Tukkernijd

De stemming over Twentestad is door de Eerste Kamer voorlopig uitgesteld. Meer trammelant kon Paars voor de zomervakantie ook niet gebruiken. Maar is de eeuwige strijd van de Tukkers wel een tweede senaatscrisis waard?

ALS JE AMSTERDAM uit rijdt staat Hengelo al aangegeven. Met zo'n zeventigduizend inwoners is het een middelgrote stad. Toch stopt de internationale trein richting Berlijn er. Intelligente mensen schijnen er te wonen. Want metaalindustrie, waaraan Hengelo in vroeger dagen rijk was, daarvoor moest je een diploma hebben. Werkloosheid onder de beroepsbevolking is er nauwelijks, wijzen cijfers uit. Criminaliteit? Mag in Hengelo geen naam hebben. Ook financieel heeft de gemeente de zaakjes op orde. Momenteel wordt de binnenstad voor miljoenen geherstructureerd. Een nieuwe schouwburg nadert zijn voltooiing. Dan Enschede. Honderdvijftigduizend inwoners en alle problematische kenmerken van de grote stad. Ook het textielverleden speelt de gemeente parten. Voor emplooi in de textiel was geen educatie vereist. De geschoolde, westerse import die door de metaal in Hengelo neerstreek, werd meewarig bekeken door de Twentse textielarbeiders. Hengelo verwerd tot een ‘elitair dorp’, vinden de Enschedeërs. Ondanks al deze tegenstellingen willen de machthebbers in het verre Den Haag dat Hengelo en Enschede in de nabije toekomst gezamenlijk verdergaan, en wel onder de naam 'Twentestad’. Overigens moet in de laatste variant van Kok II, 'dubbelstad plus’ genaamd, behalve Hengelo en Enschede ook het nietige Borne daar deel van gaan uitmaken. De tegenstanders hadden de moed al opgegeven toen in maart van dit jaar de Tweede Kamer akkoord ging met de plannen van het kabinet. Nog voor het zomerreces zou het wetsvoorstel wel even door de Senaat gejast worden, waarmee Twentestad een feit zou zijn. De crises in Den Haag hebben de tegenstanders echter nieuwe wapens in handen gegeven. Het sukkelende kabinet heeft wat langer respijt gekregen, pas ná het reces moet minister Peper van Binnenlandse Zaken zijn zaak in de Eerste Kamer komen verdedigen. Het tot dusver vooral voor Hengelo en Enschede belangrijke onderwerp blijkt door het paarse wantrouwen een politiek discussiepunt van doorslaggevende betekenis geworden. De werkelijke argumenten voor of tegen de fusie zijn op de achtergrond geraakt en hebben plaatsgemaakt voor een venijnig politiek steekspel met als inzet de coalitie. D66 zag al niets in de samenvoeging, en nu is ook de VVD-Eerste-Kamerfractie tegen. D66-Eerste Kamer-fractievoorzitter Schuyer kondigde daags na het machtswoord over de Utrechtse burgemeester aan Peper de wind van voren te geven. HEBBEN DE TUKKERS zelf er dan helemaal niets meer over te zeggen? 'Het heeft er alle schijn van’, zegt Wolter Lemstra, oud-burgemeester van Hengelo en tegenwoordig, verrassend genoeg, senator voor het CDA. Lemstra kwam begin jaren negentig naar Hengelo en toonde zich een fervent voorstander van de toen al levende fusiegedachte. Die was op initiatief van de Enschedese burgervader Ko Wierenga (PvdA) nieuw leven ingeblazen. De toenmalige regering-Lubbers had Wierenga in het kader van het grotestedenbeleid vijfenveertig miljoen toegezegd als hij de twee buurgemeenten samenkreeg. Zonder die bruidsschat had Hengelo nooit ofte nimmer ingestemd, zegt Lemstra nu. 'Kok en Lubbers hebben Ko Wierenga en mij tot tweemaal toe in het Torentje ontvangen. Ze zeiden, jullie hebben een prachtig mooi verhaal voor dat Twentestad, zo te verkopen. Alleen, geld kunnen we op dit moment niet toezeggen.’ Gedesillusioneerd aanvaardde het burgemeestersduo de terugreis. Voor Lemstra was het nu onmogelijk geworden zijn ingezetenen warm te krijgen voor een fusie. 'Toen wij zonder geld terugkwamen uit Den Haag hadden we geen ruimte meer de bevolking te verleiden tot een samenvoeging. Daardoor ook kon de tegenstand zo groot worden.’ Die tegenstand kwam bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1994 tot uiting in een verpletterend zetelverlies voor elke partij die zich ooit voor Twentestad had uitgesproken. Een voor de gelegenheid opgerichte anti-Twentestadpartij, Burger Belangen Hengelo, ging in een klap van nul naar vijf zetels. Het onafhankelijke Twentse opinieweekblad De Roskam volgt de fusieplannen nauwgezet. Hoofdredacteur Han Pape: 'Het gekke is dat Lemstra in de Eerste Kamer tegen gaat stemmen. Als er iemand voor Twentestad was, dan was hij het wel. Lemstra heeft een merkwaardige draai gemaakt. Zelf noemt hij het “voortschrijdend inzicht”, wat hier in de regionale politiek inmiddels een beruchte uitdrukking is voor iedereen die plotseling van mening verandert. Maar natuurlijk is Lemstra’s ommezwaai ook ingegeven door populisme. De partijen hadden immers flink op hun donder gehad.’ Lemstra: 'Goed, ik was voorstander. Maar onder nadrukkelijke voorwaarden. Vijfenveertig miljoen was ons toegezegd. Daar kun je mee thuiskomen. En wat is er mis met voortschrijdend inzicht?’ Pape: 'Nou ja, het moet gezegd, Lemstra heeft na de Haagse deceptie het verzet flink aangewakkerd. Dat is knap. Eerst was Wierenga de titaan van Twente, maar Lemstra heeft hem van de troon gestoten. Het was een fascinerend krachtenspel en zoals het er nu naar uitziet trekt Lemstra aan het langste eind.’ Lemstra: 'Deze mastodont van een stad in een kleine regio als Twente is buitenproportioneel. Dát is een inhoudelijk argument. Maar Twentestad is onderdeel geworden van een politiek machtsspel. In de catacomben van het Arke-stadion, waar minister Peper november vorig jaar met de tegenstanders een dialoog aanging, voegde hij mij toe dat Twentestad er móet komen, dat wil de regering nu eenmaal. Onze argumenten, helaas, deden er niet zo veel toe. De bijeenkomst was niet meer dan een rituele dans.’ PEPER BEHANDELDE het Hengelose College van Burgemeesters en Wethouders 'schofterig’, zegt Jan Mekelenkamp van het actiecomité Hengelo Tegen Twentestad. 'Wij waren bij het bezoek van Peper nog niet opgericht. Dat kwam gelijk de volgende dag toen de Twentsche Courant groot opende met de plannen van de minister. Tot dat moment hadden Hengeloërs er geen benul van dat het Twentestad-idee nieuw leven was in geblazen. De provincie Overijssel had dat in stilte zitten uitbroeden. Nadat het eerste fusievoorstel (een fusie van Hengelo en Enschede zonder Borne - jvc/pv), na de veelzeggende verkiezingsuitslag uit het zicht was verdwenen en Lemstra tegenstander was geworden, dachten de Hengeloërs dat het over zou zijn. De publicatie in de Twentsche Courant bracht een schokgolf teweeg. Wij zijn toen met het actiecomité begonnen. Van de ogenschijnlijke steun van de Twentsche Courant was niets meer over. Hoofdredacteur Gerard Driehuis ontpopte zich als een fervent voorstander van de dubbelstad-plus-variant. Hij begon in het belang van zijn zaak het actiecomité te ridiculiseren.’ Gerard Driehuis: 'Die meneer zeurt waarschijnlijk omdat wij een geestig berichtje hebben gehad over een anti-Twentestad-affiche dat door voorstanders verknipt was tot een pro-Twentestad-affiche. Ik ben voorstander, daar heeft het actiecomité gelijk in.’ Jan Mekelenkamp: 'Op zeker moment werd het te dol. We zijn verhaal gaan ha len. Driehuis is daar zo van geschrokken dat er in zijn krant plotseling aanmerkelijk objectiever over de plannen werd geschreven.’ Gerard Driehuis: 'Wij hebben in onze berichtgeving iedereen de ruimte gegeven. Als ik een column pro-Twentestad schreef, kwamen er ook boze reacties van de redactie Hengelo. Dat heeft ons in evenwicht gehouden.’ ONDANKS DE berichtgeving in de Twentsche Courant zag het actiecomité kans de burgers te mobiliseren. De gemeente Hengelo raakte ervan overtuigd dat er uit de publieke onvrede over het kabinetsplan politieke munt viel te slaan. Het actiecomité kreeg een royale subsidie toegeschoven, kantoorruimte in het gemeentehuis aangeboden en de Burgerzaal werd beschikbaar gesteld voor actiebijeenkomsten. Jan Mekelenkamp: 'Toen Lemstra tijdens een van die bijeenkomsten verscheen, werd hij als een held onthaald. Heel Hengelo stond achter hem. Bram Hulshof, de voorzitter van de Twentse Kamer van Koophandel, kwam namens het bedrijfsleven een pro-standpunt verkondigen. Hij ging af als een gieter.’ Bram Hulshof: 'Raadsleden, wethouders, de burgemeester en het actiecomité hebben aan grove stemmingmakerij gedaan. Er werden valse Twentse sentimenten uit het verleden van stal d: de slimme Hengeloër versus de domme Enschedeër. Het zijn vooral de lokale politici, veelal afkomstig uit heel andere delen van het land, die de Tukker-nijd hebben aangewakkerd.’ De publieke onvrede werd door de gemeente Hengelo verder uitgebuit door het uitschrijven van een referendum waarvan de uitslag vanwege de propaganda op voorhand wel duidelijk was. Het referendum vond plaats in maart, gelijktijdig met de verkiezingen voor de Provinciale Staten. De opkomst was met meer dan zestig procent ongekend hoog. Tweeënnegentig procent van de opgekomen Hengeloërs stemde tegen Twentestad. Hulshof: 'Geen kunst. Als je de mensen zo ophitst gaan ze natuurlijk massaal tegen stemmen.’ Mekelenkamp: 'De Hengeloërs hebben een duidelijk signaal afgegeven: niet doen.’ Hulshof: 'Het was allemaal zo gemanipuleerd dat met goedkeuring van de gemeente Hengelo tot in de stemhokjes anti-affiches waren opgehangen. Het is wel tactisch geweest van Hengelo. Ze wisten dat D66 de uitslag van een referendum niet naast zich neer zou leggen. Twentestad is hiermee een partijpolitiek speeltje geworden. Dat is de reden dat zelfs de VVD, die ondernemers gunstig gezind hoort te zijn, ons in de Senaat de rug heeft toegekeerd.’ Mekelenkamp: 'Deze kwestie wordt nu een testcase voor het kabinet. D66 wil wraak nemen vanwege de Nacht van Wiegel. Hoewel ik erop vertrouw dat het voorstel strandt in de Eerste Kamer blijft het riskant. De pest is dat het nog altijd in het regeerakkoord staat.’ Hulshof: 'Ik heb er weinig vertrouwen meer in. Goddank hebben de Twentse ondernemers zelf het initiatief genomen om tenminste economisch eensgezind naar buiten te treden. De ondernemers hebben veel voor de regio gedaan. Helpen bouwen aan het nieuwe voetbalstadion en Jaap van Zweden naar Twente gehaald. Dat ziet men in Hengelo over het hoofd. Ze bakkeleien voort en berokkenen de ondernemers veel schade. De nodeloze onderlinge concurrentie schaadt de regio als geheel.’ Mocht de Eerste Kamer het voorstel onverhoopt toch aannemen, dan zal Twentestad qua inwonersaantal de gemeente Utrecht voorbijschieten en de vierde stad van Nederland worden. Onwaarschijnlijk. Paars stuurt af op een nieuwe crisis in de Senaat. De vraag is of het Twentse kleigeworstel dit wel waard mag zijn.