Tuindenken

Amsterdamse architectuur 1994-96, Arcam, Waterlooplein 213, tot 23 augustus. De Amsterdamse Westelijke Tuinsteden - een nieuwe toekomst voor een historisch plan, Amsterdams Historisch Museum, tot 24 augustus
Tijdens mijn vakantie van nog geen vier weken blijkt mijn hoofdstad zich van feestelijkheid naar feestelijkheid te hebben gespoed. Opeenvolgende bezoeken van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders daargelaten was juni de maand van de grote opleveringen. In Olympisch tempo werden de Piet Heintunnel, de Ringlijn, het wetenschapscentrum, de Theaterschool en ook nog het gerenoveerde Centraal Station geopend.

Voeg daarbij het groene licht voor de Noord-Zuidlijn, boven op het al eerder gesanctioneerde enthousiasme voor de nieuwe woonwijk IJburg, de uitbottende Zuidas en de bijna voltooide nieuwbouwwijken, en het idee dringt zich op de hoofdstad te waarschuwen niet te bezwijken onder een daadkracht een miljoenenstad waardig.
De projecten vallen vooral op door hun grootte, hun spectaculaire en hun stadsgrensoverschrijdende karakter. Maar alle architectuurprijzen zijn dit jaar geschonken aan woningbouwprojecten in de reeds bestaande stad. De tentoonstelling Amsterdamse architectuur 1994-96 telt liefst 144 ontwerpen die in de afgelopen drie jaar zijn uitgevoerd. Niet zo spectaculair maar wel op grote schaal worden gaten in de oude stad opgevuld en stadsvernieuwingsprojecten uitgevoerd, waarbij veelal jonge architecten komen te staan voor stedebouwkundige problemen die zijn opgeworpen door massale nieuwbouwprojecten en regionale ontwikkelingen.
In 1935 nam de gemeenteraad een grootschalig uitbreidingsplan voor Amsterdam aan dat de groei van de stad voorzag tot het magische jaar 2000. De uitbreiding van Amsterdam geschiedde in het vervolg niet meer concentrisch maar lobbenvormig, met forse groenstroken tussen de ‘vingers’ die de uitbreiding enigszins het karakter van een tuinstad moesten geven. Het resultaat, de Westelijke Tuinsteden (en Buitenveldert), is een monument voor de idealen van de twintigste-eeuwse stedebouw dat in Italië en Spanje wordt geroemd, hoewel al onmiddellijk bleek dat de meest idealistische kantjes er afgesnoept moesten worden: een Stille Oceaan van eengezinshuizen met voor elk tuinen rondom, werd omgezet in een zee van etagewoningen met aanzienlijk directer contact met de buren (en met de snelweg). De westelijke tuinsteden waren eigenlijk helemaal geen tuinsteden met een zelfstandig karakter, maar tuinwijken of tuinvoorsteden.
Het Amsterdams Uitbreidingsplan voorzag een bevolkingsgroei tot een maximum van 1.100.000 in het jaar 2000. Helaas bleek al in de jaren vijftig dat de gemiddelde woningbezetting flink zou afnemen, maar de dienst Stadsontwikkeling hield vast aan de prognoses van 1935. Het AUP werd in vrijwel alle details doorgevoerd, tot in de jaren tachtig toe, compleet met ringweg, ringspoorbaan en industriegebied in Zuidoost. De zee van eengezinswoningen in de tuinsteden voldeed steeds minder aan de toegenomen ruimteëisen en werd met steeds minder mensen gevuld. Het gevolg was een massale vlucht van Amsterdammers naar de 'groeikernen’ Purmerend, Hoorn en Almere.
Het concept van de 'compacte stad’, in de jaren tachtig aangenomen om de leegloop te stuiten, doet de ruimten tussen de lobben opvullen en de bewoners van de tuinsteden naar de onverminderd aantrekkelijke eengezinswoningen in de aanpalende nieuwbouwwijken vertrekken. Om nu de achtergelaten, ooit ideale woningen te behoeden voor eenzijdige vergrijzing en verzwarting, moet de modernistische idealen geweld worden aangedaan. Open binnenterreinen worden afgesloten om aan de hedendaagse knusheids- en veiligheidseisen te voldoen. De veelgeprezen 'groene longen’ worden stukje bij beetje volgebouwd. Het taboe op hoge torens is op allerlei plekken in de stad doorbroken.
Al in de jaren twintig werd gewaarschuwd dat tuinsteden die eigenlijk voorsteden of wijken waren, het gevaar liepen opgeslokt te worden door de stad. Nu is het dan zover. Maar het is maar de vraag of we daar rouwig om moeten zijn, want het spook van de miljoenenstad dat de plannenmakers destijds tot het AUP deed besluiten, zal wat Amsterdam betreft wel een geestverschijning blijven, alle grootstedelijke en internationale feestelijkheden ten spijt. Rest de vraag of we het AUP niet de monumentstatus moeten geven nu de stad oostwaarts uitgebreid gaat worden.