Californië zet de toon

Trump & Jerry

Californië kan zonder Amerika, maar Amerika kan niet zonder Californië. De staat, onder leiding van de Democratische gouverneur Jerry Brown, bewijst dat je kunt innoveren, banen scheppen en groeien tegelijkertijd. Daar kan Donald Trump niets aan veranderen.

Medium hh 54232719
Clayton Watson, met zijn hond Coco, bedelt naast een oprit naar de Bay Bridge, San Francisco, 2016 © Jason Henry / The New York Times / HH

Tijdens de Reagan-jaren werd in Washington vaak gezegd dat je gemakkelijk de Westkust van Amerika kon afzagen en een zetje geven, de Stille Oceaan in. Een andere grap was dat als je het land schuin hield alle nuts (mafketels) naar Californië zouden rollen. Nu de echte nut in het Witte Huis zit, is het omgekeerde het geval: Californië lijkt de normaalste, de meest beschaafde staat van de VS. In november stemde 61 procent van de Californiërs op Hillary Clinton. Ze haalde 4,3 miljoen stemmen meer dan Donald Trump.

In Amerika’s archaïsche kiessysteem deed het er niet toe. Wel is belangrijk dat Californië van alle staten de meeste inwoners heeft (39 miljoen) en de belangrijkste economie (de zevende in de wereld). Daardoor kan de staat in veel opzichten Washington negeren. Net na de verkiezingen waren er heethoofden die zich wilden afscheiden van de VS. Dat was wilde praat. Verstandiger mensen stellen vast dat Californië best kan overleven zonder de Verenigde Staten, maar de Verenigde Staten niet kunnen zonder Californië. Dat het beter is om daar gebruik van te maken.

In de drie weken die ik rondreisde in Californië, mijn virtuele thuisstaat in de VS, was Trump overal en altijd onderwerp van gesprek. Bij iedere ontmoeting, ieder feestje, elke lezing kreeg ik de vraag wat ik ervan vond, hoe de wereld er tegenaan keek en of that Wilders guy net zo maf was als de psycho in Washington. Ook in koffieshops, parken en andere openbare plekken ging het steeds weer over Trump. Achter me in het restaurant, naast me op de ferry naar San Francisco, in Peet’s Coffee, de lokale koffiefavoriet (weldenkende Californiërs hebben een hekel aan Starbucks).

Het enige andere onderwerp dat steeds opdook was 23andMe. Nee, dat is geen popgroep, maar een bedrijf dat dna-testen en -analyse aanbiedt. Stuur je spuug op en je hoort hoeveel procent je bent van dit en hoeveel van dat. Jan en alleman begon erover. Een zwarte Angelino had ontdekt dat hij tachtig procent Noors was, een hispanic vriendin met, dacht ze, wortels in Baskenland was veertig procent Mexicaans en ook nog wat joods. Voor 99 dollar krijg je een genetische stamboom, voor 199 dollar hoor je welke enge ziekten je mogelijk onder de leden hebt. 23andMe ging ook over Donald Trump, maar daarover later.

Begin 2010 schreef ik een nogal pessimistisch verhaal over Californië, _Paradise Lost_. Het ging niet goed met de staat. De werkloosheid lag boven het landelijk gemiddelde, de voorzieningen verloederden, het bestuur was vastgelopen, deels omdat een uitgebreid systeem van volksraadplegingen dat bestuur had geblokkeerd – een leermoment voor Thierry Baudet & Co. Ik stelde toen vast dat de stemming mistroostig was, maar wellicht was dat projectie, was ik zelf mistroostig dat mijn favoriete staat er zo slecht bij lag.

Als dat in 2017 niet meer zo is, of in elk geval in mindere mate, dan is dat te danken aan Jerry Brown. U kent hem waarschijnlijk niet, maar de gouverneur van Californië is de belangrijkste Democratische politicus in het land. Al die zelfingenomen Democraten in Washington mogen luid blaten, in Californië zit er een die daadwerkelijk bestuurt. In 1975, 37 jaar jong, werd Brown voor het eerst gouverneur, als opvolger van Ronald Reagan. In de State Capital in Sacramento hangen de portretten van deze twee naast elkaar: Reagan geschilderd in volle lengte in een fotoachtig realistisch werkje; van Brown een impressionistische kop.

Jerry Brown, dat kind van de jaren zestig dat ooit jezuïet wilde worden en later in een Japans zenklooster zat, was acht jaar gouverneur. Hij was progressief maar tegelijk fiscaal conservatief, en hij leefde ascetisch, een Steve Jobs avant la lettre: lege kamers in een piepklein appartement. In die tijd stond hij bekend als Governor Moonbeam vanwege zijn bereidheid creatief te denken, of zoals anderen zeiden, vanwege zijn luchtfietserij. We wisten dat hij een relatie had met zangeres Linda Ronstadt.

Drie keer deed Brown mee aan de presidentsverkiezingen, te beginnen in 1976. Vanaf 1999 was hij acht jaar burgemeester van Oakland, de arme zusterstad van San Francisco, dat onherkenbaar is verbeterd. Daarna was hij Attorney General, zeg maar minister van Justitie van Californië, en sinds 2010 is Brown, nu 79, opnieuw gouverneur, bezig aan een tweede termijn, een vierde eigenlijk. Hij is in alle opzichten het tegendeel van de incompetente klungelaar in Washington: Brown laat zien dat een beroepspoliticus met hart voor de publieke zaak veel kan bereiken.

Het verraste niet dat een van de weinige Trump-stemmers die we ontmoetten geen fan van Brown was. Ons familielid woont in een ouder-dan-vijftig-gemeenschap in Laguna en klaagde vooral over de twaalf cent extra die hij moet betalen voor benzine, voor Browns infrastructuurproject. Over Trump had hij weinig goeds te melden, maar natuurlijk had hij een hekel aan Hillary. De andere Trump-stemmer was mijn schoonmoeder, die als Chinese immigrante voor hem koos vanwege de muur.

De man aan het hek van de gated community is hispanic, net als de tuinman die eens in de veertien dagen met een blaasapparaat langskomt. De Chinese kok die mijn schoonmoeder helpt, spreekt geen Engels en is een recente nieuwkomer, straight off the boat, zoals we dat zeggen. Van de inwoners van Los Angeles is 63 procent immigrant of kind van immigranten. In Californië bevinden zich zo’n twee miljoen illegalen, meestal undocumented genoemd, die de economie niet kan missen.

Hoewel het anti-immigratiesentiment sinds de jaren negentig een item is, en nog in 2015 een meerderheid van de Californiërs tegen het opzetten van sanctuary cities was, is nu een ruime meerderheid voor. Californië leidt het verzet tegen Trumps immigratiebeleid, met een web van initiatieven die de grenscontrole versterken maar tegelijkertijd gezondheidszorg bieden, en onderwijs en banen voor illegalen die ‘verantwoord en productief’ in Amerika wonen. Veel steden in Californië hebben een beleid om de rechten van immigranten zonder papieren te beschermen. Inmiddels is heel Californië sanctuary. Trump heeft gedreigd alle federale fondsen stop te zetten als ze dat blijven volhouden.

Trumps dreigende oppakbeleid is hier vooral een praktisch probleem. Het meeste werk in de Central Valley, de groenteschuur van Amerika, wordt gedaan door illegalen. Meer dan twee derde van de arbeiders die druiven oogsten is illegaal, de marihuana-industrie drijft op hen. Kevin de León, de Democratische meerderheidsleider in het Staatscongres, ziet het zo: ‘We hebben heel duidelijk gemaakt dat we ons economisch welzijn en onze waarden tegen Trump zullen beschermen.’ Het Congres huurde Barack Obama’s ex-minister van Justitie Eric Holder al in om de staat te helpen als het komt tot Trump-rechtszaken.

De werkloosheid lag boven het landelijk gemiddelde, de voorzieningen verloederden, het bestuur was vastgelopen

Los Angeles was altijd een stad van suburbs, in de treffende formulering van Jan Morris, ‘een verzameling suburbs op zoek naar een centrum’. Dat centrum was een plek waar je eigenlijk nooit kwam, verloederd, vol daklozen. Niemand woonde er. Inmiddels heeft downtown een nieuw leven gekregen. Mo, een hispanic vriend die werkt in een boekwinkel in Santa Monica, geeft ook rondleidingen en is een wandelende encyclopedie. Hij legt uit dat de desinteresse die onroerendgoedinvesteerders hadden voor het centrum nu goed uitpakt. Veel bakstenen gebouwen van pakweg vijf, zes verdiepingen zijn behouden gebleven en worden nu omgebouwd tot appartementen. De Disney Concert Hall, een ontwerp van Richard Gehry, en het vlakbij gelegen nieuwe museum hebben de ontwikkeling in een stroomversnelling gebracht. In de stad van de auto’s wordt gewandeld, geslenterd en op terrassen gezeten. Er wonen steeds meer mensen.

De voorzieningen zijn mee veranderd. Ik vind er sinds een paar jaar mijn favoriete boekwinkel, The Last Bookstore, gevestigd in een oud bankgebouw. Los Angeles mag een reputatie hebben van leeghoofdig entertainment, wat oppervlakkig en weinig diep vergeleken met New York en San Francisco, maar het is een stad met verrassend veel boekwinkels. De Los Angeles Symphony is een van de beste orkesten ter wereld. Er zijn markthallen, restaurants, cafés.

Mo, honderd procent Mexicaans volgens zijn 23andMe-uitslag, is wat je noemt een lokale booster, trots op zijn stad. New York is old hat en ‘zo Oostkust’. San Francisco is een speeltuin voor verwende techies. Let op, Los Angeles is de nieuwe trendy stad. Hij zegt het, ik zie het.

Los Angeles is teruggekomen van de economische terugslag van begin jaren negentig toen de stad veel banen verloor in de defensie-industrie. Na een periode van drijven op entertainment en toerisme groeit nu het aandeel van productiebedrijven en technologie. De haven van Long Beach bloeit dankzij de import uit Azië. De in maart met tachtig procent van de stemmen herkozen burgemeester, Eric Garcetti, past naadloos in het verhaal van de onlangs overleden socioloog Benjamin Barber, If Mayors Ruled the World.

Behalve over Trump had iedereen het over verkeer, zowel over infrastructuur als over milieu. Verkeer in Los Angeles was altijd een uitdaging, maar nu is het de hele dag spitsuur. De stad heeft al het voortouw genomen met investeringen in de infrastructuur. Er lopen nu een paar tramlijnen en vorig jaar werd de nieuwste geopend, van downtown naar de Santa Monica-pier. Er stonden rijen voor de eerste ritten. De stad heeft voor 120 miljard publiek-private partnerships gesloten voor het vervoer in de komende veertig jaar. De verhoging van de belasting op benzine heeft met beide onderwerpen te maken. Brown wil investeren in infrastructuur en wil autogebruik blijven ontmoedigen. Milieu is het terrein waarop je kunt zien dat Donald Trump niet bij de tijd is, dat zijn beleidsvoorstellen, zelfs door degenen die ze ten goede komen, genegeerd worden.

Mijn schoonouders wonen in Hacienda Heights, een dik half uur rijden van downtown, als het meezit, in een voorstad die net als de andere voorsteden met Spaans klinkende namen nu vooral bewoond wordt door Aziaten. De Heights van Hacienda zijn inderdaad wat hoger gelegen, vanuit de achtertuin kijk je zo uit over de vlakte van Los Angeles. In de jaren tachtig kon je lang niet altijd de omringende bergen zien, meestal lag er een deken van bruine smog over de stad die ver weg, bij Pasadena, tegen de bergen omhoog kroop. Hoewel het verkeer alleen maar erger wordt, is de zichtbare luchtvervuiling vrijwel verdwenen. Op extreem warme dagen blijft er nog wel wat hangen, maar het verschil met vroeger is bijna niet te geloven.

De reden is eenvoudig: Californië heeft altijd voorop gelopen met zijn milieuregels. De vliegtuigindustrie moest werken met minder vervuilende verf en dat werd de landelijke norm. Auto’s moesten hun uitstoot verminderen en meer kilometers per gallon rijden – het werd de landelijke norm. Trump wil die regels voor personenauto’s terugdraaien, maar een aantal belangrijke staten heeft de regels van Californië overgenomen: meer dan een derde van de auto’s die in Amerika worden verkocht is eraan onderworpen. Trump kan dereguleren wat hij wil, de auto-industrie zal zijn gasguzzlers niet kunnen verkopen. Californië zet de toon, Trump kan daar niets aan veranderen.

Californië leidt ook in regulering voor energie-efficiëntie van bouwprojecten, en serieuze bedrijven hebben zich gecommitteerd aan vernieuwbare energie. De doelstelling is om in 2030 de helft van alle elektriciteit uit wind en zon en andere vernieuwbare bronnen te halen. Het resultaat is dat Californië driemaal zo veel banen heeft in geavanceerde energie als er mijnbouwers in Amerika zijn. Californië bewijst dat je de energiestandaarden kunt verhogen, kunt innoveren, banen scheppen en groeien, allemaal tegelijkertijd.

Donald Trump dankte zijn landelijke overwinning aan kiezers die hopen dat productiebedrijven een comeback maken. Maar daarbij gaat het maar om 8,5 procent van het bbp. Voor Amerika is technologie een veel belangrijker sector. De grootste technologiebedrijven van de wereld zitten in Californië: Apple, Alphabet (Google), Facebook, Hewlett-Packard. Uber is inmiddels vijftig miljard waard. Intel, Cisco, Oracle en Qualcomm, oudere namen, zijn nog steeds grote bedrijven. Trump kan klagen en de staat dreigen, maar hij moet weten dat de belangrijkste reden voor economische groei in de VS is te vinden in Californië, niet in de staten die hem verkozen. De productiesector in Californië is het dubbele van die van Michigan en heeft 1,2 miljoen banen. Tesla, gevestigd in Palo Alto, produceert elektrische auto’s in het nabijgelegen Fremont.

Een jaar of drie geleden begon mijn beste vriend in San Francisco met een start-up, Seriforge, de ontwikkeling van een 3D-productiemethode voor koolstofvezel, carbon fiber, in bijvoorbeeld de auto- en vliegtuigindustrie. Inmiddels werken er tien mensen, maken ze proefproducten voor een paar klanten en hebben investeerders zoveel in het bedrijf gestopt dat het enige miljoenen waard is – op papier. Dat kinkt als een succes, maar voor de volgende stap zijn nog wat miljoenen nodig en Eric was deze weken bezig met het verkopen van zijn verhaal aan venture-investeerders. Grootste probleem: investeerders weten niets van de productiesector, van het maken van iets concreets. Ze zijn allemaal uit op een nieuwe app, software of de next new thing.

Medium nn11501028
Demonstratie op het vliegveld van Los Angeles in reactie op het immigratieverbod van president Trump © Matt Stuart / Magnum / HH

Erics bedrijf zit in een verzamelgebouw van een van zijn eerste investeerders, in de Dog Patch, een deel van San Francisco dat tot voor een jaar of vijftien bestond uit leegstaande pakhuizen en wat vervallen appartementen. Nu is het hip en happening. Steeds meer hoge appartementsgebouwen vertellen waar de ontwikkeling van San Francisco naartoe gaat: dure appartementen. Maar ook waar niet wordt gebouwd zijn de huurprijzen de pan uit gerezen. De meeste jonge professionals die in de stad werken moeten appartementen delen, soms zelfs kamers. Iedereen weet wiens schuld het is: het zijn de techies die dagelijks met de bus naar Silicon Valley gaan, maar wonen in de stad.

Auto’s moesten hun uitstoot verminderen en meer kilometers per gallon rijden – het werd de landelijke norm

Vanaf de Larkspur-ferry is goed te zien hoe de skyline van San Francisco is veranderd. Niet alleen nieuwe appartementsgebouwen, maar in het South of Market-district worden twee enorme torens gebouwd die de gezichtsbepalende Transamerica Pyramide in de schaduw zetten. Ze moeten het hoofdkwartier worden van Salesforce, een bedrijf dat zich met cloud computing bezighoudt en ingewikkelde pakketten dienstverlening biedt aan bedrijven – 6600 werknemers in San Francisco, 25.000 wereldwijd. Ik hoorde deze keer meer geklaag over deze dienstverleners dan over de techies. Hoge prijzen, verkeersdrukte en in het algemeen vastlopende diensten zijn het grootste probleem.

De meeste venture-kapitalisten zitten in Palo Alto midden in Silicon Valley. Mijn running joke met Eric werd Fiji-water. Dat zit zo. De kantoren van deze financiers zijn van onvoorstelbare luxe, zowel qua locatie als qua inrichting en uitstraling. Wat je naar buiten laat zien bepaalt hoe de rest van Silicon Valley tegen je aan kijkt. Eerste vraag als Eric en zijn compagnon ergens komen: wil je wat drinken? Water graag. En dan komt er onvermijdelijk een flesje Fiji-water op tafel, ‘natural artesan water’, voor deze Tesla-rijders vanaf twintigduizend kilometer ingevlogen, bijna drie dollar per liter.

In Fiji-land is enige onrust ontstaan over het gebrek aan invloed dat Silicon Valley heeft: economische macht vertaalt zich niet vanzelf in politieke macht. Zeker is dat Silicon Valley nauwelijks contact heeft met de Republikeinse Partij – en omgekeerd. En niet iedereen valt in katzwijm over het succes van Silicon Valley. Geleidelijk dringt door dat de techbedrijven juist een oorzaak zijn van banenverlies elders, door digitalisering en automatisering en de teloorgang van de detailhandel.

De zelfrijdende auto waar Apple en Google mee bezig zijn, maakt iedereen die iets met auto’s of vervoer te maken heeft nu al bang. Verder hebben de grote bedrijven honderden miljarden dollars overzees staan, uit belastingoverwegingen. Daar ligt een opening om zaken te doen met de regering-Trump juist omdat het leverage kan geven. Zo wordt gesuggereerd dat die meer dan achthonderd miljard die in het buitenland is geparkeerd in een infrastructuurfonds gestopt kan worden. De belofte van Apple-baas Tim Cook om een triljard aan productiefaciliteiten in de VS te besteden komt voort uit dit bewustzijn.

Behalve over Trump, Tesla’s en Fiji-water maakt iedereen in Silicon Valley zich druk over het tekort aan woningen, niet enkel betaalbare woningen maar simpelweg alle soorten woonruimte. In Mountain View, het hoofdkwartier van Google, is de gemiddelde huizenprijs 1,4 miljoen dollar. Dat is geen probleem voor de techies, maar waar moeten schoonmakers, cafetariapersoneel en andere gewone werknemers terecht? Mountain View probeert appartementsgebouwen neer te zetten tussen of gedeeltelijk in de kantoorparken waar het na (late) kantooruren uitgestorven oogt.

De omvang van het probleem is duidelijk als je kijkt naar de ontwikkeling van Google. Toen het bedrijf in 1999 als start-up begon had het enige tientallen werknemers, nu werken er twintigduizend mensen en staan er dagelijks files bij de opritten naar de freeways. De stad gooide een gemeenteraad die weinig op had met bouwplannen eruit en nu wordt er gepraat over zeventienduizend woningen. Grootste probleem: de stad kan geen planners aantrekken. Die kunnen het zich niet veroorloven in Mountain View te wonen.

In Palo Alto is het nog erger. Een vriend die beginnende ondernemingen begeleidt, kreeg onlangs de huur opgezegd omdat de verhuurster de prijs flink wilde verhogen. Ze deed het omdat het kan. Palo Alto is een rijke stad met drie banen voor elke woning. Hier zijn de pogingen om de stad te laten investeren in nieuwe appartementsgebouwen met lage huren door de bewoners geblokkeerd. Mark Zuckerberg kocht in 2011 een Craftman-stijl huis in Palo Alto en kocht vervolgens vier omliggende huizen uit om zijn privacy te garanderen. Ik liet me vertellen dat zijn plannen om die huizen af te breken, zoals menige techmiljonair doet, voorlopig zijn geblokkeerd.

Legio zijn de verhalen over hoogbetaalde techwerknemers die in een trailerpark wonen. Ze delen hun park met bejaarden en grappen dat het het enige trailerpark is met Mercedessen en Tesla’s voor de deur. Dit is de nieuwe middenklasse in Californië, politiek gezien allemaal Democraten.

De bedoeling is om van Californië een ‘pragmatisch progressief paradijs’ te maken. Aan ambitie en dagdromerij heeft het Californiërs nooit ontbroken. Vaak wordt gezegd dat de problemen van Californië die van Amerika zijn maar dan erger. Je kunt beter stellen dat alles wat goed en slecht is in Amerika beter en slechter is in Californië. Het helpt dat de Republikeinen hun rol als partij van de obstructie hier niet kunnen spelen, sterker, ze lijken überhaupt geen rol meer te spelen. Alleen in het noorden van de staat en in delen van de Central Valley kreeg Trump nog stemmen. In Californische verkiezingen gaat de laatste ronde tussen de hoogst scorende kandidaten meestal tussen twee Democraten.

Californiërs zouden het liefst zien dat de rest van het land meer op hun staat gaat lijken en menige Amerikaan zou ervoor tekenen. Maar dit soort dromen zijn misschien eerder een gevolg van de legalisering van de marihuana: hallucinaties die ze maar snel moeten vergeten. Er moet nog heel wat verbeteren in Amerika en het is beter om met enige bescheidenheid vanuit Californië Amerika te veranderen, niet al te hoog van de toren te blazen maar vooral praktisch te zijn.

De Democraten zouden moeten luisteren naar de burgemeester van Los Angeles, Eric Garcetti. Hij haalde zijn grote overwinning in maart met een inclusieve boodschap vanuit centrum-links, zonder de doodlopende weg van de identiteitspolitiek in te slaan. Hij stelt dat Donald Trump gelijk had om de problemen van Amerika’s boze blanken aan de orde te stellen, maar zelf heeft hij het liever over investeringen en entrepreneurs. ‘Ik wil me concentreren op banen, niet op identiteitspolitiek. Hoe krijgen we mensen bij elkaar?’ zei hij tegen The Financial Times. ‘Er zijn zeker terreinen waarop we met de president kunnen samenwerken. We hebben door twee partijen gesteunde belastinghervorming nodig, we moeten al dat geparkeerde geld uit het buitenland halen, en ik zou graag zien dat het wordt ondergebracht in een infrastructuurbank. Laten we slim zijn met onze belastinghervorming, niet ideologisch.’

Jerry Brown is te oud, maar uit Californië komt nu een hele kluit nieuwe politici die op het moment dat Amerika weer bij zijn verstand is een hoofdrol kunnen gaan spelen. Burgemeester Carcetti (46) is een van hen, net als zijn voorganger Antonio Villaraigosa (63) en Browns waarschijnlijke opvolger Gavin Newsom (50) die twee termijnen diende als burgemeester van San Francisco. Sinds januari is Kamala Harris in Washington senator voor Californië. Ze is 52, ervaren in Californië als attorney general. Haar ouders zijn immigranten uit Jamaica en India. Ze wordt nu al getipt als presidentieel materiaal. Sowieso wordt Californië in 2018 de staat om in de gaten te houden. Zeven van de 53 afgevaardigden zijn kwetsbare Republikeinen in kiesdistricten waar Hillary Clinton Trump versloeg. Dat is een kwart van de zetels die de Democraten nodig hebben om de meerderheid in het Huis te krijgen.

Al mijn politiek actieve vrienden in Californië, ál mijn vrienden dus, waren hier al mee bezig. Een aantal in woorden, maar verrassend veel waren actief in groepen als Swing Left, Invincible en de NextGen Climate-groep die de March on Science organiseerde. Ik zag de eerste commercials al die Trumpcare aanvielen en de afgevaardigden onder vuur namen die ervoor gestemd hadden. De rekrutering van veelbelovende potentiële Democratische kandidaten is begonnen.

Een paradijs is Californië niet, misschien ook nooit geweest. Maar als de staat laat zien dat het ook anders kan, dat de manier van Donald Trump niet de enige is, en als de Californiërs wat meer rekening houden met de andere Amerikanen, wat hun vaak moeilijk valt, dan is Amerika nog niet verloren.

Terug naar 23andMe, de ultieme identiteitshype maar tegelijkertijd misschien de drager van een positieve boodschap. Zoals een van mijn vrienden opmerkte: als dit de manier is om van identiteitspolitiek af te komen, ons te doen realiseren dat we niet tot één groep behoren maar allemaal een mengeling van identiteiten zijn, dan hebben we de strijd al half gewonnen.