Televisie: ‘De vrouwen van Venserpolder’

Tuinfamilie

Still uit de film ‘Vrouwen van Venserpolder’ © Pakhuis de Zwijger

Bij de slotbeelden van de documentaire De vrouwen van Venserpolder horen we een lied: ‘Ik heb een tuintje in mijn hart, maar alleen voor jou’, in licht Surinaamse tongval. We zien tegelijk een aantal Afro-Nederlandse vrouwen de poort van een binnentuin in Venserpolder, Amsterdam-Zuidoost, uit komen. Ze nemen de eetbare resten van een seizoen tuinieren, bloemen en uitgegraven planten mee naar huis. Begin oktober: het seizoen is afgelopen. In het voorjaar zullen ze terugkomen.

De muziek is goed gekozen: vrolijk, want het experiment om samen te tuinieren op een plek die jaren middels een metalen rolluik ‘verboden toegang’ was vanwege criminele activiteiten, werd een succes. Maar de tekst is eigenlijk niet zo adequaat, want de verkavelde minituintjes tussen de huizen hebben niet met de exclusieve liefde van een stelletje te doen, maar met de blijdschap over een gegroeid groepsgevoel, over doorbreken van sociaal isolement. ‘Samen staan we sterk’, ‘nu zijn we een tuinfamilie’, ‘we zijn echt een team’.

Dus is er ook lichte weemoed: ‘Alles zal ik missen’, zegt Meli, de oudste van het stel en langzamerhand uitgegroeid tot prachtig hoofdpersonage: ‘de dames en de groenten en de ploeg die we zijn geworden en dat we lekker kunnen praten’. Dat een plek waar je niet meer veilig kon komen letterlijk en figuurlijk uitgroeit tot een paradijsje voor alleenstaande moeders en oma’s, die buitenlucht, fysieke arbeid, ontspanning, onbespoten groenten, bloemen en vooral contact met elkaar opdoen, dat is een klein mirakel. Volkstuintjes, daar komt deze groep niet tussen, als ze dat al zouden willen: te duur, te ver, te vreemd publiek. Het initiatief komt van een jonge vrouw, Ama Koranteng-Kumi, hoorbaar hoog opgeleid, wier persoonlijke motivatie ergens onderweg in de film voorbij komt (onderweg, want het draait niet om hulpverleners of ‘sociaal ondernemers’, maar om de tuiniersters). Die wortelt in een jeugd waarin rond haar veel huiselijk geweld voorkwam, ze zich verdrietig voelde over zoveel vrouwelijke machteloosheid en troost zocht en vond in de natuur. Zo helder van A tot Z werkt het in een mensenleven natuurlijk zelden, maar het resultaat mag er wezen.

Hoe de financiering werkt komt niet aan de orde. Bij het ooit beruchte Blok 10 van Venserpolder blijkt uiteraard niet alles vlekkeloos te lopen en zal de selectie van wie wel en wie niet tot personage uitgroeit het totaalbeeld mee kleuren (zoals in veel documentaires). Maar sigaren rokende Meli, die zich vroeger mensenschuw opsloot in huis, en die op eerste gehoor en zicht niet makkelijk tot heldin zal uitgroeien, doet dat wel. Tussen haar blijde hoofdlijn (genot van tuin en elkaar) krijgen we haast organisch de scherpte en zwaarte van haar leven en dat van de wijk mee. De letterlijke onveiligheid, een zoon in en uit de gevangenis (die ze weigert te bezoeken!) en een gigantische schuld. Van die laatste weet ze zich te bevrijden dankzij de schuldsanering en ijzeren discipline en zuinigheid, wat ze viert met taart voor haar tuindames.


Eva de Breed, De vrouwen van Venserpolder, HUMAN 2Doc, maandag 1 april, NPO 2, 20.55 uur