Tuig

‘Dat doe jij nooit meer’, schreeuwt de hoogzwangere vrouw met de hoofddoek naar de magere man op het bankje. ‘Dat doe jij nooit, nooit meer. Ik zweer je!’

Ze hijgt en priemt met een vinger naar zijn gezicht, probeert hem te raken. Maar tussen haar en de man staat een lange, blonde vrouw. Net als ik is ze toevallig voorbij gekomen en kreeg een rol toebedeeld. Zij is nu de bodyguard van de man op het bankje. ‘Iedereen handen thuis’, zegt ze. 'Het is al warm genoeg.’

Haar beschermeling kijkt benauwd. Hij draagt een verwassen voetbal-T-shirt en een petje van een bouwmarkt. Op zijn linkerarm is een buldog getatoeëerd. Achter het bankje staan nog drie mensen. Een slungelige jongen met een vuurrood hoofd, een oudere vrouw met een klein wit hondje en een man met dreadlocks die aan het bellen is. Hij houdt één hand op de leuning, klaar om de zittende man vast te grijpen bij een ontsnappingspoging. De vrouw met de hoofddoek valt weer uit. 'Jij bent gek’, roept ze, 'wie gaat er spugen naar zwangere vrouwen?’ Ze graait naar hem. 'Help’, piept de man. Hij duikt weg achter de blondine. Die blijft pal staan. 'Is de politie al onderweg?’ vraagt ze kalm. De man met de dreadlocks knikt en houdt zijn telefoon even omhoog.

Naast mij hapt de zwangere vrouw naar adem. Ze steunt met haar handen op haar knieën. Omdat ik haar boodschappentas heb opgeraapt ben ik verantwoordelijk voor haar geworden. 'Kom even’, zeg ik. Ik wijs naar een stoepje verderop, in de schaduw. Ze loopt mee. Vermoeid gaat ze zitten. Ik zet haar tas naast haar neer. 'Gaat het?’ vraag ik. Ze schudt haar hoofd. 'Ik ken hem niet eens. Hij loopt langs en gaat schelden. Tuig, zegt hij.’ Ze haalt diep adem. 'En hij spuugt naar me.’ Haar handen strelen over haar dikke buik. Ze kijkt me aan. Haar ogen fonkelen. 'Maar mooi dat ik hem te pakken kreeg.’ Ze tilt haar lange rok een stukje op en toont mij haar witte sportschoenen. 'Had hij niet gedacht’, zegt ze. 'Van zwanger tuig.’