Trouwen is rouwen toneel

De voorstelling wil maar niet ophouden. Net wanneer je als argeloze toeschouwer denkt: nu is het gedaan, we nemen een drankje in de foyer (het toneel van Dirk Tanghe maakt een mens buitengewoon dorstig), dan komt er nóg een act, nóg een nummer, nóg een keelsnoerende solo. De voorstelling is als die échte burgermansbruiloften die iedere kijker ooit eens moet hebben meegemaakt en overleefd. Die hielden ook nooit op. Tot het fatale moment in de kleine uurtjes waar de drank tot aan de adamsappel was gestegen. Dan kwamen de gevaarlijke uitspraken over de werkelijkheid van de optredende personages boven tafel. De volgende ochtend schaamden de medespelers zich dood over hun schaamteloosheid. Vervolgens deden ze een plas, en alles bleef zoals het was. Precies over die tragiek gaat Brechts Burgermansbruiloft, en Dirk Tanghe kwadrateert die tragiek.

Maria Reinhart (Paula Bangels) en Jacob Grüber (Arthur Roffelsen) zijn getrouwd. Ze begroeten ons al in de toeschouwersruimte, nog vóór er iets van hun bruiloftsfeest te zien is geweest. Op het toneel - geheel volgebouwd met meubilair, waarover we later te horen krijgen dat de bruidegom het zelf heeft getimmerd en gelijmd - loopt een schimmige figuur rond achter een gigantische batterij kookpannen. Het is de vet-bepruikte moeder (Peter de Graef). Ze wordt niet geïntroduceerd. De andere gasten wel. Ze krijgen allemaal een introductie in de stijl van wat in mijn jeugd de Tiroler Holzhacker Buben heette - die foute Zuid-Duitse muziek waaraan iets engs kleeft. Vrijwel alle gasten spreken trouwens in een mengeling van Duits en Nederlands. Alleen de bruid praat in een tongval waarin ik plat Vlaams vermoed. Ze is - in haar gruwelijk groene minirokje - ook een eenling in de voorstelling. En ze wordt in de loop van deze volledig uit de hand lopende bruiloftspartij geschoffeerd door haar bruidegom, die op het moment dat hij zijn felgroene colbert uittrekt verandert in een monster. De hele voorstelling is eigenlijk een parade van monsters. Als ze het niet meer weten verteren ze hun frustraties door uit te barsten in opera - ze uiten zich in een kunstvorm die hen dikker en groter en vetter maakt dan ze in de werkelijkheid al zijn. Het zijn de momenten in deze voorstelling waarop ik de hik kreeg van het lachen. Om me vervolgens bijna te schamen over mijn eigen lach. Deze Burgermansbruiloft is én om te lachen én om te janken. Theaterplezier als overlevingskunst. Mooi compliment voor theatermakers.
De voorstelling is ook gevaarlijk. Bijvoorbeeld als het personage dat ‘De Jongeman’ wordt genoemd opeens een toespraak houdt, waarin hij erg dicht bij de retoriek en de pathologie van ene meneer A. Hitler komt - in de tijd waarin Brecht deze tekst schreef (1920) nog een onbeduidende korporaal in het Duitse leger, hier een keelsnoerend mooi nummer van Michael Pas. Er zijn meer mooie 'nummers’. Henk Elich als de vader (onherkenbaar gemaakt door zijn uitvergrote lijf), de man die niet kan ophouden met het vertellen van foute grappen (hij noemt ze 'Erzählungen’, verhaaltjes), en die daarover vooral zelf erg moet lachen, tot hij, totaal bezopen, in een hoekje alleen nog maar lach is geworden. Of het personage dat 'De Vrouw’ heet, een weergaloze creatie van Harriët Stroet, die tegen het eind van de voorstelling rondzeult met een kinderbox vol knuffelbeesten, een scène die verschrikkelijk pijn doet. En dan hebben we het nog niet gehad over 'De Zusters’, twee roodharige travestieten (Thomas de Bres en Louis van Beek), die door de party zwerven als mensenkinderen die per ongeluk op het verkeerde feest zijn beland, en die tegen het eind wanhopig hun pruik afrukken - ondertekst: wij zijn ook zonder pruik iemand!
De burgermansbruiloft is een feest van herkenning - en dat is een vreselijk cliché. Het is een voorstelling waarin je je ruim twee uur als toeschouwer betrapt voelt. Betrapt op eigen gemakzucht, op de eigen kapotte beelden van een verleden dat wellicht allang was verdrongen. Mag ik het u lezer één keertje aanraden: ga er ongedwongen naar kijken. U zult van dit feest dat u zichzelf heeft aangedaan absoluut geen spijt krijgen.

  • De jeugdtheatergroep Teneeter heeft een traditie opgebouwd in het spelen van klassieke stukken voor kinderen. Met name met Ifigineia koningskind en Antigone (naar Sofokles). Nu spelen ze Medea van Euripides, een tragedie over jaloezie en kindermoord. Nog tot ver in 1999 te zien. Inlichtingen: 024-3600588.