United States of Trump #4: Speculatiecircus 2020

Trumps electorale calculus

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft de komende tijd regelmatig vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering vier: een vooruitblik op de presidentsverkiezingen van 2020.

Er zijn nog zestien maanden te gaan tot de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar het grote speculatiecircus is reeds vertrokken voor een anderhalf jaar durende rondreis door het publieke debat. Het was Donald Trump zelf die afgelopen dinsdag het startschot gaf, met een rally in Orlando, Florida, waar hij zijn kandidatuur officieel aankondigde. De grote vraag: wat zijn de kansen voor Trump om herkozen te worden?

De Amerikaanse president heeft de logica van de geschiedenis – voor zover die bestaat – aan zijn zijde. De afgelopen honderd jaar wonnen dertien van de zeventien zittende presidenten een tweede termijn. Bleef een presidentschap beperkt tot vier jaar, dan was in de meeste gevallen een slechte economie de reden. Herbert Hoover, George H.W. Bush en Jimmy Carter moesten vroeger weg dan ze zelf wensten, vooral vanwege tegenvallende conjunctuur.

Trumps presidentschap drijft op de golven van een gunstige economie, met keurige groeicijfers en lage werkloosheid (al zijn er tekenen dat de banengroei stokt, een eerste signaal dat de rek eruit is). Toch is het Trump nooit gelukt om in de peilingen een goedkeuringspercentage van hoger dan vijftig te scoren.

En daarmee komt een andere historische vuistregel van de Amerikaanse politiek om de hoek kijken: met minder dan de helft van de kiezers die zegt dat je het goed doet, is het moeilijk om een tweede termijn te winnen. Het beste bewijs voor deze wet zijn Trumps voorgangers gedurende de afgelopen eeuw. In de honderd jaar dat opiniepeiler Gallup de populariteit van zittende presidenten meet, is Trump de eerste die nooit boven een approval rating van vijftig procent uitkwam.

Maar Trump is een president die over zowel wetten als verwachtingen heen walst. Onlangs nodigde hij een groep journalisten van Time Magazine uit in het Oval Office om zijn campagnestrategie uit de doeken te doen. Trump zei geen goedkeuring nodig te hebben om te winnen. Enkel zijn ‘base’ zou voldoende zijn om hem een tweede termijn te bezorgen. Het is een kenmerk van leiders die weinig ontzag hebben voor electorale democratie: lak aan liefde van het land.

Het stuk in Time is de moeite van het lezen waard omdat het Trumps strategie toont, net voordat die campagne echt begonnen is. Dit is het basisplan. Trump denkt volgens het motto van zijn campagnestrateeg Brad Parscale: ‘Opkomst, opkomst, opkomst’. Doe geen poging andersdenkenden te overtuigen of met beleid ook de kiezers van de andere partij aan te spreken. Het enige wat telt is dat je eigen harde kern in zo groot mogelijken getale gaat stemmen. Debatten dienen dan niet om rivaliserende ideeën te laten botsen, maar om afkeer van de ander en bewondering voor de eigen kampioen op te wekken. Deze campagne gaat waarschijnlijk nog harder en persoonlijker worden dan die van 2016. 

Maar klopt Trumps electorale calculus? Trumps ‘base’ bestaat in meerderheid uit laagopgeleide witte kiezers, die ongeveer 45 procent van de VS uitmaken. In 2016 stemde twee derde daarvan op Trump, ongeveer een derde van het electoraat. Op zichzelf is dat niet genoeg. Trump had iets meer dan 46 procent van de stemmen nodig om drie jaar geleden het presidentschap te winnen. Hij moet dus hopen dat hij nog minstens zo populair is bij zijn achterban plus een aantal andere kiezersgroepen overtuigen.  

Dat zou wel eens lastig kunnen worden. 56 procent van de Amerikaanse kiezers zal in 2020 ‘zeker niet’ op Trump stemmen, zo bleek afgelopen week uit een peiling van The Washington Post en nieuwszender ABC. Dit percentage schommelt enigszins per peiling, maar het laat zien dat meer dan de helft van de VS hoe dan ook verloren is voor Trump. 

Opvallend is dat Trumps steun ook lijkt af te kalven op plekken die cruciaal voor hem zijn. Uit een peiling van de Universiteit van Texas bleek dat 43 procent van de geregistreerde kiezers in die staat zegt zeker niet voor Trump te zullen stemmen. Nog eens zeven procent zegt dat ‘waarschijnlijk niet’ te doen. Bij de midterms won de Republikeinse kandidaat Ted Cruz met een marge die historische klein was voor deze traditioneel ‘rode’ staat. Het geeft aan dat Texas zomaar op het lijstje van swing states kan komen te staan. Een Republikein die president wordt zonder Texas te winnen? Ook dat zou het doorbreken van een historisch patroon zijn.

Ook in staten die Trump in 2016 veroverde op de Democraten geven de peilingen aan dat een tweede victorie alles behalve zeker is. En Trump heeft zowel Wisconsin, Michigan als Pennsylvania nodig voor een tweede termijn, tenzij er andere staten zijn die van Democratisch naar Republikeins overstappen. In Florida bleek uit een peiling van Quinnipiac University dat Joe Biden, Bernie Sanders en Elizabeth Warren alle drie een voorsprong hebben op Trump.

Trump heeft zo zijn eigen manier waarop hij omgaat met dit soort ongunstig nieuws. Onlangs ontsloeg hij een deel van zijn eigen opiniepeilers toen die hem kwamen vertellen dat hij achterloopt op Biden. Peilers die gunstige winstkansen voor Trump laten zien, mochten aanblijven. Net als het interview met Time Magazine laat dit shoot the messenger-gedrag zien dat Trump zich opsluit in een eigen electorale echokamer, waarin alleen zijn fans en rooskleurige berichten tellen. 

Nu is dit alles een eerste momentopname. En peilingen, zo leerden de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, zijn niet blind te vertrouwen. Maar hoe de naald ook schuift de komende anderhalf jaar, het is duidelijk dat 2020 een verkiezing van zeer kleine marges zal worden. Net als 2016, toen bleek dat als een kleine tachtigduizend kiezers in drie staten niet op Trump hadden gestemd, hij niet had gewonnen. 

En bedenk dat de omstandigheden toen in Trumps voordeel werkten. De vorige keer profiteerde Trump van het verrassingseffect, het voordeel van de twijfel, een zelfgenoegzame tegenkandidaat die een ideaal doelwit vormde, een lege politieke lei en dus niets om je over te hoeven verantwoorden, en een achteroverleunend Democratisch electoraat. 2016 was ook het jaar waarin een Russische informatieoorlog werd opgezet om Trump te helpen en zijn rivaal te schaden, zoals de Mueller-onderzoeken hebben vastgesteld. 

Kan Trump weer met de hakken over de sloot president worden zonder dit unieke samenspel van omstandigheden? Het is alles behalve een gelopen race.