Tunesië, ik mis je

Tunis – Toen, in die ene revolutionaire week van januari 2011, riep de straatverkoper: ‘Alle groente gratis voor iedereen zonder geld!’ In de aardedonkere zaal van theater El Hamra herinnert een vrouwenstem zich hoe vriendelijk mensen opeens waren voor elkaar. Dan gaat het licht aan. De voorstelling barst los.

Monstranum’s is een razende burlesk over de desillusie. Schrijfster Leila Toubel voert vijf personages op die elk onder het nieuwe regime het revolutionaire élan hebben verzaakt. En regisseur Ezzeddine Gannoun jaagt ze over het podium. Op kantoorstoelen met wieltjes. Ze vechten, ze vleien, ze klagen elkaar aan, ze bekennen schuld, ze dansen een bittere tango – maar hun stoelen laten ze niet los.

Voor de voorstelling nam Toubel het woord. Ze richtte zich speciaal tot haar buitenlandse gasten. ‘Vertel het aan de hele wereld. Tunesië staat recht overeind. We geven ons land niet uit handen aan de islamisten.’ Ze krijgt een ovatie van de afgeladen zaal. Waarna haar personages zich anderhalf uur lang vastklampen aan hun stoelen. Recht overeind staan? De populaire zangeres draagt tegenwoordig een hoofddoek en zingt niet meer. De bureaucraat doet net zo bloedeloos zijn werk als vroeger. De televisiedirecteur geeft het volk wat hem wordt opgedragen. De internetexpert, die onder president Ben Ali burgers online bespioneerde, wacht nog even: eerst kijken waar de dossiers die hij destijds verzamelde nu gaan opduiken. En het meisje met korte rok en hoge hakken weet niet waar ze haar feestjes nu moet vieren.

Het stuk ging in december in première. Op 6 februari werd oppositieleider Chokri Belaid neergeschoten. Toubel en Gannoun, al jaren met de charismatische politicus bevriend, besloten geen komma aan de voorstelling te veranderen. Toch zien veel bezoekers er nu de ultieme hommage in. De twee theatermakers hebben vaker voorstellingen gemaakt die later profetisch bleken. In 2010 presenteerden ze The End. Tijdens de tournee kwam het regime van Ben Ali ten val.

Aan het slot van Monstranum’s hebben de vijf personages elkaar en zichzelf ontmaskerd. Na een spervuur van tekst en acrobatiek blijft er van het feest voor de hypocrisie alleen verdwaalde confetti over. Het licht gaat uit. De vrouwenstem zegt: ‘Die vijf dagen in januari, ik mis ze. Straatverkoper, ik mis je. Tunesië, ik mis je.’