Kroatië gaat stemmen

Tudjmans troon

Op 7 februari zal blijken wie in Zagreb wijlen Franjo Tudjman opvolgt: de sociaal-democratische Stipe Mesic of de sociaal-liberaal Drazen Budisha. Beiden willen de absolute macht van de president reduceren tot die van een ceremonieel staatshoofd.

ZAGREB, KROATIË — Afgelopen maandag gingen de Kroaten, voor de tweede keer deze maand, naar de stembus. Dit keer niet om een nieuw parlement te kiezen, zoals op 4 januari, maar een nieuwe president. Het vorige staatshoofd, Franjo Tudjman, overleed op 11 december na een slopende ziekte.


De dans om Tudjmans troon werd ingezet door negen kandidaten van zeer divers pluimage, van de verlichte intellectueel Slaven Letica die campagne voerde op universiteiten en in boekhandels, tot de extreem-rechtse Ante Dzapic, kopman van de partij van het Kroatisch Recht (HDP) die op zijn posters de slogan liet afdrukken ‘Dat niemand in Kroatië meer rechten mag hebben dan de Kroaten zelf’.


Twee kandidaten zijn na de eerste ronde van afgelopen maandag overgebleven: de sociaal-democratische Stipe Mesic, een man die ooit president was van het oude Joegoslavië, en de sociaal-liberaal Drazen Budisha. De kandidaat die als derde is geëindigd, Mate Granic, was tot voor kort erg populair in Kroatië. Zijn banden met de HDZ (de partij van de erven Tudjman) zijn hem echter duur komen te staan. Granic weet zijn pover resultaat aan de interne strubbelingen die de HDZ verscheuren. Maar waarschijnlijker is het dat hij door de mensen gezien wordt als deel van het oude regime. De atmosfeer is momenteel anti-HDZ. Granic heeft een maand geleden zijn partij niet van de ondergang kunnen redden, en de partij heeft ditmaal Granic niet kunnen redden. Een wanhoopspoging om zich onafhankelijk te laten verklaren van de HDZ, drie dagen voor de verkiezingen, heeft niets meer opgeleverd.


Op maandag 7 februari zal moeten blijken wie uiteindelijk de presidentiële villa in Zagreb mag gaan betrekken, want een president kan in Kroatië slechts met een absolute meerderheid van 51 procent worden verkozen.



DE ALGEMENE CONSENSUS is dat er een einde moet komen aan de absolute macht waarmee het staatshoofd grondwettelijk kan regeren. Franjo Tudjman heeft met zijn autocratische regime bij vriend en vijand een kater nagelaten. In de Sabor, het parlementsgebouw op de heuvel boven Zagreb, klinkt dan ook de roep om de zeggenschap van de president te reduceren tot die van een ceremonieel staatshoofd, zoals in Duitsland of Zwitserland. De twee overgebleven kandidaten, Stipe Mesic en Drazen Budisha, hebben dit in hun campagne zelfs tot een halszaak gemaakt. De belangrijkste issues zijn, net als een maand geleden, de economie die volledig in het slop zit en de werkloosheid die officieel door onafhankelijke specialisten op zo’n dertig procent wordt geschat. Toetreding tot de EU is de worst die ieder van de kandidaten het electoraat voorhoudt, al zijn sommigen realistischer in hun beloften dan anderen. De sociaal-liberaal Drazen Budisha belooft het meest: een lidmaatschap van de EU binnen enkele maanden, een einde aan de werkloosheid en sociale stabiliteit. Sociaal-democraat Stipe Mesic werpt zich op als de anti-corruptiekandidaat die radicaal wil breken met het nationalistische regime van zijn voorganger. Hij belooft hervormingen van politie, leger en het ambtenarenapparaat, en een reductie van de dienstplicht tot vier maanden. Mesic stelt dat Kroatië best met een minder groot leger af kan als het lid zal worden van de Navo.


Mesic is vooral geliefd bij jongere kiezers en bij kiezers die hem waarderen om zijn ervaring en betrouwbare uitstraling. ‘Ik stem op Mesic’, vertelde Sanja Hrstic, een vrouw van 25 jaar oud in een stemkantoor in Rijeka, ‘omdat hij twintig jaar geleden ook al sociaal-democraat was. Mesic is geen windvaan, zoals veel politici die ik de afgelopen decennia van politieke kleur heb zien veranderen als de bladeren aan een boom. Bovendien heeft hij meer ervaring dan enig ander kandidaat.’



HET OORLOGSTRIBUNAAL in Den Haag is slechts bijzaak gebleven in de campagne. De meeste kandidaten spraken zich wel uit voor een betere samenwerking met het oorlogstribunaal, maar voor expliciete garanties dat misdadigers aan Den Haag zouden worden uitgeleverd, durfde vrijwel niemand zijn handen in het vuur te steken. De journalisten die het waagden om te vragen of de kandidaten bereid zouden zijn om eventueel zelf te gaan getuigen in Den Haag, werden regelmatig afgesnauwd of gepasseerd. De kanshebbers hielden hun antwoord bewust zo vaag mogelijk. Mate Granic vond dat ‘een president van een staat niet zomaar opgeroepen kan worden te getuigen omdat een president niet hetzelfde is als een privaatpersoon’. Drazen Budisha meldde dat ‘er niets specifieks is waarover hij zou kunnen getuigen in Den Haag’.


Tegen een van de presidentskandidaten, Tonislav Mercap van Hrvatska Pucka Stranka (de Kroatische volkspartij) loopt nog altijd een gerechtelijk onderzoek naar betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Mercap zou als officier en voorzitter van de Vereniging van Oorlogsvrijwilligers aan het hoofd hebben gestaan van de Pakracka Gruppa, een beruchte militie die haar boekje regelmatig te buiten is gegaan. Mercap wordt verweten dat hij verantwoordelijk is voor de moord op de rijke Servische familie Zec in de omgeving van Zagreb. De soldaat die de moorden op zijn bevel uitvoerde (Sinisa Rimac) werd veroordeeld, maar wegens procedurefouten weer vrijgelaten.


Aan het weekblad Globus liet Mercap weten dat hij het oorlogstribunaal in Den Haag beschouwde ‘als een hof voor kleine muizen en onbelangrijke landen, waar alleen de irrelevante misdaden berecht worden. Niemand in Den Haag zal ooit de oorlogen in Tsjetsjenië, Vietnam, Somalië of de Amerikaanse aanval op Hiroshima veroordelen, die toch beduidend meer slachtoffers hebben gekost dan onze strijd. Gerechtigheid bestaat niet voor Den Haag. Vooringenomenheid wel. Als ik verkozen word heb ik wel wat anders te doen dan me bezig te houden met het oorlogstribunaal. Ik zou geen enkele Kroatische staatsburger door Den Haag laten berechten, voordat zijn schuld ten overstaan van een Kroatische rechtbank is bewezen.’



DE AFGELOPEN WEEK werden bijna dagelijks demonstraties georganiseerd in Herzegovina door Bosnische Kroaten die moord en brand schreeuwden. Ze voelen zich in de steek gelaten, want de Kroaten in het moederland lijken geen heil meer te zien in het blijven steunen van hun volksgenoten in de de facto onafhankelijke republiek Bosnië-Herzegovina. De Herzegovijnen eisten garanties van Zagreb dat de omvangrijke financiële en militaire hulp in de toekomst niet zal worden stopgezet en dat hun zonen nimmer zullen worden uitgewezen. Ze droegen spandoeken mee waarop viel te lezen: ‘Den Haag je moest je schamen!’, ‘Weg met het tribunaal der onrechtvaardigheid!’


Niettemin is Igor Markovic, die als hoofdredacteur van Gong Magazine verbonden is aan G.O.N.G., een non-gouvermentele organisatie die met ruim vijfduizend, veelal jongere vrijwilligers toezag op het eerlijke verloop van de verkiezingen, tevreden over wat er in Kroatië in korte tijd veranderd is. ‘De mensen hebben het gevoel herwonnen dat hun stem telt en dat ze daadwerkelijk mee kunnen beslissen over de toekomst van hun land. Voor het eerst sinds lange tijd voelen de mensen dat de politici er zijn voor hen, en niet andersom. Het besef is gevestigd dat burgers alle recht van de wereld hebben om de politici te beoordelen op hun daden.’