Toneel: ‘Black’

Tropische regenbui

NTGent, Black: The Sorrows of Belgium 1: Congo © Michiel Devijver

De witte missionaris holde zojuist nog dolenthousiast over het toneel bij zijn uitleg over de huizen en de school die hij zou laten bouwen in het Congolese dorp. Voor de mensen daar. Voor twee Congolese ‘boys’ waar hij zich over heeft ontfermd en die hij regelmatig liefdevol omarmt. Maar nu de boys contact blijken te hebben met plaatselijke meisjes, is de missionaris genoodzaakt om op te treden. Hij laat de meisjes elk op een stoel staan en vaart tegen ze uit. Dwingt hen om zijn woorden na te zeggen. Een mooi detail in deze scène uit Black is dat acteur Peter Seynaeve als de Amerikaanse missionaris Samuel Lapsley met een platte Vlaamse tongval spreekt. Aminata Demba en Andie Dushime vertolken zowel de ‘boys’ als hun vriendinnetjes. Qua voorkomen klopt deze rolverdeling, want beide actrices hebben Afrikaanse roots. Maar ze antwoorden de missionaris in keurig Nederlands. Fout, volgens Lapsley, die hun uitspraak corrigeert naar zíjn Vlaams.

The Sorrows of Belgium is de overkoepelende titel van een serie voorstellingen waarvan Black de eerste is en die de Vlaming Luk Perceval regisseert bij NTGent. Analoog aan Het verdriet van België, de grote roman van Hugo Claus over een familie die collaboreerde in de Tweede Wereldoorlog, stelt Perceval de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van zijn land aan de kaak. Uitgangspunt van Black zijn de ervaringen van William Sheppard, een Afro-Amerikaanse missionaris die in 1890 naar Belgisch Congo vertrok en daar een dagboek bijhield. De voorstelling heeft de vorm van een groepsvertelling. Samen staan de Vlaamse en Afro-Europese acteurs in de proloog voor een wandvullende, negentiende-eeuwse landkaart van het ‘donkere’ continent, swingend op de spiritual You Gotta Move. Samen kruipen ze in een terugkerend regentafereel boven op de koloniale biljarttafel die het toneelbeeld domineert, waar minutenlang een tropische regenbui neerstort. Om beurten nemen ze het woord in de energiek voortstuwende geestuitdrijving van soms woest beeldende, soms kaalgeslagen talige scènes. De gruwelen die het koloniale regime onder koning Leopold II in Congo heeft aangericht, worden indringend opgeroepen in enkele zinnen: de hoeveelheid afgehakte handen die achterblijft na het uitmoorden van een dorp.

Toch wringt er iets in de collectiviteit van deze gezamenlijke vertelling en verbeelding. Acteur Nganji Mutiri die Sheppard speelt, komt vreemd genoeg weinig aan het woord. Drie vertrouwde NTGent-acteurs, Frank Focketyn, Tom Dewispelaere en Peter Seynaeve, nemen de meeste ruimte in met uitgelaten en smeuïge portretten van foute (Vlaamse) kolonialisten. Het is dan ook de hoogmoed en het onverbloemde racisme van deze ‘collaborerende’ uitvoerders waar Perceval zijn pijlen op richt. Bij vlagen werkt het dat de zwarte acteurs in hún drama zo stil en waardig figureren. Als Yolanda Mpelé zich aan het eind ineens rechtstreeks tot het publiek richt – ‘Kijk naar mij’ – is dat daardoor des te indrukwekkender. Maar in de tekstuele collage waarin onder anderen Jef Geeraerts, Shakespeare (Othello) en James Baldwin langskomen, hebben de aantekeningen van Sheppard, de interessantste figuur in de voorstelling, een veel te klein aandeel. Het zou over hem gaan. Maar het podium in deze luide aanklacht wordt overheerst door de kolonialisten.


Tournee tot eind mei, ntgent.be