3 oktober 2008 - 9 juni 2010

Trots op Nederland

Rita Verdonk begon niet links, en niet rechts, maar rechtdoorzee. Uiteindelijk werden de golven die ze zelf had opgewekt haar te hoog.

HET BEGON ALLEMAAL wervelend, en volgens het populistische boekje. Het Wilhelmus schalde door de zaal, rood-wit-blauwe ballonnen dwarrelden naar beneden, het partijlogo leek op dat van een voetbalclub, met de nationale driekleur en veel oranje, en de partijleidster was gefotografeerd zoals wij Nederlanders een leider graag zien: achter het roer van het schip van staat, de haren wapperend in de storm, de blik vastberaden op de horizon gericht.

Toen Rita Verdonk op 3 april 2008 haar nieuwe partij Trots op Nederland (kortweg Trots) lanceerde in de Passengers Terminal in Amsterdam trakteerde ze haar publiek op een show die nog het meest deed denken aan de gelikte bijeenkomsten in het Amerikaanse verkiezingscircus. In haar speech mengde Verdonk de nationale trots met paranoïde uithalen naar de Nederlandse elite, ‘zij’ die het sinterklaasfeest willen afschaffen en 'overal’ slavernijmonumenten willen oprichten, 'een sterke weg-met-ons-stroming’ die 'ons’ al jaren wil doen geloven dat onze cultuur niet bestaat. Het was een simplistische echo van het debat over onze nationale identiteit en de noodzaak van het afstoffen van de eigen canon dat intellectuelen de jaren ervoor voerden op de opiniepagina’s. Een kwestie van veel klok en weinig klepel. En natuurlijk was er de fermheid, die haar als minister voor Vreemdelingenzaken in Balkenende II zo geliefd had gemaakt. 'Er zijn grenzen.’ 'Regels zijn regels.’ 'Duidelijkheid, daadkracht en afspraak is afspraak.’ Met als kers op de taart haar motto: 'Ik ben niet links, ik ben niet rechts, maar rechtdoorzee.’
Verdonks populisme werkte. Binnen de kortste keren behaalde ze tegen de dertig virtuele Kamerzetels. Ze verkondigde dat ze voor veertig zetels 'ging’ en de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland wilde worden. Ze zou binnenkort even bij Angela Merkel langsgaan, om alvast kennis te maken.
De grootspraak was er de afgelopen weken nog steeds, al klonk die steeds geforceerder en had het 'gaan voor’ veertig zetels plaatsgemaakt voor 'gaan voor’ tien. Tijdens haar campagne kleurden Verdonk en haar gevolg nog steeds oranje, maar gezellig zag dat er al lang niet meer uit, eerder een beetje zielig, want iedereen wist dat zij in alle peilingen stabiel op nul stond.

Trots behaalde nog succesjes bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar nu is uitgekomen wat daarvoor al duidelijk was: de belofte die de partij eens was, is als een ballon leeggelopen. Rita Verdonk zal haar neergang ongetwijfeld verklaren uit het 'Ritaatje pesten’ van de media. Inderdaad deden de media gretig verslag van de ruzies binnen haar beweging. Al een paar maanden na de feestelijke presentatie van Trots stapte haar adviseur Ed Sinke op en dat ging vergezeld met onverkwikkelijke berichten over computervredebreuk, verduistering en beschuldigingen van karaktermoord. Sinke strooide zout in de wond door in interviews te stellen dat Verdonks beweging niets dan schijn was en dat de voorvrouw alleen maar luisterde 'naar mensen die haar narcisme voedden’. In het najaar van 2008 kwam het ook tot een breuk met haar spindoctor Kay van de Linde, die in een gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam had gedoceerd dat Verdonk 'gebakken lucht’ was. Er was, stelde hij, 'geen partij, geen inhoud, geen echte standpunten, helemaal niets’.
Kiezers houden niet van ruzie, zeker niet met de kikkerteil van de LPF nog vers in het geheugen. Maar in het geval van Verdonk speelde ongetwijfeld méér mee dan het feit dat de kaderleden en vrijwilligers het en masse voor gezien hielden. Als minister hield ze haar rug zo recht dat ze van incident naar incident strompelde - van haar premature reactie op de Schipholbrand tot het uitzetten van Congolezen en homoseksuele Iraanse asielzoekers naar hun 'veilige’ thuislanden, van het oppakken van de uitgeprocedeerde Kosovaarse gymnasiaste Taïda Pasic tot het intrekken van het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali, waar de regering op viel. Haar rechtlijnigheid maakte haar echter niet alleen gehaat, maar ook geliefd. Ze werd politicus van het jaar en was verreweg de populairste VVD'er. Maar haar populariteit bij de 'mensen in het land’, om met Wiegel te spreken, steeg haar ook naar het hoofd.
Nooit een wonderlijker gedaantewisseling in de Nederlandse politiek gezien dan die van Rita Verdonk; leefde Ovidius nog, dan had hij haar in zijn Metamorfosen opgenomen. Toen ze in 2003 aantrad in het tweede kabinet-Balkenende was ze een vrouw uit de provincie op verstandige schoenen en in hoekige mantelpakken, een heel leven in het gevangeniswezen en de ambtenarij achter de rug. Haar gedrag was op het verlegene af, haar stem nog niet donker en kordaat. In de loop van haar ministerschap voltrok zich een fikse make-over. Garderobe en kapsel werden gestroomlijnd; steeds meer werd ze een karikatuur van daadkracht. Alle politici spelen een rol, al is het maar die van hun authentieke zelf. IJzeren Rita viel nog samen met haar rol toen ze zich in de boezem van de VVD bevond, zozeer sprak haar rol vanzelf dat ze in 2006 bijna het interne referendum voor het lijsttrekkerschap won, gesteund door partijprominenten Wiegel en Bolkestein. Ze verloor nipt, maar kreeg de daaropvolgende verkiezingen ruim 620.000 voorkeurstemmen, ruim zestigduizend meer dan Rutte. Haar greep naar de macht mislukte en ze werd, naar eigen zeggen, uit de partij 'gedonderd’.
Buiten de VVD werd duidelijk wat ze was: een hol vat. Het politieke program van Trots op Nederland was een smakeloze stamppot van populistische standpunten. Haar pogingen om 'het volk’ er via de 'Ritawiki’ aan mee te laten schrijven, strandden op gescheld en onzinnige suggesties als sjoelbakken als Olympische sport en verplicht aardappelen eten bij de inburgering. Verdonk was zelf nog de enige die krampachtig in haar rol leek te geloven. Een geruststelling dat de kiezer er niet is ingetrapt.