Sport

TT

De halve finale tussen Nederland en België wees de weg. Alle Nederland-Belgiës wijzen wegen, of het nu in het korfbal, in het voetbal of in het boogschieten is. Ditmaal was het hockey. De mannen van de Oranje Leeuw streden tegen de Rode Duivels op het Europees kampioenschap in Manchester. Op weg naar de eindstrijd. Hockey is geen hoogspringen, wat de ultieme topsport is, maar toch niet niks. Sterker nog, hockey is prachtig.

Maar hockey is ook een rotsport, met die kromgebogen mannetjes met sticks die achter een te kleine, te harde en te onhandelbare bal aan rennen, met die spelregels die de wedstrijd steeds stilleggen, die vrijwel elk contact bestraffen en die ertoe leiden dat de elftallen alles richten op het verkrijgen van een strafcorner; het dieptepunt daarvan is het opzettelijk tegen de voet van de tegenstander aan spelen van de bal binnen de cirkel. Dat heeft iets enorm geniepigs (Pssst! Kijk eens of-ie kijkt! En als-ie kijkt, niet kijken hoor, en niets zeggen, dan sla ik snel de bal tegen zijn voet aan en dan hebben we een strafcorner, en Taeke Taekema, en een goal).

Veel sporters laten de voeten spreken, zeggen ze. Bij hockey is het vooral zaak de voeten van de tegenstander te laten spreken. Want, mits binnen de cirkel, die voeten zeggen goeie dingen. Die voeten, als ze van een tegenstander zijn en als er een bal tegenaan komt, zeggen: ‘Shoot! Strafcorner! Taeke Taekema! Goal!’

En die dingen horen we graag.

Een sport waarbij alle spelers gebitsbeschermers moeten dragen, en sommige spelers op sommige momenten gezichtsbeschermers, omdat die bal zware verwondingen kan veroorzaken, is een rotsport.

Maar hockey is een prachtige sport. In het hockey heten de mannen nog gewoon ongegeneerd Roderik. Of Bram. Of Teun. Taeke. Jan-Bram, Jan-Teun, Jan-Jaap, Jan-Willem, Jan-Henk, Jan-Joris, Jan-Roderik, Jan-Jurk of Jan-Jan. Op de tribune juicht het hele gezin: Jan-Vader, Jan-Moeder, Jan-Jongen en Jan-Meisje. De hockeysport is tenminste nog niet ten prooi gevallen aan de Grote Gelijkmaker, die alles gelijk en hetzelfde maakt en voor iedereen. Sommige dingen zijn niet gelijk en hetzelfde en voor iedereen: dat zegt hockey, en het voelt zich daar goed bij.

De commentator bij deze openbaring van een wedstrijd wist dat in België de sport ‘grashockey’ heet, en vooral wordt beoefend door ‘het gegoede deel der natie’. Dat bedoelen we. Daar hebben ze het begrepen. Zo hoort het.

Dus ook in België heb je elitaire hockeyballen die geaffecteerd praten en een beetje buiten de gewonemensenwereld leven. Vlaamse hockeyers spreken alsof ze een gloeiende patat in de keel hebben. Aemaei, aemaei, maenneke.

Hockey is ook mooi als je ziet wat iemand met een bal kan, met zo’n onhandige stick. Zo onhandig maar dan toch dubbele scharen maken en achter het standbeen langs schieten en een paar keer hooghouden – tovenarij is het, soms.

Hockey met een stokkie is ook leuk om over te praten. Na afloop, toen de anderen naar de kantine gingen voor hikkie met een stikkie, stond Taeke (‘Jan-Taeke’) Taekema, het fenomeen, de media te woord en legde uit. Taekema, over wie de commentator steeds riep: ‘Wat is hij goed! Wat is hij scherp!’, was tevreden.

‘Ja, nee, het was een mooie overwinning. Het belangrijkst is natuurlijk dat we nu een ticket voor Peking in the pocket hebben. Het ging wel lollig, ja. Het liep lekker. Nee, die zes goals van mijzelf, die doen me niet zo veel. Het gaat echt om de teamprestatie. Klasse. Zo vond ik Jan-Jaap en Jan-Kees echt magistraal spelen, een koningskoppel, uit de kunst. En Jan-Willem zette als vanouds de lijnen uit. Nu de finale. Dat is, met alle respect voor de Belgen, toch een andere tak van sport.’

Hockey is een rotsport. Zoals vrijwel alle Nederlandse doelpunten voortkwamen uit een strafcorner, genomen door Taekema, die als een machine raak schoot, en raak schoot, en raak schoot, en raak, en raak, en één keer mis, en weer raak.

Hockey is een prachtsport. Zoals elke strafcorner van Taekema anders was dan de vorige. Laag aan de stickkant van de keeper. Laag aan de stickkant van de keeper, maar dan tien centimeter naar links. Laag aan de stickkant van de keeper, maar dan vijf centimeter naar rechts. Hoog aan de handkant van de keeper. Laag aan de handkant van de keeper. Het was echt fenomenaal. Soms zijn machines prachtige dingen om naar te kijken.

‘Leuk dat-ie weer terug is’, zei coach Oltmans over zijn topscorer, die sneller herstelde van een blessure dan was verwacht. Roelant Oltmans, maar eigenlijk Jan-Roelant.

Leve de hockeyballen. Leve de Jan-Jongens.