True grit

Bart Koubaa, De Brooklynclub, € 17,95
Bart Koubaa, De Brooklynclub, € 14,99 (e-book)

De beste manier om uit te leggen wat er zo goed is aan de nieuwste roman van Bart Koubaa, De Brooklynclub, is waarschijnlijk door uit te leggen wat er zo ostentatief aan mankeert.

Allereerst leent alles in deze roman zich voor een platte weergave, voor een gemakkelijke verthrillering. Som de plot van De Brooklynclub op en je hebt het type materiaal waarvan dertien-in-een-dozijn-thrillers in de videotheek gebouwd zijn: man wordt verliefd op meisje, meisje wordt hem hardhandig afgenomen door een vriend, man zint jarenlang op wraak, plant zijn aanslag nauwgezet, laat iemand anders voor de moord opdraaien en probeert justitie te slim af te zijn, ondergedoken in een ver en vreemd land.

Daarnaast kantelt de geloofwaardigheid van het verhaal regelmatig: op psychologisch vlak (nooit wordt bevredigend uitgelegd waarom de vrienden de vrienden van de verteller zijn, zijn geliefde zijn geliefde is en waarom ze überhaupt in een oud pakhuis in Brooklyn een vechtclub oprichten), in de plot (dat de ik-persoon sprekend op de gebrouilleerde vriend Mayer lijkt en zich zo kan voordoen als hem is wel heel makkelijk) en in allerlei details, bijvoorbeeld in de kinderlijke eenvoud waarmee de verteller Mayer vermoordt: ‘Ik maakte de bijl van mijn borst los, zette het gezichts­masker op en sneed zijn geslacht af. Daarna hakte ik hem doormidden en legde een handdoek naast het lijk om te voorkomen dat er bloed onder de deur zou lopen.’ Wie ooit CSI Miami heeft gezien weet dat je ongetraind niet zo kalm en moeiteloos door een lichaam heen zaagt. Wie ooit Hitchcocks Psycho heeft gezien weet dat het eeuwen duurt voordat je alle bloedspetters hebt weggepoetst en je witte badkamertegeltjes weer spic & span zijn. Met één handdoekje red je dat niet.

Nog meer commentaar: de plot is niet chronologisch, de ontknoping wordt op de eerste bladzijden meegedeeld, de persona­ges zijn vaag en niet altijd even makkelijk te onthouden. Het is niet moeilijk aan te wijzen hoe Koubaa dit boek spannender had kunnen opbouwen, vetter had kunnen aanzetten, scènes had kunnen oprekken en zo meer effectbejag had kunnen nastreven in de lezersreactie.

Het punt is: een slechtere schrijver had geprobeerd hier een beter boek van te maken. Het geweldige aan Bart Koubaa is dat hij die warrigheid en idiosyncrasie cultiveert. Een slechtere schrijver had deze idunit spannend willen maken, waarmee de leeservaring meer opwindend was geweest, maar ook clean. Koubaa maakt het gritty, eigenzinnig, geeft je een wereldbeeld dat op zichzelf staat. Juist door niet gestroomlijnd te vertellen geeft hij het verhaal een diepere dynamiek.

Het is niet zo dat Koubaa per ongeluk een onhandige thriller heeft geschreven. Op tal van momenten laat hij zien dat hij aan drie zinnen voldoende heeft om iemand treffend neer te zetten (‘Mijn vader: de moedige verzekerings­agent die zijn zoon op het voorhoofd kust als hij in coma ligt! Man uit één stuk, rechte rug, maatpak, manchetknopen en stropdas, altijd een verkooppraatje klaar: het gaat hem erom risico’s te nemen, de angst te bezweren, anders verlies je de controle’) of dat hij de regels en symboliek van het thrillergenre niet tot en met beheerst – zie de scène waar hij een eekhoorn drogeert en vervolgens niet van het lijkje weet af te komen. Hij probeert het door te spoelen; de staart blijft in de wc-pot drijven. Thrillerkolder.

De ik-persoon leren we nooit helemaal kennen. Halverwege de jaren zestig richt hij in een oud ­pakhuis met drie vrienden de ­Brooklynclub op, een soort Fight Club waar mannen elkaar in een boksring verrot slaan met roedebundels, maar waarom? ‘Ik had een eigen kamer waar ik mijn eigen wetten kon naleven zonder dat ik er schade mee aanrichtte. Mijn leven was van mij, daar had niemand zaken mee.’ Wat die wetten dan inhouden wordt niet gezegd. En: ‘Mijn leeftijd bewijst trouwens dat ik de vele gevaren die een mens kunnen ondermijnen uit de weg heb weten te gaan. Ik heb het tot nu toe overleefd omdat ik altijd meer aandacht besteed aan wat mensen doen dan aan wat ze zeggen of schrijven en omdat ik mijn zwakheden altijd verborgen heb gehouden.’ Wat die gevaren zijn, of zijn zwakheden, ­blijft onvermeld.

Daarmee kom je tot de kern van Koubaa’s literaire ambities, denk ik. Hoewel er nog een paar korte (niet zo geslaagde) verhandelingen volgen over het bestaan van vrije wil, Wij Zijn Ons Brein et cetera, een terugkerend thema bij Koubaa, is de waarde van De Brooklynclub dat de schrijver je de wereld laat bekij­ken met de oogkleppen op van zijn hoofdpersoon. Hij legt niets uit wat in diens denkraam niet uitgelegd hoeft te worden, zodat je zijn daden, hoe vreemd die ook zijn, voor normaal gaat aanzien. Een gestroomlijnde thriller had je dat gevoel niet kunnen geven, eigenzinnige litera­tuur als dit wel.

Bart Koubaa

De Brooklynclub

Querido, 172 blz., € 17,95

Laila Koubaa