Nicolas Cage als Robin en Alex Wolff als Amir in Pig © David Reamer

‘In ons leven krijgen we weinig dingen waar we echt om kunnen geven.’ Dat zegt Robin (Nicholas Cage), hoofdpersoon in Pig, tegen de chef van een trendy restaurant dat ‘gedeconstrueerde sint-jakobsschelpen’ serveert. Robin hekelt de opsmuk van zulke gerechten, van de hele tent. Ooit was hij zelf sterrenchef, maar na een persoonlijke tragedie keerde hij de moderne wereld de rug toe. Hij ging alleen in een hutje in het bos wonen, waar hij overleefde door truffels te verkopen die hij vond met de hulp van een varken dat dat als geen ander kon.

Maar toen beroofden aanvallers hem van zijn varken. Om het dier terug te halen, trok hij naar de stad, naar het restaurant waar hij met die ene opmerking een zenuw raakte.

Je moet goed luisteren tijdens het kijken naar Pig, want ieder stukje tekst telt. De plot draait om het terugvinden van het gestolen varken, maar dit gegeven verhult wat er echt aan de hand is. Het plezier van de film ligt in subtiliteit en nuance, in de wijze waarop de essentie langzaam naar voren komt. Dit vergt discipline van zowel de maker, de debuterende Amerikaanse regisseur Michael Sarnoski, als de acteur, Cage. Beiden slagen erin ons iets, inderdaad, waardevols te geven: een film die thema’s van herinnering en verlies zonder ironie behandelt.

De visuele stijl reflecteert zowel de sfeer van ernst als de depressie waarmee Robin kampt sinds het verlies van zijn geliefde. Widescreen-fotografie van het dichtbegroeide bos suggereert bevrijding, maar voor Robin is deze setting juist een gevangenis. Samen met de zoon van een restauranteigenaar aan wie hij truffels levert trekt Robin naar de stad op zoek naar zijn varken. Dit leidt tot een conflict met trekjes van film noir. Scènes die schaduwrijk zijn belicht bevatten een ondertoon van dreiging, zelfs fysiek geweld. Hier past Cage perfect bij. Sterk lichaam. Vieze kleren. Baard, lang haar. Gezicht vol blauwe plekken. Een gekwetste man. En je denkt: o wee de truffelvarkendieven, deze Cage komt verhaal halen. Dat klopt ook. Alleen komt hij dat halen bij zichzelf.

Over Cage: de aandacht gaat eigenlijk altijd uit naar hem als hij in een film speelt. In zijn oeuvre zijn er zowel tenenkrommend slechte films als films die in al hun eenvoud tot zijn beste werk behoren. Cage is briljant als hij zichzelf en ons niet op de hak neemt. Mijn favoriete Cage-performances zijn die in de romantische komedie Moonstruck (1987) van Norman Jewison en de actiefilm Con Air (1997) van Simon West. En dan nu zijn werk in Pig. Zijn performance draagt de film niet, en toch weer wel. Hij is hier geen ‘ster’, maar een mens.

Door de beheerste vertelstijl gaat Pig ook een stapje verder. Dit verhaal legt bloot hoe een obsessie met oppervlakte in het moderne leven ontmenselijkt. Wat echt telt, ligt dieper. Daar moeten we zoeken, zoals een varken dat in de aarde wroet, speurend naar de kostbare zwam.