Marokko en de zaak-Amina

Trouwen met je verkrachter

Het minderjarige meisje Amina, gedwongen te trouwen met de man die haar verkrachtte, pleegde in maart zelfmoord. Een affaire die in Marokko voor veel commotie zorgde. Door Kees Beekmans

Rabat – Op een zonnige zaterdag in maart vindt voor het parlementsgebouw aan Boulevard Mohammed V een manifestatie plaats naar aanleiding van het trieste geval-Amina. De ongeveer tweehonderd vooral vrouwelijke demonstranten hebben borden en spandoeken meegenomen waarop leuzen staan als ‘De wet heeft mij vermoord’ en ‘We zijn allemaal Amina’s’. Op het zwarte T-shirt dat velen dragen staat met rode letters ‘rip Amina, verkracht op haar vijftiende, getrouwd met haar verkrachter’.

De manifestatie keert zich vooral tegen strafrechtartikel 475, dat de mogelijkheid biedt van een huwelijk tussen dader en slachtoffer, waarbij de verkrachter wordt vrijgesteld van verdere rechtsvervolging. Het is precies wat met Amina is gebeurd: ‘Het slachtoffer dat werd uitgeleverd aan haar beul’, zoals een commentaar in de krant Aujourd’hui le Maroc het verwoordde. Een paar maanden na de huwelijksvoltrekking maakte Amina een einde aan haar leven door rattengif in te nemen.

De demonstratie, een week na de zelfmoord van Amina, trekt veel pers, zelfs nationale en internationale televisiezenders. Hun camera’s zwermen om de demonstranten heen. De 36-jarige Ibtissam Lachgar, die toch zelf deel uitmaakt van de manifestatie, stoort zich enigszins aan het succes ervan. ‘Het is zuur dat we dit drama nodig hebben gehad om eindelijk tegen deze wet in het geweer te komen’, zegt ze met een scheef oog op de vrouwen die her en der uitleg staan te geven aan een journalist. Lachgar, die ik ken als een militant activiste, noemt de vrouwen die zich voor de camera’s verdringen ‘staatsfeministes’ voor wie de zaak-Amina vooral een gelegenheid zou zijn zichzelf in de kijker te spelen. ‘Negen dagen geleden’, zegt ze, ‘op 8 maart, internationale vrouwendag, dus twee dagen voor de zelfmoord van Amina, stonden we hier met mali om tegen wet 475 te protesteren, maar toen nam niemand ons serieus. De pers niet, de vrouwenorganisaties niet. En moet je nu eens kijken.’

Lachgar, klinisch psychologe, is mede­oprichtster van mali, een Facebook-groep die onder meer strijdt voor ‘individuele vrijheden’ en die drie jaar geleden een zekere beruchtheid verwierf door tijdens de ramadan in het openbaar te willen picknicken. Lachgar speelt bovendien een prominente rol in de 20 Februari Beweging die vorig jaar in Marokko een Arabische lente teweeg wilde brengen. Echt gelukt is dat niet, al hebben de wekelijkse manifestaties van de beweging wel geleid tot een nieuwe, iets democratischer grondwet. Volgens Ibtissam Lachgar blijkt uit artikel 475 eens te meer dat de vrouw in Marokko ‘nog altijd wordt beschouwd als een seksueel object wier waardigheid absoluut niet wordt gerespecteerd’. Vandaar dat ze hier nu opnieuw staat om voor afschaffing van de ‘barbaarse en criminele wet 475’ te pleiten die, aldus Lachgar, ‘de Marokkaanse staat medeplichtig maakt aan verkrachting’.

Ze zegt dat ze naar Larache is afgereisd en heeft gesproken met de familie van Amina, ‘arme mensen die volkomen onwetend zijn van wat er in de wereld gebeurt en die, zoals bijna overal op het Marokkaanse platteland, nog erg traditioneel denken’. Voor hen brengt een ongehuwde dochter die geen maagd meer is schande over de hele familie, die alleen kan worden uitgewist door een huwelijk. ‘Dat mensen zo denken is helaas nog een realiteit, maar dat een rechter zoiets kan sanctioneren is ronduit schandalig.’

Het betreffende wetsartikel 475 heeft niets met de islam te maken. Het dateert nog uit de Franse tijd. Er wordt in die wet ook niet gesproken van verkrachting maar alleen van ‘niet-gewelddadige ontvoering’. De wet zou ooit in het leven zijn geroepen om wanhopig verliefde minderjarigen de mogelijkheid te bieden zonder toestemming van hun ouders te trouwen. Kennelijk interpreteren Marokkaanse rechters de wet heel wat ruimer. Hoeveel ‘Amina’s’ er in Marokko rondlopen weet niemand, maar in de week die op de demonstratie voor het parlement volgde, lieten meerdere jonge vrouwen in verschillende kranten zich uit, onder pseudoniem, over een lot vergelijkbaar met dat van het zestienjarige meisje.

De pers heeft de wet vrijwel unaniem veroordeeld. Op televisie werd zo veel over Amina gesproken dat het meisje al werd vergeleken met de Tunesische fruitverkoper Mohammed Bouazizi, die door zijn zelfverbranding de Arabische lente instigeerde. Maar de kans is klein dat de zaak dezelfde verstrekkende gevolgen heeft. Volgens de kritische journalist Ali Amar, wiens twee boeken in Marokko verboden zijn, legt de affaire vooral de tegenstrijdigheden in de Marokkaanse maatschappij bloot. Aan de ene kant, zegt hij, is er een overwegend conservatieve, traditioneel denkende bevolking. Daartegenover staat een minderheid die naar modernisering streeft. De koning is deze ‘modernisten’ enigszins tegemoet gekomen in de nieuwe grondwet van juli 2011, die rept van ‘gelijkheid tussen de seksen’ en zich keert tegen ‘iedere vorm van discriminatie’. Maar die vooruitstrevende woorden, zegt Amar, worden in diezelfde grondwet tenietgedaan door de voorwaarde dat ‘de constanten van de maatschappij’ gerespecteerd moeten worden. Met die constanten worden de culturele en religieuze overtuigingen van de grote meerderheid bedoeld. Dat verklaart waarom rechters nog vaak toestemming verlenen voor een huwelijk waarbij een minderjarig meisje is betrokken, en dat een verkrachter zijn straf via een huwelijk kan ontlopen. Of, een algemener voorbeeld: waarom zoons nog altijd twee keer zoveel erven als dochters.

Dat het geval-Amina voor zoveel commotie heeft gezorgd laat zich ook verklaren door de politiek gespannen context. Sinds een paar maanden, en voor het eerst in de geschiedenis, heeft Marokko een door islamisten aangevoerde coalitieregering, en vooral in kringen van vrouwen- en mensenrechtenorganisaties wordt gevreesd voor een intoleranter klimaat. De islamisten van de Partij van de Gerechtigheid en de Ontwikkeling (pjd) hebben noch de verkoop van alcohol noch het organiseren van muziekfestivals verboden, ze hebben daar zelfs niet op gezinspeeld, terwijl zij in het verleden, als oppositiepartij, regelmatig tegen deze zaken uitvoeren. Een enkeling meent echter wel te constateren dat bars, restaurants en discotheken zich nu strenger houden aan de officiële sluitingstijden.

Vooral de ‘modernisten’ wogen de officiële reacties van de nieuwe regering op ‘Amina’ kritisch, als was de zaak een soort testcase. Maar de minister van Justitie was er snel bij om te verklaren dat het huwelijk van Amina ‘geheel volgens de wet’ tot stand was gekomen, en met instemming van Amina zelf. Dat het meisje vermoedelijk onder zware druk stond van haar familie, en mogelijk ook de rechter, zei hij er niet bij. In feministische kringen vroeg men zich af hoe er volgens de minister sprake kan zijn van werkelijke instemming bij minderjarigen.

De andere pjd-minister, van Vrouwen- en Familiezaken, de enige vrouw in het kabinet, zei op een persconferentie dat ‘een wetsverandering opgedrongen aan een maatschappij het risico met zich meebrengt van grote sociale problemen’. Ze doelde daarbij op de families die dan met de schande van een onteerde dochter zullen moeten leven, en wellicht ook op de onteerde dochters zelf die, uitgekotst door hun omgeving, gemakkelijk in de prostitutie verdwijnen. De verwachting bij velen dat de pjd sterk rekening zou houden met genoemde ‘constanten in de maatschappij’ werd aldus bewaarheid. Overigens kan de gehoofddoekte minister voor Vrouwenzaken een zekere moed niet worden ontzegd. Confrontaties met de pers en met vrouwenorganisaties gaat ze niet uit de weg. Ze verschijnt regelmatig op televisie, op conferenties en bij debatten om het standpunt van de regering uit te dragen, en deed dat ook in de zaak-Amina.

Iemand die teleurgesteld zou kunnen zijn over de uitlatingen van beide ministers is Khadija Riyadi, voorzitter van de belangrijkste Marokkaanse mensenrechtenorganisatie amdh. Maar in haar werkkamer in de wijk l’Océan zegt ze blij te zijn met het debat dat nu is losgebarsten: ‘Sinds tijden ijveren we ervoor die wet, die de verkrachter vrijuit laat gaan, afgeschaft te krijgen, maar we vonden daarvoor nooit gehoor bij de regering. Nu lijkt het er toch op dat men zich gedwongen voelt er wat aan te doen.’ Voor Riya­di is dit het moment om ook andere kwesties die volgens haar in de zaak-Amina samenkomen op de agenda te krijgen: ‘Zoals het huwen van minderjarige meisjes. De wet staat dat in principe niet toe, een meisje moet minstens achttien zijn, maar de wet geeft de rechter wel de mogelijkheid een uitzondering te maken. Daar wordt veel te veel gebruik van gemaakt, bij bijna tien procent van het totaal aantal huwelijken.’

Volgens Riyadi pleit de staat zichzelf hier te gemakkelijk vrij: ‘De regering zegt: wij zijn het niet die die minderjarige meisjes willen trouwen, het is de familie, en als we het niet officieel toestaan zullen ze volgens de fatiha trouwen, het uitspreken van koranverzen in aanwezigheid van enkele getuigen. Dat creëert nog veel meer problemen, zoals formeel buitenechtelijke kinderen. Maar dan vraag ik: wat doet de staat om die patriarchale mentaliteit, die de waarde van de vrouw louter in haar lichaam ziet, te veranderen? Onze scholen dragen nog steeds een minderwaardig beeld van de vrouw uit, kinderen wordt nog steeds onderwezen dat de man beter is, dat de vrouw de man toebehoort en er is om hem te dienen.’

Daarnaast, zegt Riyadi, speelt het probleem van de geschonden rechten van kinderen, zoals bij de minderjarige Amina. ‘En dan denk ik ook aan de duizenden petites bonnes, meisjes van twaalf, dertien jaar die in de huishouding werken en die scholing wordt onthouden. Deze meisjes worden allemaal uitgebuit, en vaak ook nog verkracht. Nogmaals, het goede van de zaak-Amina, hoe triest op zichzelf ook, is dat iedereen nu over dit soort dingen praat.’

Er is nog een derde pjd-minister die zich over de zaak-Amina uitliet, de minister van Communicatie, woordvoerder van de regering. De minister zei tegen een krant: ‘Dit meisje is twee keer verkracht, één keer door een 26-jarige man en één keer door de Marokkaanse wet.’ Aan Riya­di de vraag of ze deze woorden misschien opvat als een hoopvolle uitlating. ‘Ik ben bang dat je het niet zo mag interpreteren. De minister van Communicatie heeft op de laatste partij­vergadering te horen gekregen dat hij te veel praat. Vooral de coalitiepartijen schijnen te vinden dat hij te veel verklaringen aflegt.’

Verwacht de voorzitter van de mensenrechtenorganisatie dan nog iets van deze regering? ‘Ik denk dat de regering, zelfs met de nieuwe grondwet, nog altijd niet degene is die de belangrijke besluiten neemt’, zegt Riyadi. ‘Wat aan belangrijke zaken raakt, zoals de religie, de rechten van vrouwen, wordt door de koning besloten. Als de monarchie dit soort zaken werkelijk wil veranderen, gaan de politieke partijen daarin mee. Als er twijfel is, zullen zij niks entameren. Maar we weten nu ook dat de samen­leving druk kan uitoefenen.’