H.J.A. HOFLAND

Troost

Beleven we het ochtendgloren van de Tweede Koude Oorlog? Moeten we de toestand in Georgië zien als een herhaling van Boedapest, 1956, en Praag, 1968, toen onder leiding van dissidente bewegingen Hongarije en Tsjechoslowakije zich probeerden los te maken van het Warschau Pact? Misschien lijkt het er een beetje op, maar zo is het niet. President Saakasjvili wilde het afgescheiden Zuid-Ossetië weer onder controle brengen en, als dat zou lukken, ook met Abchazië afrekenen. Twee provincies die de bescherming van Rusland genieten. Saakasjvili heeft zichzelf en zijn steun in het Westen overschat. Tegen de Russische militaire macht heeft hij niets in te brengen. Tot zo ver is er enige overeenkomst met de Koude Oorlog. De rest is anders.
Om dat te begrijpen moeten we teruggaan tot de roemloze ondergang van de sovjetsupermacht, in 1991. De Koude Oorlog is relatief het vreedzaamste conflict dat zich ooit tussen twee wereldmachten heeft voltrokken. Binnen deze grenzen was het een totale krachtmeting, met op lange termijn als inzet de wereldheerschappij. Lang hebben pessimisten in het Westen in de overtuiging verkeerd dat het communisme de strijd zou kunnen winnen. In 1989 begon met de val van de Muur de ineenstorting. Het wereldrijk is uiteengevallen in alzijdige desorganisatie. Maar het had zijn geweldig potentieel bewaard. We mogen nog altijd van geluk spreken dat zich daarna in Moskou geen revanchistisch bewind heeft gevestigd.
Het wederzijds wantrouwen bleef bestaan. In de jaren negentig werd het min of meer gemaskeerd, ook dankzij de opmerkelijk goede verhouding tussen de twee leiders, Bill Clinton en Boris Jeltsin (daarvan bestaan meeslepende televisiebeelden). Met de komst van Vladimir Poetin begon de voorspoedige wederopbouw van Rusland tot wereldmacht. De handhaving van de mensenrechten liet te wensen over, maar blijkbaar was de meerderheid van het Russische volk zeer tevreden over het herstel van de nationale eer.
Intussen was het Westen begonnen met het aanleggen van een cordon sanitaire om de voormalige tegenstander. In 1999 werden Tsjechië, Polen en Hongarije lid van de Navo. In 2004 volgden Litouwen, Letland, Estland, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije. Het was het spiegelbeeld van Jalta, de conferentie van de Grote Drie in 1945, waar Roosevelt en Churchill goedkeurden dat Moskou zijn invloed tot diep in Midden-Europa uitbreidde. Dit jaar is op de Navo-conferentie in Boekarest het lidmaatschap van Oekraïne en Georgië weer aan de orde gesteld. De uitbreiding van het contra Jalta, zou je het kunnen noemen. Bondskanselier Merkel en president Sarkozy vonden de tijd nog niet rijp; de uitbreiding ging niet door.
Deze aarzeling had een waarschuwing voor president Saakasjvili kunnen zijn. Zuid-Ossetië en Abchazië zullen hem veel problemen bezorgen, maar in zijn verlangen om met de opstandelingen daar af te rekenen heeft hij de bereidheid van het Westen om hem te steunen ernstig overschat. De Amerikaanse staatslieden Bush en Cheney waarschuwen Moskou tegen de gevolgen van de militaire inmenging, maar welke gevolgen zouden dat kunnen zijn? Hoeveel divisies heeft de paus, vroeg Stalin, toen de Heilige Vader hem voor de laatste maal waarschuwde. Rusland is weer een grote mogendheid, met veel diplomatieke invloed in een regio die voor het Westen van vitaal belang is. Als het vraagstuk Iran al valt op te lossen, dan zal dat met Russische steun aanmerkelijk gemakkelijker gaan. Rusland zal niet aarzelen zijn export van gas en olie voor politieke en strategische doelen te gebruiken.
En dan is er nog een factor: de publieke opinie in het Westen. In de Koude Oorlog leefden we aan deze kant van het IJzeren Gordijn met het constante besef van het Rode gevaar. Toen de opstanden in Boedapest en Praag werden onderdrukt, wekte dat in het Westen grenzeloze verontwaardiging. In 1956 koelde de massa hier zijn woede op alles wat communistisch was, het Waarheid-gebouw, boekhandel Pegasus. Schrijvers voerden zuiveringen in eigen gelederen uit. Er was in beide gevallen geweldige sympathie met het verzet. Maar van die verre steunbetuigingen konden de strijders niet leven. De troepen van de Navo snelden niet te hulp; deze twee drama’s hebben niet tot een oorlog geleid.
Zal het nu met Georgië anders gaan? Er is geen ideologische wereldworsteling meer. De sympathie van de publieke opinie voor president Saakasjvili valt niet te vergelijken met de uitbarstingen van solidariteit in de Koude Oorlog en ook die waren per slot van rekening gratuit. Bush kan waarschuwen wat hij wil, maar de Amerikanen hebben andere dingen aan hun hoofd. Intussen heeft president Medvedev het einde van de oorlog aangekondigd. De straf is voltrokken. De Georgiërs moeten zich troosten met onze diepe, welgemeende verontwaardiging.