Joan Didion en haar echtgenoot bij de première van de verfilming van Play It as It Lays in Los Angeles. Oktober 1972 © Frank Edwards / Fotos International / Getty Images

‘Maria maakte een lijst van dingen die ze nooit zou doen. Ze zou nooit: neuken op een feestje, sm doen tegen haar wil, een bontjas lenen van Abe Lipsey, echt niet.’ In Joan Didions compacte roman Play It as It Lays uit 1970, dit jaar in Nederlandse vertaling verschenen als Het spel meespelen, doet Maria vooral veel niet. De titel, een pokerterm, voelt relaxed, easy-going – alsof Maria zich laat meevoeren door de stroom van het leven. Maar dit verhaal gaat in wezen over passiviteit, ontkenning, over niet handelen en niet reflecteren. Over een vrouw die zich onttrekt aan de werkelijkheid.

Maria dus, een 31-jarige actrice zonder werk en als echtgenote van een up and coming filmregisseur onderdeel van de inner circle van Hollywood. En ze is nog iets: moeder van dochter Kate, die een hersenaandoening heeft en in een sanatorium verblijft – het grote verdriet van Maria’s leven. Het spel meespelen opent met Maria zelf, die tot ons spreekt vanuit een psychiatrische kliniek. Nadat ook haar man Carter en beste vriendin Helene hun zegje hebben gedaan, voert Didion ons mee terug in de tijd, om Maria’s verhaal uit de doeken te doen in strakke, beeldende scènes met een puntig slot.

Het universum dat Didion rondom Maria optrekt is naargeestig en bleak, een plek gekenmerkt door oppervlakkigheid, onverschilligheid en cynisme. Seks is vreugdeloos, vrienden zijn niet te vertrouwen en huwelijken zijn tijdelijk. Eigenlijk is niets van waarde. Eigenlijk doet alleen het uiterlijk, en uiterlijk vertoon, ertoe. Tegenover alle leegte van Hollywood zet Didion de suggestie van diepere gronden. Niet alleen heeft Maria intense dromen die duiden op een woelig onderbewuste, ze gaat ook een aantal keer op bezoek bij een hypnotiseur om al die onderbuikgevoelens naar de oppervlakte te krijgen.

Ook wordt ze op een gegeven moment geplaagd door een waanbeeld: na een traumatische illegale abortus en het prangende schuldgevoel waarmee ze achteraf zit opgescheept, stelt ze zich voor dat haar verstopte afvoer wordt geblokkeerd door ‘verhakselde stukjes menselijk vlees’. In plaats van een loodgieter te bellen, doet Maria iets veel radicalers: ze verhuist. Ook de hypnotiseur bezoekt ze niet meer. In Het spel meespelen wordt er niets ontstopt, komt er niets naar de oppervlakte. Zelfs het geweld waarmee het boek eindigt, is van de passieve soort.

Wat is Maria ook anders dan iets om naar te kijken, iets om te bezitten?

Het gevolg van al die onderdrukte gevoelens is dissociatie. Als Maria in Las Vegas verblijft (ook hier somt ze op wat ze niet doet: ‘Ze sprak met niemand. Ze ging niet gokken. Ze ging niet zwemmen of zonnebaden’), denkt ze na over ‘die grens waar haar lichaam ophield en de lucht begon’. Ze kijkt naar zichzelf als van een afstand, en probeert het verschil te ontdekken tussen ‘Maria en het andere’. Toch lijkt ze maar geen grip te krijgen op wie die Maria dan is. ‘“Maria”, voelde ze iemand fluisteren op een avond, maar toen ze zich omdraaide was er niemand.’

Dat Maria actrice is, of dat althans ooit was, is veelbetekenend. Met haar man Carter maakte ze twee films: de eerste is een exploitation film waarin haar personage wordt verkracht door een motorbende; de tweede is een kunstzinnig semi-documentair project waarin ze min of meer zichzelf speelt – de film héét zelfs Maria. De eerste film bevalt Maria wel – ‘het meisje op het scherm leek haar eigen lot prima in handen te hebben’ –, maar de tweede film vindt ze vreselijk, want dit ‘meisje op het scherm (…) had helemaal niets in eigen handen’. Uitgerekend deze film is in het bezit van filmproducer BZ, de man van Helene, die de film keer op keer afspeelt, alsof het de echte Maria is die hij bezit, en niet alleen de film Maria.

Maar wat is Maria ook anders dan iets om naar te kijken, iets om te bezitten? Wat is haar waarde? Wat draagt ze bij? Op het omslag van de Nederlandse uitgave, die overigens hetzelfde is als die van een recente Amerikaanse uitgave, zien we een jonge vrouw in de vensterbank liggen. Haar gezicht zien we niet, alleen het uitzicht achter haar: de lichtjes van een vliegveld waar het een komen en gaan is terwijl deze anonieme vrouw hier maar ligt. Terwijl ze wacht, poseert. Bekeken wordt.

Ergens in het boek rakelt Maria enkele huishoudtips op, ‘trucjes’ voor ‘noodsituaties’, afkomstig uit haar moeders Handboek van het Amerikaanse Rode Kruis. Maar wat heeft ze eraan? Ze heeft personeel. Ze heeft genoeg geld, en connecties, om niet te hoeven werken. Ze is zelfs geen moeder meer nu haar dochter is opgenomen. Alleen als Maria over de snelweg rijdt, verdwijnt haar passiviteit. Als we haar net ontmoeten is dat haar ritueel: ze neemt het stuur in handen en ze rijdt, ‘niet zomaar ergens op Hollywood Boulevard, niet op weg naar de snelweg, maar echt op de snelweg zelf’.

Het spel meespelen heeft soms de neiging om te zwelgen in Maria’s depressie, maar daartegenover staan de prachtige, filmische beelden die Didion in haar roman weet op te roepen. Op de passagiersstoel van haar Corvette heeft Maria altijd een hardgekookt ei liggen voor als ze honger krijgt. Ze slaat het stuk op het stuur en eet het met één hand. Dat is controle.