Trump

Ik had de Amerikaanse primaries niet zo intensief gevolgd als bij de vorige edities. Ik ben gek op de Verenigde Staten als reisdoel. Ik heb er een haat-liefde-verhouding mee.

Ik was ooit met wat vrienden met dezelfde politieke interesses afgereisd naar New Hampshire om de voorverkiezingen van de Republikeinen en de Democraten te volgen.

New Hampshire is het Drenthe, of misschien wel het Gooi, van de VS. Of eigenlijk een combinatie van beide.

Heel kleinschalig. We konden dus alle kandidaten vaak van dichtbij zien: Hillary en Obama. Giuliani. McCain, Huckerbee. In gymzalen, bakkerijen, op het voorportaal van woonhuizen.

We volgden de peilingen, lazen Rasmussen Reports, kenden de pundits, kortom, we zaten er helemaal in.

Deze keer dus niet.

Ik zag de kandidaten hoogstens op Twitter of op het journaal.

Trump viel natuurlijk het meest op.

Opvallende uitspraken. Botte schofferingen. Onbehouwen uithalen naar derden. Tegenstanders of journalisten.

Gebaseerd op wat ik zag leek het me een misogyne xenofoob. Een ongeleid projectiel dat ik niet graag als leider van de vrije wereld zag.

Ik kon me alleen niet helemaal aan de indruk onttrekken dat het Nederlandse journaille weinig op had met Trump.

En als de pers iemands ideeën niet ziet zitten, dan hangt het risico in de lucht dat de berichtgeving en beetje ‘sturend’ kan zijn. Dat hoort niet, maar helaas is dat vaak wel zo. Mensen zijn mensen en journalisten dus ook. En echt objectief blijven, is moeilijk en alleen voor de grootste professionals weggelegd.

Er werd me net iets te vaak nadruk gelegd op het feit dat Trump miljardair is. Net iets te veel weinig vleiende soundbites en opvallend veel grappen over kapsels.

Ik ging op een loze griepdag eens kijken of dat beeld klopte. Ik las wat meer over hem. Ik kreeg nog meer uitspraken voor mijn neus van Trump. Het beeld werd ook nadat ik meer had gelezen bevestigd. Zelfs een journalist met een spastische aandoening deed hij na. En er mochten geen moslims meer het land in. Dat deed me denken aan de communistenheksenjacht van de jaren vijftig.

Toen verkondigde ik op Twitter dat ik had geconstateerd dat het negatieve beeld dat de mainstream media van Trump schilderden leek te kloppen.

Een vriend van mij stuurde me toen een link van een live-speech van Trump. Hij is niet zo dom als men wil doen lijken. Hij heeft een IQ van boven de 154.

‘Dat weet hij dan goed te verbergen’, probeerde ik nog.

‘Kijk nou maar’, zei die vriend.

Hij was erg onderhoudend. Wel erg lang van stof, maar erg grappig. Ook inhoudelijk klonk hij reëel qua buitenlands beleid. Nogal een houwdegen zo te horen maar minder van de spelletjes en samenspansels en spelletjes in de regio dan de huidige administration, zo te horen.

Dat klonk in ieder geval allemaal vrij rationeel. Had ik niet veel vertrouwen in Obama? Meegesleept als ik was door de speeches waar ik live bij was in New Hampshire. En de eerste zwarte president. Een belangrijke stap in de coming of age van de machtigste democratie ter wereld. Obama was volgens mij in de ideale positie om een zeer aansprekende leider van de vrije wereld te worden. Een uithangbord van de vrijheid. Maar hij bleek een vrij onzichtbare president.

En was ik als puber niet heel boos dat cowboy Reagan de beschaafde Jimmy Carter had verslagen? Maar Reagan bleek een gewone conservatief te zijn, zelfs een succesvolle president.

Ik bleef wat langer kijken naar de live-speech van Trump.

Na het buitenlandverhaal kwam opeens een hele tirade richting de gouverneur van New Jersey. Een complete verhandeling over hoe de man hem gepaaid had en hem vervolgens een mes in de rug had gestoken. Naar Trumps opvatting althans. Een kwartier lang citeerde hij uit privé-gesprekken met de man. Hij omschreef de man die op dat moment geen weerwoord had als een karakterloze ijdeltuit. Toegegeven: met veel humor. Maar erg genadeloos. En erg lang.

Een toekomstig president die zoveel energie stopt in een persoonlijke afrekening. Geen teken van stabiliteit. Putting it mildly.

Trump viel voor mij weer door de basket. Dan maar de establishmentfiguur Hillary. Of desnoods een minder flamboyante Republikein.

Trump schreef ik af.

Maar hij bleef stijgen in de polls. De media namen hem steeds meer op de korrel. Steeds meer pruikgrappen en onvoordelige foto’s met rare grimassen.

Ook acteurs en cabaretiers in het voor hem verre Nederland voelden zich geroepen om bij talkshows op morele krukjes te gaan zitten om te laten zien dat zij wel heel erg tegen Trump waren.

Op een gegeven moment las ik een stukje over dat er een Trump-filter was uitgevonden waarmee je je tegen nieuws over Trump kunt afschermen. Een digitale safespace tegen de ongewenste mening. Orwell kon het bedacht hebben.

Ik neem aan dat dat een hoax is, maar het feit dat ik daar zelf aan getwijfeld heb, deed bij mij weer mijn ratio-belletje gaan. Ik ga toch nog maar eens kijken wat Trump te melden heeft. Het zal me waarschijnlijk wel weer tegen de borst stuiten, maar daar wil ik wel graag zelf achter komen.