Buitenland Frankrijk

Trucs helpen niet tegen proteststem

AMSTERDAM – Met het verdwijnen van de grootste bedreiging voor het Nederlandse politieke bestel en het stopzetten van de campagne zijn ook de pleidooien stilgevallen voor een aanpassing van het kiesstelsel – of, in andere woorden, voor electorale trucs om onderbuikgevoelens van de bevolking minder kans te geven de politieke orde omver te schoppen. Als Pim Lijst Fortuyn morgen toch zijn hoge score haalt, zullen die pleidooien wellicht toenemen. Maar het Franse voorbeeld toont hoe loos dat soort aanpassingen zijn.

Trucs waren er in de Franse verkiezingen ook. Een nieuwe wet hief bijvoorbeeld de geheimhouding op van de lijsten met handtekeningen van burgemeesters, die elke presidentskandidaat moet inleveren om mee te kunnen doen. Jean-Marie Le Pen, die uiteindelijk één op de zes Fransen achter zich kreeg, had daardoor de grootste moeite om zich zelfs maar als kandidaat te kunnen registreren. Het enige wat het opleverde, was dat Le Pens imago van underdog die door het complete establishment wordt tegengewerkt, opnieuw werd versterkt. En de stormvloed aan kritiek die hij over zich heen kreeg uit alle hoeken van de samenleving – kranten maakten van voorpagina’s complete protestposters, zelfs instanties als het Olympisch Comité gaven stemadvies – maakte vooral dat de Le Pen-stemmers hun voorkeur verzwegen aan de opiniepeilers, met desastreuze gevolgen voor de belangrijkste kandidaat van links, de socialist Jospin.

Een van de voorstellen om in Nederland de ‘kloof met de kiezer’ te dichten is het opzetten van een districtenstelsel, waarin regiogenoten elkaar bestrijden om een kamerzetel. Dat districtenstelsel houdt in landen waar het ingevoerd is extreme partijen uit de kamer. In Frankrijk zou het Front National bijvoorbeeld op basis van de score in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen slechts een fractie van de zetels halen, terwijl Le Pen alleen Chirac voor zich moest dulden.

Het districtenstelsel houdt het FN daarom weg van de macht, maar het geeft tegelijk het FN de ruimte om de uitslag van de verkiezingen te bepalen. Op 9 juni is de eerste ronde van de parlementsverkiezingen, waarin alle kandidaten afvallen die minder dan 12,5 procent van de stemmen halen. Gematigd links en gematigd rechts sluiten coalities en krijgen vrijwel altijd hun kandidaat in de tweede ronde. Maar het FN streeft doelbewust driehoeksverkiezingen na, waarbij een bij voorbaat kansloze extreem rechtse kandidaat de tweede ronde haalt, die stemmen wegzuigt bij de rechtse kandidaat. Dat mechanisme leverde de linkse coalitie in 1997 de overwinning op in een overwegend conservatief land. Le Pen krijgt in juni dus zijn kans op wraak op Chirac.

Ook in Nederland zou de invoering van een districtenstelsel de problemen alleen maar verleggen. Of, anders gezegd, de proteststem blijft toch wel, alleen al omdat die niet zo zou heten als ze niet de zwakke plek in het systeem gebruikt om zich te laten horen. Wie nu door Frankrijk rijdt, met zelfs in de meest landelijke en immigrantarme streken vele posters van het FN, zal zich ongemakkelijk voelen bij het idee dat vele Fransen in het donker plakkaten aanbrengen die een aanzienlijk deel van de bevolking heimelijk moeten aanspreken. En een week na verkiezingen met een sovjetachtige uitslag, zo genoemd door een extreem rechtse kandidaat, geciteerd door voornamelijk linkse journalisten die een ware hetze tegen hem voerden ten dienste van een man die zij zeven jaar lang vaak neerzetten als een zakkenvuller, wordt dat gevoel niet minder bij wie de magere evaluaties leest in kranten die snel overgingen op de orde van de dag. Nieuwe kiesregels, een mediabarrage en een charmeoffensief uit de hoofdstad helpen niet tegen de proteststem waarvan iedereen vindt dat die mogelijk moet zijn in een democratie. Nederland verschilt daarin niet van Frankrijk.