Troosteloze diermensen

De komende weken nog te zien in Wageningen, Doetinchem, Zutphen, Den Bosch, Cuyk, Nijmegen. Inlichtingen: 06-54318663
Vanaf de kleine, door een tent overdekte tribune kijken we aan tegen een ‘bark’. Dat is een schip, en dit schip heet ‘De Bark van NOWAY!’, met een knipoog naar de Ark van Noach (spreek uit: ‘Nowee’), het bijbelse vaartuig uit het Oude Testament, waarop tijdens een door God (spreek uit: ‘Jawee’) verordonneerde overstroming (spreek uit: ‘zondvloed’, de stroom was immers bedoeld om de zonden van de mensheid weg te wassen) twee exemplaren per diersoort mochten worden gered. De rest kon verzuipen, de Ark van Noach voerde de geredde species naar drogere territoria.

In De Bark van NOWAY!, een zomervoorstelling van Teneeter uit Nijmegen, wil het schip almaar niet afvaren. De vaste bewoners zijn een kip, een haan, een zwaan, een kat en een varken. Elke dag komt de mol langs met een stuk gereedschap. Daarmee krijgen ze de motor van het schip voor korte tijd aan de praat. Maar het kreng zet niet door. De Bark van NOWAY! wil niet varen. Wij zien vanaf de kleine tribune op de wal één dag uit het leven van de bootbewoners. Door hun langdurig isolement zijn de dieren steeds meer mens geworden (of de mensen steeds meer dier). De nagenoeg tekstloze voorstelling bestaat uit hun confrontaties, pesterijen, liefdesaffaires. De kat jat, er wordt door de haan bij de kip een kind verwekt, dat uiteindelijk bij het varken terechtkomt. De net-niet-stervende zwaan is in de rouw. En de mol slentert daar zo'n beetje tussendoor. Wij kijken één uur naar hun troosteloos bestaan.
Het spelen van dieren met menselijke trekken, of van mensen met een fysieke structuur die van dieren lijkt te zijn afgeleid, is een techniek waarop goed moet worden getraind. Ze is onder meer afkomstig van de Franse mimespeler Jacq LeCoq, die veel werkte met fysieke deconditionering (anders bewegen dan je gewend bent), met maskers, met technieken uit het circus en het variété. Voor het spelen van een dier-mens (of een mens-dier) is een grote discipline vereist. Heb je die techniek in huis, dan kun je (mèt of zònder tekst) moeiteloos je gang gaan. Je kunt eender welk verhaal vertellen - de lijflijke tekens wijzen de toeschouwer de weg. De regisseurs van De Bark van NOWAY! (Andrea Fiege en Rinus Knobel) en het merendeel van de spelers van Teneeter missen die combinatie van techniek en discipline. Hun mistige scenario (‘adviezen: Pieter van de Waterbeemd’, meldt het programma; mij is van zoiets als een 'scenario’ niets gebleken) zakt binnen de kortste keren door de vloer van hun aangemeerde bark.
De Bark van NOWAY! is eigenlijk opgebouwd uit een reeks bijzonder flauwe en zouteloze grappen. In een interview las ik dat ze ervoor hebben gekozen om op die boot niet een bestaande theatertekst te spelen. Ik dacht: waarom niet? Waarom niet zo'n lekkere, platte tekst van Molière, De schelmenstreken van Scapin of De verliefde dokter? Want wat acteurs, regisseurs en scenaristen hier op eigen kracht aan materiaal hebben verzameld, lijkt helemaal nergens naar: een verzameling vondsten uit de eerste repetitiedagen die je daarna weer weg moet gooien. Een lege huls aan komedie-effecten.
Een dier nadoen en daarna weer mens worden, dat is een stijl, en die stijl moet je snappen, je moet hem je eigen maken, er een eigen plezier uit bakken. Met alle respect voor het harde werk van deze troep, de enige die dat deed was Chris Tates in de magnifieke rol van het rozerood geschminkte varken. Tates heeft de weergaloze timing van een raskomediant. Hij slaat de mol joviaal tussen de schouderbladen, en als de mol (Rob Beumer, een typetje dat nooit uit het karkas van het typetje komt) joviaal terugslaat, wordt het varken van Chris Tates opeens agressief. Het varken adopteert de baby die de haan en de kip niet meer willen. Achter zijn venster in het vooronder van de bark leest hij zijn aangenomen kind vertederend voor uit de verzamelde werken van Sesamstraat (de belevenissen van de poes 'Dikkie Dik’). Tranen met tuiten heb ik gelachen om die woordloze scènes. En ik ben bijna van de kleine tribune gelazerd bij het dansen en playbacken van dit alles-kits-achter-de-rits-varken. Chris Tates sleepte me door de avond heen.
'De voorstelling moest voor een breed publiek’, zo citeert De Gelderlander de makers, 'dus we besloten niet te veel op het woord en de taal te gaan zitten.’ Beeld en muziek moesten de taal vervangen. Dat hebben we geweten: platte anekdotiek en een omgevallen cd-kast. Is dat het noodlot voor een 'breed publiek’. Ik vond het eigenlijk eerder een belediging.