger van de burgers, bestuurt de bureaucratie, en niet andersom. Dat vergt een krachtdadiger opstelling van politici tegenover ambtenaren. Dat vergt durf, inzet en kennis. De regering stelt u voor het budget voor inhoudelijke ondersteuning van raadsleden, leden van provinciale staten en kamerleden te verdrievoudigen. Onlangs bereikten ons schokkende en tegelijk bemoedigende cijfers. De onvrede jegens de politiek nam de afgelopen jaren toe. De betrokkenheid bij de politiek echter ook. Dat laatste stemt hoopvol. Het betekent dat u, leden van de Staten-Generaal, er niet alleen voor staat.
DE REGERING IS zich ervan bewust dat zij de samenleving krijgt die zij verdient. De politiek kan, door haar beleid en door haar uitlatingen, gevoelens van solidariteit versterken of juist verkleinen. Dat laatste is te lang gebeurd. In plaats van oplossingen te zoeken, wees ze op de dilemma’s en uitvoeringsproblemen. In plaats van voort te bouwen op de aanwezige solidariteit, wees ze op de grote persoonlijke consequenties. In plaats van te handelen, zat ze met de handen in het haar.
Oplossingen brengen altijd neveneffecten, boze belangengroepen en nieuwe problemen met zich mee. De regering zal zich daar ook in de toekomst rekenschap van geven, maar wil ervoor waken dat hierdoor een patstelling ontstaat en de status quo zegeviert. De regering wil inkomenspolitiek zoveel mogelijk beschouwen als zelfstandig beleid, in plaats van iedere maatregel te beoordelen op de consequenties voor alle inkomensgroepen. De regering roept u op niet langer te denken in deelbelangen. In plaats van efficiency moet effectiviteit voor de overheid voorop komen te staan. Alles kan altijd goedkoper en sneller, de vraag is echter of het dan nog bijdraagt aan waar het ooit voor bedoeld was.
De afgelopen eeuw was de verhouding tussen het aantal mensen dat werkt en het aantal dat niet werkt, ongeveer constant; de afhankelijke echtgenote en inwonende schoonouders zijn vervangen door de afhankelijke, anonieme uitkeringsgerechtigde. De regering beschouwt de huidige onvrijwillige werkloosheid van zo'n twee miljoen Nederlanders dan ook in de eerste plaats als een sociaal en psychologisch probleem, en niet als een economisch probleem. Dat maakt het probleem echter niet minder belangrijk. Gestreefd wordt naar een samenleving waarin iedereen die dat wenst zowel onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld zorgarbeid, als betaalde arbeid verricht. Hoewel het zeker niet in de bedoeling ligt de zorgarbeid zoveel mogelijk onbetaald te verrichten, is een samenleving waarin de zorg voor het grootste deel is geprofessionaliseerd, geen wenkend perspectief.
Een ingrijpende herverdeling van het bestaande werk is verreweg het belangrijkste en vrijwel enige zinvolle wapen tegen de werkloosheid. De regering streeft in het overleg met de sociale partners naar een 32-urige werkweek in 1998. Met een fiscale regeling hoopt de regering werknemers te stimuleren daartoe de komende jaren alvast extra loonruimte te creeren. Deze loonruimte blijft juridisch in het bezit van de werknemers; indien de werkgever verkorting van de werktijd weigert, krijgen de werknemers het loon alsnog. Met ingang van 1 januari 1998 geldt in ieder geval een 32-urige werkweek bij de overheid. De regering onderzoekt de mogelijkheden om alle gewerkte uren boven de 32 uur extra zwaar te belasten; het gevaar voor fraude is hierbij echter groot. De regering wil bij u bepleiten zo spoedig mogelijk in te stemmen met een wettelijk recht op deeltijdarbeid, een recht op flexibele pensionering en op calamiteitenverlof. Voorgesteld wordt de huidige Vut om te zetten in een wettelijk recht om iedere zeven jaar een jaar niet te werken. Deze vrije jaren kunnen ook worden opgespaard. Binnen drie maanden zal u een nota bereiken waarin alle voorstellen worden vervat.
Nivellering is behalve sociaal rechtvaardig ook noodzakelijk om deeltijdwerk voor mensen met lagere inkomens mogelijk te maken, en remt lange werkweken bij de hogere inkomens af. De regering vraagt daartoe uw medewerking voor een herziening van de belastingen. Voorgesteld wordt het belastingvrije bedrag te verhogen, terwijl tegelijkertijd zowel het tarief van de tweede als van de derde schijf twee procent stijgen.
DE REGERING beschouwt de vakbonden en de huidige werklozen als belangrijkste partners in de strijd tegen werkloosheid. Werkgevers worden niet langer als belanghebbenden bij meer werkgelegenheid beschouwd. Reeds volgende week bereikt u een voorstel voor de omvorming van de huidige arbeidsvoorziening tot 'werkaggregaat’. Bemiddeling tussen bestaande werkgevers en werklozen is voortaan slechts bijzaak. Het voltallige personeel zet zich in voor het, samen met de ingeschreven werklozen, creeren van werk. Hierbij kan gedacht worden aan alles waar een - al dan niet betalende - vraag naar bestaat: collectieve autoverhuurbedrijven, rondreizende computerinstallateurs, rap-voorstellingen op scholen, lokale televisie, boodschappendiensten, kinderopvang. Het werkaggregaat doet marktonderzoek, begeleidt initiatieven en bemiddelt bij sudsidies. Hiertoe staat om te beginnen het huidige budget van 1,8 miljard gulden ter beschikking. Ieder initiatief krijgt minimaal een jaar en maximaal drie jaar om zich te bewijzen ofwel als particulier bedrijf, ofwel als collectieve voorziening, volwaardig betaald door de overheid. 'Additionele banen’, waarin gewerkt wordt met behoud van uitkering, zijn uit den boze wegens verdringingseffecten op de bestaande werkgelegenheid en het gevaar van 'echte’ en 'onechte’ werknemers.
Lage huren voor bedrijfsruimten zijn een belangrijke stimulans voor werkgelegenheid in het midden- en kleinbedrijf. De regering onderzoekt de mogelijkheid de huurprijzen aan maxima te binden.
De autonome groei van vermogens is ongezond voor de samenleving. De regering dient daarom binnenkort een wetsontwerp in om de hoogte van de vermogensbelasting jaarlijks vast te stellen op de vastgestelde rente minus de inflatie.
De regering kiest voor de geleidelijke invoering van een basisinkomen voor iedereen. Daartoe stelt zij voor de bestaande basisaftrek in de belastingen per 1 januari 1995 om te zetten in een geindividualiseerde negatieve inkomstenbelasting. Binnen een half jaar zullen u voorstellen bereiken over de verdere vormgeving. Inzet is het basisinkomen te financieren uit een belasting op de toegevoegde waarde in plaats van op arbeid.
DE REGERING WIL er bij u voor pleiten de werknemersverzekeringen het komende jaar met rust te laten. De herkeuring van WAO'ers wordt stopgezet, WAO'ers worden aangemoedigd deel te nemen aan het werkaggregaat. De partner- en leefvormtoets in de bijstand brengt grote maatschappelijke nadelen met zich mee: door de premie op alleen-wonen wordt de woningverdunning gestimuleerd, de controle is ondoenlijk en economische zelfstandigheid is een groot goed. Vooruitlopend op de instelling van een basisinkomen wordt de partnertoets in de bijstand afgeschaft voor de generatie die na 1 januari 1995 achttien jaar wordt. Zij krijgen een individueel recht op bijstand van vijftig procent van het minimumloon, onafhankelijk van het inkomen van de eventuele partner. Alleenwonenden krijgen tegen overlegging van een huurcontract en een inschrijving in het bevolkingsregister een toeslag van twintig procent. Voor die twintig procent loont het nooit de moeite om louter vanwege financiele motieven een eigen woonruimte te huren. Krakers krijgen een woningverbeteringstoeslag van twintig procent. Uitkeringsgerechtigden mogen tweehonderd gulden bijverdienen zonder dat dit ten koste gaat van hun uitkering, maar moeten dit wel melden bij de sociale dienst.
De Nederlandse energieprijzen behoren tot de allerlaagste van Europa, terwijl energieverbruik een van de belangrijkste oorzaken van milieubederf is. De regering vraagt uw medewerking de energieprijzen zo spoedig mogelijk gelijk te trekken aan de Duitse. De al jaren uitgestelde energieheffing wordt 1 juli 1995 ingevoerd. De kortingen voor grootverbruikers, inclusief de tuinbouw, worden in drie jaar tijd afgebouwd, te beginnen met het afschaffen van een derde van de korting op 1 juli 1995. De opbrengst van deze maatregelen vloeit voor de helft in het duurzaamheidsfonds, de andere helft wordt bestemd voor verhoging van de negatieve inkomstenbelasting. Het huidige Fonds voor Economische Structuurversterking, waarvoor de komende jaren acht miljard gulden beschikbaar is, wordt omgezet in een Fonds voor Duurzame Ontwikkeling. Dit fonds wordt ingezet ter sanering van de huidige economische structuur in milieubeschermende en sociale richting. Het gaat in de eerste plaats om structuurversterking, niet om inkomensoverdracht.
DE REGERING ONTWIKKELT een nieuwe visie op het verkeers- en vervoersbeleid, waarin leefbaarheid, werkgelegenheid en het terugdringen van milieuvervuiling centraal staan. Hierbij kunt u de volgende elementen verwachten:
De uitbreiding van Schiphol met een vijfde landingsbaan gaat niet door. In afwachting van een Europese accijns op kerosine wordt de luchthavenbelasting per vertrekkende passagier op Schiphol gesteld op 100 gulden. Voor de regionale luchthavens wordt deze 50 gulden. De Hogesnelheidstrein wordt aangelegd naast het bestaande spoor. In afwachting van een Europese verhoging van de dieselaccijns wordt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens verhoogd. De maximum snelheid wordt 100 kilometer per uur. Het wegennet wordt niet uitgebreid. Alle wegen in de bebouwde kom worden voorzien van snelheidsremmende verkeersdrempels. De ruimtelijke ordening staat in dienst van een goed (leef)milieu. Om dit te bewaken heeft de landelijke overheid, in de persoon van de minister van Vrom, een vetorecht bij grootschalige projecten. Zo wordt voorkomen dat lagere overheden elkaar beconcurreren ten koste van milieu en ruimte.
De landbouw is een van de grootste veroorzakers van milieuproblemen in dit land. De totale inkomsten van de Nederlandse landbouw zijn op het moment met negen miljard gulden even hoog als de subsidies die via de Europese Unie aan de Nederlandse landbouw worden verstrekt. Daarmee is de landbouw niet bij voorbaat gediskwalificeerd, het relativeert echter wel de economische betekenis van deze bedrijfstak. De regering komt op zeer korte termijn met een nota waarin de ruimte wordt geschetst voor aanwending van de Europese subsidies ten behoeve van een sanering van de landbouw tot een ecologisch verantwoorde bedrijfstak. Er komt een heffing op vlees en vleesprodukten, die echter niet geldt voor ecologische veeteeltbedrijven. Een commissie onder leiding van Rabo-topman Wijffels onderzoekt hoe een ecologisch verantwoorde landbouw in Nederland vorm kan krijgen. Dit onderzoek, dat oktober volgend jaar zal zijn afgerond, vormt de inzet van een nationaal debat over de Nederlandse landbouw, de toekomst van het platteland en de natuurontwikkeling.
DE SITUATIE IN DE WERELD vindt haar afspiegeling in de mensen die in Nederland asiel aanvragen. Op het ogenblik blijkt zeventig tot tachtig procent van de asielaanvragen gegrond: die betreffen mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking, mensen die Nederland op grond van internationale verdragen een onderkomen moet en wil verschaffen. De regering zal dan ook alles doen wat in haar vermogen ligt de indruk weg te nemen als zouden asielzoekers hierheen komen om er economisch beter van te worden. De regering is ervan overtuigd dat het draagvlak voor een gastvrij vluchtelingenbeleid wordt bepaald door de mate waarin de politiek de opvang aankan. Een verbetering van de justitiele procedure en een forse uitbreiding van het aantal woningen en opvangcentra voor asielzoekers is daarom een eerste vereiste.
Het is cynisch dat juist het stijgende percentage gegronde asielverzoeken de afgelopen maanden zorgde voor een verstopping van de asielprocedures. Uit tegenzin tegen zo veel 'echte’ vluchtelingen hield justitie velen onnodig lang in de procedure. Betrokkenen zijn inmiddels aangespoord om bij de bepaling of iemand vluchteling is, niet langer rekening te houden met de consequenties die dit heeft voor de Nederlandse opvangvoorzieningen. De 'gedoogdenstatus’, die recht geeft op tijdelijk verblijf, wordt aangepast. Het tijdelijke karakter blijft gehandhaafd, maar de gedoogde krijgt verder dezelfde rechten als een echte vluchteling: het recht op werk, op een uitkering en op zelfstandige woonruimte. Hierdoor zullen minder gedoogden doorprocederen voor een volwaardige status, waardoor de verstopping verder afneemt. Om humanitaire redenen moet de asielprocedure, inclusief het inmiddels heringevoerde hoger beroep, maximaal een jaar duren. Dit mag en hoeft niet ten koste te gaan van de zorgvuldigheid, noch van de rechtspositie van asielzoekers. Het betekent wel een forse uitbreiding bij justitie. Hiertoe worden het komende half jaar 400 extra ambtenaren aangetrokken en zonodig opgeleid. Realisme gebiedt te constateren dat bij het ontstaan van iedere nieuwe brandhaard in de wereld, dit aantal verder zal moeten toenemen, evenals de opvangcapaciteit. Een eenvoudige rekensom leert dat van de 50.000 mensen die op dit moment jaarlijks asiel aanvragen, er zo'n 35.000 in Nederland mogen blijven. Gemiddeld betekent dit de noodzaak van 10.000 woningen op jaarbasis. In hoeverre deze ook werkelijk extra moeten worden gebouwd, hangt af van de mate waarin de regering erin slaagt het bestaande woningaanbod aan te passen en de woningverdunning tegen te gaan. Op vrijwillige basis worden asielzoekers ingezet bij huishoudelijke taken in de opvangcentra, bij het opknappen van woningen en overige werkzaamheden. Om vereenzaming tegen te gaan wordt alleenstaande asielzoekers de mogelijkheid geboden in groepswoningen te wonen.
In februari van dit jaar verklaarde de Europese Commissie dat uiteindelijk alleen een wereldwijde verzorgingsstaat een oplossing biedt voor het migratieprobleem. Nederland zal zich inspannen dit streven verder te concretiseren. De regering wil bij u bepleiten dat Nederland zo spoedig mogelijk enkele vluchtelingenkampen opent in Kenia voor Somalische vluchtelingen. Dit ontslaat ons geenszins van de plicht vluchtelingen in Nederland op te vangen. Mocht deze vorm van vluchtelingenopvang werken en door vele andere landen worden overgenomen, dan zou dit kunnen resulteren in minder asielaanvragen.
Het is van levensbelang dat de restrictieve spiraal in het vreemdelingenbeleid van de leden van de Europese Unie zo spoedig mogelijk wordt doorbroken. De huidige aanwas van asielzoekers in Nederland is een rechtstreeks gevolg van het restrictievere beleid in de buurlanden. Om deze spiraal te doorbreken zal Nederland binnen de Europese Commissie voorstellen doen voor een gemeenschappelijk Europees asielbeleid.
EEN BELANGRIJKE STAP ter vermindering van de criminaliteit is de geleidelijke en gecontroleerde legalisering van hard drugs, waarmee het komende jaar een begin wordt gemaakt. Daarmee verdwijnt een belangrijke inkomstenbron voor de georganiseerde misdaad, terwijl verslaafden niet langer hoeven te stelen om in hun verslaving te voorzien. Een commissie van deskundige voor- en tegenstanders van legalisatie, afkomstig uit gezondheidszorg, justitie, politie en wijkopbouw, krijgt de opdracht een voorstel uit te werken. Het is niet ondenkbaar dat andere Europese landen het Nederlandse voorbeeld snel zullen volgen, nu de roep om legalisering ook elders steeds luider klinkt. De regering is zich ervan bewust dat legalisering weliswaar de overlast voor de samenleving beperkt, maar dat het hard-drugsprobleem hiermee niet is opgelost. Zoals er immers ook nog steeds sigarettensmokkelaars, alcoholisten en illegale jeneverstokerijen bestaan.
Als logische consequentie van het toestaan van het gebruik van de soft drugs marihuana en hasjiesj, is ook de teelt en de handel van beide produkten niet langer strafbaar. Zowel de teelt als de handel worden beschouwd als een gewone bedrijfstak, die aan overheidsvoorschiften moet voldoen; voor coffeeshops waar soft drugs aan de gebruikers worden aangeboden, gaan dezelfde regels gelden als voor overige horecagelegenheden.
De verwachting is dat legalisering zowel politie als justitie in belangrijke mate zal ontlasten. Een uitbreiding is daardoor niet nodig, wel een verandering van werkwijze. Een verandering van de beloningsstructuur moet ertoe bijdragen dat de politie weer gaat werken wanneer, waar en hoe zij het hardst nodig is: ’s avonds en ’s nachts, op straat, in wijkgebonden teams. Een mentaliteitsverandering moet ervoor zorgen dat agenten niet langer om gesignaleerde misdrijven heen rijden. Het vergroten van de pakkans is nog altijd de doeltreffendste rem op veelvoorkomende criminaliteit. Overtredingen genieten een lagere prioriteit. Een belangrijke taak van de wijk- en dorpsgebonden teams wordt het signaleren van de oorzaken van onveiligheidsgevoelens en criminaliteit, zodat deze kunnen worden weggenomen.
Er komt een Landelijk Recherche Team (LRT) ter bestrijding van de georganiseerde misdaad. Een driehoofdige leiding van dit team, nauwkeurig omschreven bevoegdheden en zorgvuldige selectie van het team, moeten voorkomen dat het LRT uitgroeit tot 'staat in de staat’. Het team valt onder de directe verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie. In oktober vindt een kamerdebat plaats over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden. De strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen wordt ongedaan gemaakt, de regering is geen voorstander van speciale faciliteiten voor kroongetuigen. Doel en middel moeten in evenwicht zijn, de bestrijding van de georganiseerde misdaad mag niet ten koste gaan van de rechtsstaat. Een beperkte parlementaire enquetecommissie onderzoekt de motieven voor de opheffing van het Interregionaal Recheche Team (IRT). Belangrijkste inzet van het onderzoek is het opsporen en vervolgens wegnemen van wrijvingen tussen politie en justitie in het algemeen, en in de regio Amsterdam in het bijzonder.
Een snelle berechting, wat iets anders is dan 'lik op stuk’ of snelrecht, vergroot de effectiviteit van de straf. Forse geldboetes zijn vaak doeltreffender dan gevangenisstraf. Hechtenis is weliswaar vanuit genoegdoening van het slachtoffer soms onvermijdelijk, het ruineert in veel gevallen het leven van de gedetineerde, waardoor hij of zij een blijvend probleem wordt voor de samenleving. De mogelijkheden voor alternatieve straffen worden uitgebreid. Een uitbreiding van de celcapaciteit is dank zij de legalisering van drugs niet langer noodzakelijk. Het 'Bossche experiment’, waarbij ex-gedetineerden onder voorwaarden een woning en werk krijgen aangeboden, verdient navolging.
Gezien de grote onduidelijkheid over de oorzaken en de mogelijkheden ter bestrijding van criminaliteit, zal worden gewerkt met uiteenlopende pilot-projecten. De regering is zich ervan bewust dat criminaliteit noch volledig oplosbaar, noch onvermijdelijk is.
Naarmate het basisinkomen meer vorm krijgt, worden de sociaal-rechercheurs omgeschoold tot belastingrechercheurs. De strafmaat voor uitkeringsfraude en belastingfraude wordt gelijkgetrokken; in beide gevallen gaat het om aan de gemeenschap onttrokken bezit.
DE EUROPESE EENWORDING brengt tot op heden meer nadelen dan voordelen met zich mee. Op die terreinen waar samenwerking en harmonisatie grote voordelen zouden kunnen hebben, zoals op het gebied van milieu, migratiebeleid en vredesbeleid, blijkt de Europese Unie eerder een blok aan het been. De kritiekloze doorvoering van de vrije markt frustreert bovendien de binnenlandse aanpak van problemen, zoals op het gebied van werkgelegenheid en milieu. De regering is zich er echter ook van bewust dat 'Europa’ regelmatig als excuus wordt gebruikt voor het uitblijven van beleid. Voortaan zal bij het zoeken naar oplossingen daarom niet langer op voorhand rekening worden gehouden met 'Europa’. De regering lokt zonodig proefprocessen uit bij het Europese Hof in Straatsburg om de ruimte voor nationaal beleid te verkennen. Dit ervaringsonderzoek vormt een belangrijk gegeven wanneer in 1996 het Verdag van Maastricht zal worden geevalueerd. Begin 1996 wordt een referendum gehouden over voortzetting van de deelname van Nederland aan 'Europa’. Behalve een ja of nee, ontstaat zo een debat over de voorwaarden waaraan Europese samenwerking moet voldoen. Gezien de zwakke positie van het Europese parlement worden vooralsnog alle belangrijke beslissingen van de raden van ministers en van de Europese Commissie voorgelegd aan het nationale parlement.
Indien het niet mogelijk blijkt om in Europees verband de markt open te stellen voor ontwikkelingslanden, doet Nederland dit zelfstandig in het kader van ontwikkelingshulp. Het gaat hierbij niet om volledige vrije wereldhandel, die immers slechts zou leiden tot een nog groter monopolie van multinationals, maar om een openstelling van de markt voor specifieke produkten uit specifieke landen. Op termijn kan dit betekenen dat bepaalde produktieprocessen in Nederland niet meer rendabel zijn.
Nederland neemt het initiatief tot een 'schuldenconferentie’ onder auspicien van de Verenigde Naties. Zo snel als juridisch mogelijk is schort Nederland de bijdrage aan de Wereldbank op. De regering is ervan overtuigd dat andere organisaties met hetzelfde geld een grotere en een meer gewenste bijdrage leveren aan welbevinden, democratie en zelfstandigheid van ontwikkelingslanden.
Zorgvuldige diplomatie en conflictbemiddeling kunnen belangrijke wendingen ten goede teweeg brengen, zoals bleek bij de geheime onderhandelingen tussen Israel en de PLO, en tijdens de Wereldbevolkingsconferentie te Cairo. Nederland moet er niet voor terugdeinzen een dergelijke bemiddelende rol op zich te nemen, ook, of misschien zelfs juist, als daarover geen overeenstemming bestaat binnen de internationale gemeenschap. In geval van conflicten beschouwt de Nederlandse regering in principe de burgerbevolking, en niet de oorlogvoerende leiders, als eerste gesprekspartner. In het geval van voormalig Joegoslavie kan dat betekenen dat een vredesmacht bescherming biedt aan die dorpen en steden waarvan de bevolking zich verbindt aan vrede en multi-etniciteit. De minister van Defensie komt binnenkort met een voorstel voor de verdere omvorming van het Nederlandse leger tot vredesmacht. Het is nadrukkelijk de bedoeling hierover een discussie in de samenleving te entameren, aangezien een dergelijke vredesmacht alleen kan functioneren bij brede steun onder de eigen Nederlandse bevolking. De marine wordt afgebouwd. De Nederlandse regering beschouwt niet de Europese Unie doch de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), waarin ook de Oosteuropese landen zitting hebben, als belangrijkste gesprekspartner voor een Europees veiligheidsbeleid.
DE REGERING TREKT komend jaar 200 miljoen gulden extra uit voor kinderopvang. Het gaat hierbij niet om bedrijfsplaatsen, waar immers alleen ouders met een zeer stevige positie op de arbeidsmarkt iets aan hebben. Kinderdagverblijven worden bij voorkeur gecreeerd in of bij verzorgingstehuizen.
Het aanbod van cursussen Nederlands wordt sterk uitgebreid. De cursussen krijgen geen verplichtend karakter omdat dit gepaard zou gaan met rechtsongelijkheid: alleen bij uitkeringsgerechtigde allochtonen heeft de overheid een sanctiemogelijkheid. Pas als zou blijken dat bij voldoende cursusaanbod hiervan geen gebruik wordt gemaakt, is zachte dwang te overwegen.
De maximale klassegrootte op de basisscholen wordt met ingang van het schooljaar 1995 teruggebracht met twee, de daaropvolgende jaren opnieuw met twee, net zolang tot een maximale grootte van 24 is bereikt. Per basisschool wordt een beheerder aangesteld die zorg draagt voor een maximale benutting van de schoolgebouwen buiten de schooluren.
Het aantal laaggeschoolde banen in Nederland is op het moment niet lager dan het aantal laag opgeleiden. De banen worden echter bezet door hoger opgeleiden. Dit probleem valt niet met scholing op te lossen, noch met het creeren van extra banen 'aan de onderkant’. Ook hiervoor zal immers de voorkeur worden gegeven aan de wat hoger opgeleide werklozen, van wie er voorlopig nog genoeg zijn. Hoewel iedere baan er een is, verdient het zowel in economisch als in sociaal opzicht de voorkeur de nadruk te leggen op het scheppen van banen van hoge kwaliteit.
Hoewel de vrije toegang tot het hoger onderwijs een groot goed is, moet worden geconstateerd dat door de hoge werkloosheid onderwijs steeds meer een manier wordt 'om van de straat te blijven’ en in het levensonderhoud te voorzien. Dit lost niets op, en het zorgt voor verdere verdringing van de lager opgeleiden van de arbeidsmarkt. Op termijn zijn het terugdringen van de werkloosheid middels herverdeling van arbeid en de instelling van een basisinkomen de enige oplossingen. Op korte termijn is de enige verdedigbare rem op deze groei het instellen van bindende kwaliteitstoetsen tijdens de studie.
De overheid blijft verantwoordelijk voor het hoger onderwijs. De uniforme studieduur binnen het hoger onderwijs wordt afgeschaft, de maximale studieduur wordt per studie vastgesteld. Universiteiten bouwen na het eerste studiejaar, en daarna periodiek, bindende kwaliteitstoetsen in. De selectie 'aan de poort’ wordt niet verscherpt. Universiteiten krijgen een vast budget, waarbij het aantal studenten aan een minimum wordt gebonden. Universiteiten bepalen zelf in hoeverre ze, bij een grote toestroom van studenten, de massaliteit van het onderwijs vergroten of de kwaliteitstoetsen verscherpen.
Alle studenten krijgen, onafhankelijk van het inkomen van de ouders en onafhankelijk van hun leeftijd, de mogelijkheid een lening af te sluiten van maximaal 12000 gulden per studiejaar; de hoogte van dit bedrag wordt bijgesteld met de koopkrachtontwikkeling. Voor kinderen van ouders beneden de ziekenfondsgrens is er een basisbeurs van 600 gulden per maand, waarbij de duur gekoppeld is aan de studieduur. De lening wordt, met een progressief tarief, afbetaald zodra betrokkene meer verdient dan het minimumloon. Op langere termijn vervangt het basisinkomen de leningsfaciliteit.
GEZIEN DE GROEIENDE weerstand in de samenleving wordt het jagen verboden.
VOOR ZOVER DE kostenstijging in de gezondheidszorg te maken heeft met de inefficiente en op persoonlijk gewin gerichte structuur van de gezondheidssector, verwacht de regering de komende jaren forse verbeteringen in de zorg aan te kunnen brengen. Voor zover de kostenstijging echter een gevolg is van de vergrijzing, zal deze de komende jaren verder toenemen. Minder nog dan bij andere voorzieningen, is het bij de gezondheidszorg zinvol en rechtvaardig om het aan de burger zelf over te laten in hoeverre men voor de kosten is verzekerd. Een dergelijk systeem komt er immers op neer dat iedereen zich zo goed mogelijk verzekert, behalve zij die het niet kunnen betalen. Daarom is de regering voornemens de ziekenfondsen uit te breiden tot verplichte verzekering voor alle burgers van dit land. De premie wordt vastgesteld naar inkomen. De ziekenfondsen hebben, hierbij gecontroleerd door enerzijds het parlement en anderzijds een bestuur van huisartsen, patienten en deskundigen, een belangrijke functie bij het bewaken van de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg. Zij gaan hiertoe contracten aan met ziekenhuizen, artsen en andere zorgaanbieders. Het aantal huisartsen wordt verdubbeld, waardoor zij hun taak als spil van de gezondheidszorg beter waar kunnen maken. Het draagvlak voor een dergelijke reorganisatie van de gezondheidszorg is groot. De regering vraagt de medewerking van u, leden van de Staten-Generaal, om met haar weerstand te bieden tegen de kleine doch machtige lobby van hen die zich op het moment verrijken ten koste van de verzekerden.
VOLGENS RAMINGEN zijn er de komende vijftien jaar circa anderhalf miljoen extra woningen nodig in Nederland, voor het overgrote deel in de Randstad. Woningbouw dreigt, indien niet sturend wordt opgetreden, een belangrijke aantasting voor het leefklimaat te worden. De aard van de huidige woningbouw stimuleert het groeiend woonruimtegebruik door zich vrijwel louter te richten op gezinswoningen, terwijl de behoefte van de samenleving inmiddels veel gedifferentieerder is. De overheid zal voortaan bij het afgeven van bouwvergunningen ook de aard van de woningbouw in haar oordeel betrekken. In de Randstad worden geen nieuwe gebieden voor woningbouw aangewezen. De extra woonbehoefte moet worden gerealiseerd door compacter te bouwen. Met ingang van het komende belastingjaar wordt de hypotheekrenteaftrek afgeschaft voor zover een hypotheek de 200.000 gulden overschrijdt; een jaar later zal dit verder worden teruggedraaid tot 150.000 gulden. Deze bedragen gelden bij twee of meer bewoners, bij alleenwonenden gaat het om de helft. De besparingen die dit oplevert zet de regering in voor stadsvernieuwing en de verbetering van de leefomgeving in woongebieden. Het is immers vaak door een gebrek aan kwaliteit, dat bewoners die zich dat kunnen veroorloven op zoek gaan naar een grotere kwantiteit.
Gemeenten zal worden gevraagd bij het toekennen van woovergunningen meer rekening te houden met de verhouding tussen het aantal bewoners en het aantal vierkante meters. Indien dit onvoldoende vruchten afwerpt is de vaststelling van een maximum aantal vierkante meters per persoon misschien niet te vermijden, al is de regering daar op voorhand geen voorstander van. De regering onderzoekt in hoeverre in zeer specifieke gevallen, bijvoorbeeld indien ouderen hun huis willen splitsen omdat het na vertrek van de kinderen te groot is geworden, een subsidie wenselijk is. Waarschijnlijk moet hier de vrije markt haar werk doen. De regering dient binnenkort een wetsontwerp in dat ten doel heeft de maximale huurverhoging gelijk te stellen aan de inflatie.
VEEL MEER MENSEN dan nu het geval is, zouden kunnen en willen genieten van kunst en cultuur. Dat vraagt echter ook een aanvulling op het aanbod. Naast de aandacht voor artistieke kwaliteit en vernieuwing, waarop nu de nadruk ligt bij het toekennen van de financiele middelen, bepleit de regering aandacht voor de toegankelijkheid. Dit betekent zeker niet dat alle kunstuitingen voortaan daarop zouden moeten worden beoordeeld. Wel wordt naast het huidige aanbod extra ruimte geschapen voor festivals, openluchtvoorstellingen, taalwerkplaatsen, rondtrekkende gezelschappen en andere initiatieven die kunst en cultuur weer een plaats geven in het volle leven. De regering stelt daartoe voor de kunstenbegroting met vijftig procent te verhogen. Hierbij wordt gewaakt voor een overmatige aanspraak van de grote steden.
LEDEN VAN DE STATEN-GENERAAL,{De regering staat een fundamentele modernisering van de samenleving voor ogen. Zij stelt ingrijpende maatregelen voor, in de overtuiging dat deze maatregelen uitzicht bieden op een land waarin mensen zich meer thuis zullen kunnen voelen. Een samenleving waarin kwaliteit, saamhorigheid en eigenheid centraal staan. Een intensief debat tussen regering, Staten-Generaal en de burgers van dit land zal veel van ons vergen. Ik hoop van harte dat wij allen hiertoe de moed en de kracht zullen opbrengen.