Sport

Troost

Het was net alsof hij het winnende doelpunt had gemaakt, want hij werd bedolven door zijn medespelers. Maar Ryan Donk had zojuist een penalty gemist, waardoor zijn ploeg naast de beker greep. Direct na zijn misser werd hij bestormd door zijn ploeggenoten, als ‘collectieve steunbetuiging’.

Met evenveel hartstocht als waarmee ze een doelpunt zouden vieren, troostten de AZ-spelers collectief Donk. Die als enige een strafschop had gemist.

Dat hebben profvoetballers geleerd: het is belangrijk om je teamgenoten bij te staan op mindere momenten, om te laten merken dat je achter hem staat n’importe wat, dat hij wordt gesteund, dat jullie inderdaad een team zijn. Tijdens het nemen van de strafschoppen vinden de mannen steun bij elkaar door met de armen om elkaars schouders op de middenlijn te staan. Ferme jongens, stoere knapen, krentenbrood. In tijden van geestelijke stress zijn ze er voor elkaar. Dus ook als iemand iets naars overkomt. Dat heeft Ryan Donk gemerkt.

De bal was nog maar net achter het doel verdwenen of hij werd al bij zijn schouders gegrepen. Het was Grettar.

‘Ryan, geeft niet, jongen.’

Ondertussen dacht Grettar: hebben we g*dv*rd*mm* eindelijk een kans om die rotbeker te winnen, en dan schiet hij mis. Natuurlijk hij! Wie anders? Hij is op de training ook altijd zo waardeloos! Hij geeft nooit een rondje en met klaverjassen speelt hij als een krant.

Daar was Kew: ‘Ryan, my man, we houden toch wel van je.’

Ondertussen dacht Kew: neem hem dan potverdrie niet, als je hem toch mist.

Demy troostte: ‘Ryan, jongen, niks aan de hand, hoor. Dat heeft iedereen wel eens.’

Hij dacht: maar de grootste lul heeft het ‘t eerst. En ikzelf heb het eerlijk gezegd nog nooit gehad.

Simon zei: ‘Ryan, Junge, macht kein Flaus aus.’

En dacht: maar eigenlijk verdammt wel. Moeten we toch die f***ing play-offs gaan winnen. Scheisse.

Julien troostte: ‘Hé Ryan, dat hoort er gewoon bij, joh.’

Terwijl hij zoiets dacht als: het doel is 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog. Dat betekent 17,86 vierkante meter. Stekelenburg, die keeper, kan hooguit drie vierkante meter bestrijken. Dus heb je 14,86 vierkante meter de ruimte voor die bal. Die past daar zo’n honderdvijftig keer in.

Meneer Van Gaal zei: ‘Ryan, maakt niet uit, joh. De penalty is een raar ding. Hij werd in 1891 geïntroduceerd door William McCrum, voor wie in Milford een standbeeld werd opgericht. Peter Handke schreef ooit het boek Der Angst des Torwarts beim Elfmeter, later verfilmd door Wim Wenders.’

Hij dacht ondertussen: maar dat weet jij zeker niet, hè? Volgend seizoen geen contract, vrees ik. Terug naar het tweede.

Maarten zei niets, maar kneep Ryan even troostend in zijn wang.

En dacht: g*dv*rd*g*dv*rd*gl****nd*g*dv*r! Wat had Van Gaal nu gezegd? Nooit half hoog, en nooit half breed. Liever over dan dat de keeper erbij kan. Liever hard en op de lat dan halfzacht en halfdiep.

Ryan Donk miste, en iedereen kwam hem troosten. Arm om de schouder, knuffeltje, klapje op de billen, aai over de neus, tong in de oorschelp – allemaal zeiden ze: geeft niet, Ryan, dat had iedereen kunnen gebeuren. Het is niet erg, het is niet jouw schuld.

Als Ryan er net even in geslaagd was om zijn tranen te bedwingen, dan kwam er weer een volgende ploeggenoot naar hem toe om te zeggen dat het helemaal niet erg was, dat hij hem niks kwalijk nam, joh, kun jij niks aan doen – en dan kon Ryan weer opnieuw beginnen met vechten tegen de hysterie.

Daar was Danny: ‘Ryan, jongen, het is een loterij, die penalty’s.’

Denkend: het is helemaal geen loterij. Je moet hem er gewoon in schieten. Daar kun je zelfs op oefenen, wist je dat?

Rogier zei: ‘Kom op, Ryan, maakt niet uit.’

En dacht: maakt wél uit. Voor mij wel. Daar gaat mijn vakantie. En straks kan ik gewoon weer ‘s avonds gaan vakkenvullen bij de Dirk van den Broek. Je wordt bedankt. Met die rotkop van je.

Moussa kwam eraan: ‘Ryan, jongen, ik heb zo vaak een strafschop gemist.’

Moussa dacht: maar nooit op zo’n verschrikkelijk belangrijk moment, zak hooi.

De volgende ochtend was Ryan Donk, na niet zo’n geweldige nacht, in staat om zich met bovenmenselijke inspanning te vermannen. Stoer en volwassen durfde hij de krant te lezen: ‘Ryan Donk mist beslissende penalty’. Het bracht hem niet van zijn stuk. Diep van binnen, ver weg, voelde hij al iets opkomen van hernieuwd zelfvertrouwen, van relativering en van vergeten-vergeven-en-opnieuw-beginnen.

Toen ging de telefoon.

‘Donk.’

‘Hallo, met Shota. Ryan, kop op, jongen. Het is helemaal niet erg. Had iedereen kunnen overkomen.’