Popmuziek

Trotskistische trucjes

Popmuziek: Boy Sets Fire

Twee van de Amerikaanse bands uit de vergaarbak die we voor het gemak maar emocore zullen noemen, die ondanks (inmiddels ontbonden) contracten bij grote platenmaatschappijen nooit zijn doorgebroken bij het écht grote publiek, die dat waarschijnlijk ook nooit meer zullen doen, maar die met hun platen niettemin van grote invloed zijn op geestverwante bands en in het livecircuit een geduchte reputatie hebben opgebouwd, lijken ook in politiek opzicht op exact dezelfde golflengte te zitten. Niettemin kunnen Boy Sets Fire (uit Delaware) en Ignite (uit Orange County) elkaar niet luchten. De reden is een internet site in het cd-boekje van het baanbrekende album After the Eulogy (2000) van Boy Sets Fire. In een lijstje met «alternative media» stond daar, tussen de website van Mi chael Moore en die voor politieke gevangenen als Leonard Peltier en Mumia Abu-Jamal, de site van de Communist Party USA. Tot woede van de zanger van Ignite (waarvan het nieuwe album over enkele maanden (eindelijk) verschijnt), de van oorsprong Hongaarse Zoli Teglas, die tijdens zijn jeugdjaren meemaakte wat voor samenleving de CPUSA nastreeft. Sindsdien houdt Teglas in het voetspoor van Bolkestein c.s. het Europese festivalpubliek regelmatig voor dat communisme en fascisme elkaar in de praktijk nauwelijks ontlopen, waarbij hij niet nalaat Boy Sets Fire bij naam te noemen, hoe identiek hun standpunten over Afghanistan, Irak, Israël en andere actuele onderwerpen ook zijn.

Het nieuwe album van Boy Sets Fire staat in muzikaal opzicht andermaal op eenzame hoogte in het genre waarin de band zich beweegt, en waar ze op gezette tijden even zo gemakkelijk uitstapt. Tekstueel geeft het een fraai inzicht in het denkpatroon van de activistische links-radicaal in de VS anno 2006. De tentoongespreide bitterheid is de zelfkritiek voorbij; het nadert de zelfhaat. Als waren het volleerde trotskisten maken de bandleden daarbij geregeld geen muziek voor eigen parochie, maar lijken zij juist massale aanhang allerminst te willen uitsluiten. Maar ondertussen!

Zo is het opgewekte, met blazers opgevrolijkte Deja Coup heimelijk een bitter pamflet («Sit down! Shut up, just consume and be bored») en komt de sprankelende meezinger Empire («Here I am, with my empire, I’ll bring you to your knees») uiteindelijk neer op de linkse truc om de prille democratie in Irak gewoonweg te ontkennen: «And we’ve made quite sure you believe you’re free.»

Zo vervreemdend als het album ruim vijftig minuten eerder begon met zanger Nathan Gray begeleid door een akoestische gitaar, krakend als uit een oude transistor radio, met een bijna serene smeekbede om verandering en hoop, zo eindigt het ook wanneer de laatste klanken van het ronduit ziedende A Far Cry wegsterven, een nummer dat klinkt als een ontlading van al wat de band daarvoor inhield. Het is niet meer rauw, het is werkelijk smérig hard, en Gray keft, spuugt en krijst tegen «a system that is begging to burn». Terwijl zijn als een mantra herhaalde «surrender» wegsterft, komt het geluid van een akoestische gitaar op, met daaroverheen een stem die gedragen maar krachtig uitspreekt: «O Lord our Father, our young patriots, idols of our hearts, go forth to battle – be Thou near them!» Het is de War Prayer van Mark Twain, waarin hij zich in november 1905 uitsprak tegen de militaire interventie in de Filippijnen, maar die pas in 1916, toen Twain al was overleden, werd gepubliceerd.

Retoriek en symboliek, het is Boy Sets Fire wel toevertrouwd.

Boy Sets Fire, The Misery Index: Notes from the Plague Years (maatschappij: Epitaph) komt uit op 24 februari. 17 maart speelt Boy Sets
Fire in de Melkweg in Amsterdam