Tunesië: op zoek naar een nieuwe identiteit

Ruim een jaar na het vertrek van dictator Ben Ali is in Tunesië de situatie gespannen. De tegenstellingen tussen progressieve en conservatieve Tunesiërs worden duidelijk. Op straat, maar ook in het overgangsparlement, dat binnenkort over een nieuwe grondwet moet stemmen.

Medium tunesie2c

Khaoula Rachidi is de nieuwe heldin van progressief Tunesië. Op YouTube is te zien hoe de kortharige studente op het dak van de universiteit van La Manouba vlak bij Tunis klimt. Ze probeert te voorkomen dat een fundamentalistische moslim de Tunesische vlag, sinds de revolutie het symbool van nationale eenheid, vervangt door een vaandel met een vers uit de koran. Rachidi ontving na haar actie een onderscheiding uit handen van president Moncef Marzouki, die jongeren opriep om ‘op te treden tegen alle pogingen die de eenheid en de stabiliteit van het land bedreigen’.

Voorafgaand aan de 'affaire van de vlag’, zoals Tunesische media het incident bestempelden, hield een groep salafistische studenten de letterenfaculteit van La Manouba wekenlang bezet. Ze eisen een gebedsruimte en willen dat de universiteit het dragen van een niqaab door vrouwelijke studenten toestaat. De decaan van de universiteit weigert de eis van de gelovige studenten in te willigen en wordt daarin gesteund door een groep academici en artiesten.

** **** Verdeeldheid**

Medium tunesie1c

De affaire van de vlag legt de tegenstellingen in de Tunesische maatschappij bloot. Waar ruim een jaar geleden nog eensgezindheid heerste over het omverwerpen van de dictatuur wordt nu het contrast tussen conservatieve en progressieve Tunesiërs duidelijk. Conservatieve moslims, onderdrukt tijdens het oude regime, eisen hun plaats op in de Tunesische samenleving. Veel progressieve Tunesiërs zien de opkomst van de islam als een bedreiging.

De verdeeldheid tussen progressieve en conservatieve Tunesiërs over de rol van het geloof in de samenleving lijkt vooral te groeien sinds de eerste democratische verkiezingen van oktober 2011. De islamistische beweging Ennahdha werd toen, tot verbazing van velen, met 89 van de 217 zetels de grootste politieke partij in de Tunesische Assemblée Nationale Constituante. De partij vormt een coalitie met het centrum-linkse Congres voor de Republiek (CPR) en het sociaal-democratische Ettakatol. De belangrijkste taak van dit overgangsparlement is het schrijven van een nieuwe grondwet, die de basis moet gaan vormen voor de democratische hervormingen in het land.

Sharia

In de totstandkoming van de nieuwe grondwet speelt de positie van het geloof een grote rol. Hoewel Ennahdha zich bij de verkiezingen presenteerde als gematigd nam de partij een tijdlang geen duidelijk standpunt in over een mogelijke invoering van de sharia. Ultraconservatieve moslims eisten in een serie manifestaties dat in de grondwet een verwijzing naar de islamitische wetgeving zou worden opgenomen. Een grondwetsvoorstel, dat onder meer gepubliceerd werd in een aan Ennahdha gelieerde krant, verwees naar de sharia als bron van formeel recht.

Het grondwetsvoorstel leidde tot veel ophef onder maatschappelijke organisaties en linkse oppositiepartijen, die het zagen als een bedreiging voor de rechtsstaat en de met de revolutie verworven vrijheden. Ook onder rechtsgeleerden zorgde het voorstel voor debat. Jinan Limam is juriste en gespecialiseerd in staats- en publiekrecht. 'In Tunesië wordt religie al gebruikt als bron van materieel recht: om de inhoud van een rechtsnorm te herleiden. In artikel 1 van de grondwet staat dat de religie van Tunesië de islam is’, zegt Limam. 'Maar verwijzen naar de sharia als bron van formeel recht is iets heel anders. Het zou betekenen dat religieuze normen gelijk komen te staan aan wetten. Terwijl religie op allerlei verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden.’ Die interpretatie werd in het voorstel bovendien niet aan de rechter, maar aan een religieuze instantie overgelaten.

Uiteindelijk wist Rached Ghannouchi, politiek leider van Ennahdha, de gemoederen enigszins te bedaren door te verklaren dat de partij voornemens was het huidige artikel 1 van de grondwet ongewijzigd te laten en niet te willen sleutelen aan de bestaande formulering. De partij wil, zoals ook in het verkiezingsprogramma stond, bewijzen dat democratie en islam samengaan. Bovendien zou Ennahdha volgens Ghannouchi niet willen bijdragen aan de verdeeldheid in de samenleving.

Het voorstel om de sharia in de grondwet op te nemen, lijkt dus met een sisser af te lopen. Al laat volgens juriste Limam ook de formulering van artikel 1 veel ruimte voor interpretatie: 'Als je teruggaat naar 1959, het jaar van de totstandkoming van de bepaling, waren er ook toen hevige debatten tussen conservatieven enerzijds en de modernistische stroming van de toenmalige president Bourguiba anderzijds. Uiteindelijk heeft Bourguiba met zijn beleid een modernistische invulling gegeven aan het eerste artikel van de grondwet. Ook de huidige regering kan ervoor kiezen het artikel naar zijn eigen ideologie in te vullen.’

Hervormingen

Behalve aan een nieuwe grondwet werkt Tunesië aan hervormingen van een aantal belangrijke sectoren. Na de jarenlange dictatuur zijn ingrijpende veranderingen nodig om een onafhankelijke justitie en rechtspraak en vrije media te garanderen.

Néji Bghouri, een kritische journalist, maakt zich gezien het gepolariseerde klimaat zorgen over het tempo waarin de overheid die hervormingen doorvoert. Bghouri is lid van INRIC, een instantie die in samenspraak met media, vakbonden en internationale organisaties voorstellen doet aan de regering met als doel de pluriformiteit en de vrijheid van de Tunesische media te garanderen. 'Al in november 2011 werden aan de regering twee nieuwe mediawetten voorgelegd, maar de overheid past deze nog niet toe. Dat brengt in deze transitieperiode risico’s met zich mee voor de vrijheid van meningsuiting’, zegt Bghouri.

Medium cover of attounisia

In deze context van rechtsonzekerheid speelde onder meer de controversiële strafzaak tegen uitgever Nasreddine Ben Saida van de krant Attounisia. Het dagblad publiceerde in februari op de voorpagina de foto van een bekende Tunesische voetballer die een naakt model in zijn armen houdt, waarop een aanklacht volgde vanwege schending van de goede zeden en verstoring van de openbare orde. De uitgever van de krant werd, na een aantal dagen in voorarrest te hebben gezeten, veroordeeld tot het betalen van een boete. Eind maart veroordeelde een rechtbank in de kustplaats Mahdia twee mannen zelfs tot zeven jaar gevangenisstraf voor het publiceren van spotprenten van de profeet Mohammed op Facebook, op grond van hetzelfde artikel 121 van het Wetboek van Strafrecht.

Volgens Amnesty International had de rechter dit artikel niet mogen gebruiken, omdat daarmee de nieuwe mediawetgeving omzeild wordt. Amnesty waarschuwt voor een 'multiplicatie van aanvallen op de vrijheid van meningsuiting uit naam van de verdediging van de openbare orde en religie’.

Dialoog

In een interview met de Franse krant Le Monde zegt interim-president Moncef Marzouki zich te verbazen over de ontwikkelingen in de samenleving. 'Ik dacht Tunesië te kennen, maar besef dat dat niet zo is. Tunesië is een klein land, maar heel erg verdeeld.’ In het interview zegt Marzouki zijn rol, die nog niet helemaal duidelijk is in afwachting van de nieuwe grondwet, vooral op te vatten als die van bemiddelaar.

Een bemiddelende rol kan ook worden gespeeld door het maatschappelijk middenveld, dat sinds de val van het dictatoriale regime een enorme ontwikkeling doormaakte. Volgens IFEDA, een studie- en documentatiecentrum voor verenigingen, zijn er sinds januari 2011 maar liefst 1700 organisaties opgericht.

Democracy Reporting International (DRI) ondersteunt een aantal Tunesische organisaties uit het maatschappelijk middenveld in hun deelname aan de constitutionele hervormingen. De internationale organisatie houdt onder meer bijeenkomsten en publiceert documenten ten behoeve van deze organisaties en de leden van de grondwetgevende vergadering. Directeur Geoffrey Weichselbaum_:_ 'Wij werken met organisaties uit het gehele politieke spectrum, zowel met degene die worden gezien als conservatief als met organisaties die worden bestempeld als modernistisch. Dat biedt een mogelijkheid om de dialoog aan te gaan en om stereotypen over en weer weg te nemen.’

Weichselbaum ziet potentieel voor de participatie van maatschappelijke organisaties in de totstandkoming van de grondwet: 'Ik denk dat er onder de leden van de grondwetgevende vergadering waar we mee werken overeenstemming is dat deze participatie van het publiek zijn waarde heeft. Men is bezig een grondwet te creëren die voor de komende decennia goed moet zijn. De grondwet moet daarom legitiem zijn en door zoveel mogelijk mensen geaccepteerd worden. Het proces om daartoe te komen is net zo belangrijk als het resultaat.’

Identiteit

Vergeleken met andere landen die een Arabische lente beleefden, is Tunesië nog steeds het meest ver in het proces van democratische transitie. Toch gaat dat proces niet zonder horten of stoten en is het land hard op zoek naar een nieuwe identiteit. De komende maanden zijn beslissend voor de mate waarin de verschillende ideeën over de inrichting van de Tunesische samenleving invloed zullen hebben op de hervormingen en de nieuwe grondwet.

De coalitiepartijen gaven zichzelf in eerste instantie een jaar de tijd om de grondwet te herzien en daarna nieuwe verkiezingen te houden. Die periode is inmiddels met een half jaar verlengd en volgens de laatste berichten zullen in het voorjaar van 2013 opnieuw verkiezingen worden uitgeschreven. Deze verkiezingen moeten, ruim twee jaar na de Jasmijnrevolutie, definitief uitwijzen wat de koers wordt van het nieuwe Tunesië.


Foto’s via Flickr (parlement, vlag)