Corona: China versus Amerika

Trump is het weglachen vergaan

De coronapandemie heeft de relatie tussen Amerika en China verder op scherp gezet, met als hoofdrolspelers een blunderende Donald Trump en een daadkrachtige Xi Jinping. China zal als sterkste uit de strijd komen.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Een receptiemedewerker in de aankomsthal van een bijna leeg vliegveld van Beijing. China richt zich nu onder andere op het bestrijden van een nieuwe besmettingsgolf vanuit het buitenland © Nicolas Asfouri / AFP / ANP / HH

Toen in 2008 het westerse financiële systeem dreigde in te storten, wisten de Chinese leiders het zeker: zo’n systeem willen wij niet. Twaalf jaar laten zetten ze een reuzenstap verder. Ze stellen vast dat de regeringen van veel westerse landen veel te laat en veel te slap hebben gereageerd op de corona-tsunami, terwijl China het virus met onverbiddelijke maatregelen heeft weten te bedwingen. Voor de blunderende Amerikaanse president is dat geen argument. Hij geeft China de schuld, en China slaat terug. De pandemie heeft de relatie tussen de twee supermachten op scherp gezet. Terwijl Amerika het volledig laat afweten is China druk bezig het vacuüm in het wereldleiderschap te vullen.

In minder dan twee maanden tijd zijn de bordjes volkomen verhangen. In januari daalde het imago van China naar nul toen bleek dat de Communistische Partij in de eerste weken van de uitbraak niet het virus maar de bestrijders had bestreden. Totdat van het ene moment op het andere de doofpot plaatsmaakte voor de keiharde hand: sluiting van een hele provincie, afgrendeling van woonblokken, wijken, dorpen en steden, inrichting van talloze wegblokkades en controleposten, razendsnelle bouw van noodziekenhuizen, concentratie van patiënten in massale isoleerruimten, inzet van digitale controlesystemen en big data om mogelijke besmettingsgevallen in real time te ontdekken en gezichten te herkennen dwars door mondkapjes heen. Soms werden mensen die het quarantaineverbod hadden overtreden aan een paal vastgebonden. En net als tijdens de pest in het veertiende-eeuwse Europa werden deuren gebarricadeerd om besmette personen thuis te houden.

Westerse landen reageerden met een mengeling van bewondering voor zoveel daadkracht en afschuw voor zoveel dwingelandij. En intussen deden ze weinig of niets om zich op het overslaan van de epidemie voor te bereiden. Alsof China niet volledig in de wereldeconomie was geïntegreerd. Alsof er niet dagelijks honderden vluchten naar en van China werden uitgevoerd. Alsof de nieuwe Chinese plaag het Westen even onberoerd zou laten als China’s catastrofale hongersnoden en epidemieën van de negentiende en twintigste eeuw, de Chinese burgeroorlog of Mao’s Grote Spong Voorwaarts en Culturele Revolutie.

Inmiddels is zelfs Donald Trump het weglachen vergaan. Net als de Franse president Emmanuel Macron heeft hij de Chinese oorlogstaal overgenomen – maar niet de Chinese daden. De leiders van de Volksrepubliek zeggen dat ze met hun oorlog tegen Covid-19 het Westen twee maanden respijt hebben gegeven waarin het zich tegen de ramp had kunnen wapenen, maar dat het die kans heeft verspeeld. Verdoezeling, censuur en intimidatie van klokkenluiders aan de ene kant, getreuzel, geblunder en gebrek aan coördinatie aan de andere, en het resultaat is een plaag die de wereld op zijn grondvesten laat schudden.

Trump heeft de Chinese oorlogstaal overgenomen – maar niet de daden

Nu het epicentrum van de pandemie zich heeft verplaatst naar Europa en daar veel meer slachtoffers maakt dan in China, maakt de Chinese aanpak steeds meer school. Voor de Chinezen is het onbegrijpelijk dat het in het Westen zo lang moest duren voordat er drastische maatregelen werden genomen en dat veel mensen zich daarvan zo weinig hebben aangetrokken. Chinezen zijn immers gewend zonder tegenspraak de keizer te gehoorzamen; westerlingen zijn veel individualistischer en beschouwen de bevelen van de overheid hoogstens als adviezen.

Naarmate de situatie in Europa en Amerika grimmiger wordt, nemen de bezwaren tegen dwangmaatregelen af, al blijft het voor westerlingen lastig om de inperking van hun persoonlijke vrijheid te accepteren. De bewering dat een autoritaire regeringsvorm meer bescherming biedt dan een democratische is natuurlijk precies wat China wil horen. Voor een meer democratische methode, zoals Taiwan die dankzij een combinatie van paraatheid, technologie, transparantie, systematisch testen en burgerzin met groot succes toepast, is het nu te laat. Absurd genoeg weigert de Wereldgezondheidsorganisatie nog altijd Taiwan als lid toe te laten omdat China zich daartegen verzet.

De laatste zeventig jaar was het altijd wereldmacht Amerika dat bij de bestrijding van mondiale noodsituaties de leiding nam. Vaak gebeurde dat in samenwerking met zijn rivaal China, want beide landen hadden belang bij het aanpakken van grensoverschrijdende problemen als nucleaire proliferatie, terrorisme, piraterij en klimaatverandering. Maar dat was vóór Trump. Sinds America First in Washington het leidende beginsel is, geven de VS niet thuis. Als één wereldramp schreeuwt om intense samenwerking tussen de supermachten, dan is het de huidige pandemie. Het tegendeel gebeurt. De coronacrisis is onderdeel geworden van de strijd tussen China en de Verenigde Staten om de wereldhegemonie. Een strijd die steeds meer in het voordeel van China lijkt uit te vallen.

Begin dit jaar leek de troon van president Xi Jinping te wankelen, nog geen twee maanden later weet hij zich te profileren als wereldleider. Dat dankt hij vooral aan de propagandamachine van de partij, aan de radicale aanpak van de epidemie en aan de beschamende vertoning die Trump ten beste geeft. Toen in januari bleek dat de autoriteiten van de provincie Hubei en de provinciale hoofdstad Wuhan de epidemie hadden proberen weg te stoppen, brak op internet een rebellie uit die gevaarlijk leek te worden voor de partij en de ‘leider van het volk’. Xi ontsloeg de wegmoffelaars, zette voor de herschrijving van de meest recente geschiedenis het propaganda-apparaat in de hoogste versnelling en verklaarde het virus de ‘volksoorlog’.

Zelfs Brazilië, dat China de schuld gaf van corona, klopt nu bij ze aan voor hulp

Deze U-bocht houdt niet in dat de censuur is versoepeld. Critici wordt nog altijd het zwijgen opgelegd. De arts Li Wenliang, de klokkenluider van het eerste uur die aan het virus stierf en het symbool werd van het protest, is door de partij ingelijfd. Eind vorige week concludeerde een partijcommissie na ruim een maand onderzoek dat de berisping van Li ‘wegens het verspreiden van valse geruchten’ onjuist was geweest, zijn familie kreeg excuses aangeboden, maar hij was volgens de commissie gewoon een partijlid en zeker geen anti-establishmentheld. De boodschap was duidelijk: kritiek op de partij wordt minder dan ooit getolereerd.

Het succes van de rigoureuze aanpak – die zich nu richt op het bestrijden van een nieuwe besmettingsgolf vanuit het buitenland en het opsporen van virusdragers zonder symptomen – heeft de legitimiteit van de partij gered en Xi’s macht versterkt. Vanaf het moment dat het aantal besmettingen in China afnam en buiten China snel groeide, richt de propaganda zich ook op het buitenland. De Chinese methode wordt ten voorbeeld gesteld aan een wereld die veel te nonchalant met Covid-19 is omgesprongen en nog altijd aarzelt over het nemen van radicale beslissingen.

Het coronavirus heeft China een unieke kans geboden om de superioriteit van zijn systeem te bewijzen. Xi Jinping, premier Li Keqiang en minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi hebben koningen, presidenten en premiers gebeld om solidariteit en hulp in de strijd tegen het virus aan te bieden. Na het bedwingen van zijn eigen plaag heeft China artsen, mondkapjes, beademingsapparaten en ander medisch materiaal naar de halve wereld gestuurd, van Italië en Spanje tot Griekenland en Servië, van Frankrijk en Nederland tot Egypte en de Filipijnen. Zelfs de Braziliaanse president Bolsonaro, die de coronacrisis eerst wegwuifde – zijn zoon Eduardo, de de facto minister van Buitenlandse Zaken, gaf de ‘Chinese dictatuur’ de schuld van de plaag – wil nu bij China aankloppen. Het zwaar getroffen Italië, dat ook hulp krijgt van Cuba en Rusland, maar niet van de Europese Unie en de Verenigde Staten, is China diep dankbaar. Net als voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie.

Dit goodwill-offensief moet China de soft power teruggeven die het met zijn hevige binnenlandse repressie, zijn internationale agressiviteit en de Huawei-affaire flink had verspeeld. Niet toevallig is het offensief vooral gericht op Europa. De EU riep zich vorig jaar uit tot ‘systeemrivaal’ van China. Ze is door de Amerikaanse regering onder intense druk gezet om de Volksrepubliek te isoleren. Xi gebruikt de coronacrisis om het oude continent los te weken van de Verenigde Staten. In een telefoongesprek met Macron riep hij op tot de ‘opbouw van een gemeenschap voor de gemeenschappelijke gezondheid van de mensheid’. Dit is een afgeleide van Xi’s vaste formule voor de organisatie van een wereld onder Chinese leiding: de ‘opbouw van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid’.

Amerika wil daar natuurlijk niets van weten. Het heeft zijn campagne tegen China verder opgevoerd, en China is niet achtergebleven. De beschuldigingen en beledigingen vliegen, bij voorkeur via Twitter, over en weer. Beide landen geven elkaar de schuld van de uitbraak, beide om de aandacht van de eigen schuld af te leiden. China gaat het verst met een samenzweringstheorie die verkondigt dat de eerste patiënten Amerikanen waren en dat de uitbraak in Wuhan het werk was van Amerikaanse militairen. Trump prees aanvankelijk de Chinese aanpak, maar sinds medio maart spreekt hij, tot grote woede van de Chinezen, consequent van het ‘Chinese virus’. Hiermee hoopt hij de ideale zondebok te hebben gevonden waardoor hij zijn herverkiezing, die door de economische instorting die zich aftekent onzeker is geworden, veilig kan stellen.

De uitzetting uit de VS van zestig van de 160 correspondenten van vijf Chinese staatsmediaorganisaties schreeuwde om een zware Chinese represaille: het verjagen van de dertien correspondenten van The New York Times, The Washington Post en The Wall Street Journal en het annuleren van de werkvergunning van hun Chinese medewerkers. De dertien mogen ook niet gaan werken vanuit Hongkong of Macau, wat een aperte schending is van het een-land-twee-systemen-beginsel dat deze op papier autonome regio’s regeert. Alle buitenlandse correspondenten in China zijn nu gewaarschuwd. En de wereld is drie belangrijke bronnen van informatie over China armer. Trump is er overigens niet echt rouwig om. Als het aan hem lag zouden de drie getroffen kranten ook in de Verenigde Staten zelf verboden worden.

Waar gaat deze Koude-Oorlogconfrontatie naartoe? Niet naar een gezamenlijke strijd die het virus moet verslaan en de destructie van de wereldeconomie moet voorkomen. China’s afgrendeling is voorbij, maar de exportmarkten zijn weggevallen, zodat Xi de geplande economische groei wel kan vergeten. Alles wijst op een verdere ontkoppeling van de Amerikaanse en Chinese economie: een einde van de globalisering zoals wij die kenden. Intussen lopen de spanningen tussen Washington en Peking rond de Zuid-Chinese Zee en Taiwan verder op. In een klimaat van verhit nationalisme doet dat het ergste vrezen. Maar voor het zo ver komt hoopt China dat het dankzij de coronacrisis en zijn internationale hulp een beslissende voorsprong heeft genomen op de Verenigde Staten. China zet alles op alles om als eerste een vaccin op de markt te brengen. Om zich vervolgens uit te roepen tot redder van de mensheid.