Tunesiërs remigreren met subsidie

Tunis – ‘Ga niet! De overtocht is ontzettend gevaarlijk en het leven in Europa is zonder papieren erg zwaar.’ Ali Mcharek (46) zegt het bijna dagelijks tegen zijn vrienden in het koffiehuis van Zarzis, een stadje aan de oostkust van Tunesië.

In 2011 moest het hotel waar Mcharek als ober werkte de deuren sluiten omdat na de revolutie de toeristen wegbleven. Politie en kustwacht waren nog nauwelijks actief en ruim veertigduizend Tunesiërs maakten van de gelegenheid gebruik en namen illegaal de boot naar Italië. Hij besloot ook te gaan, woonde vier jaar bij zijn broer in Parijs en werkte als groenteboer.

Het werd een grote teleurstelling. ‘Als je er al in slaagt om werk te vinden, merk je dat je niet genoeg verdient en dat je moet gaan stelen of drugs verkopen om te kunnen eten.’ Toen hij hoorde van de mogelijkheid om met een gift van de EU een eigen bedrijfje te beginnen, besloot hij terug naar huis te gaan. Met 6.400 euro steun kon hij een eenvoudige frisdrankhandel beginnen. Inmiddels hebben 230 Tunesiërs gebruik gemaakt van deze optie. ‘Hier verdien ik ook te weinig. Het is crisis, dus ik verkoop maar weinig. Maar ik hoef tenminste niet bang te zijn dat de politie me oppakt en ik ben bij mijn vrouw en kinderen.’

Nog altijd dromen veel Tunesische jongeren over Europa. Ze zijn werkloos en ’s zomers zien ze de Tunesiërs uit Europa in dure kleren en mooie nieuwe auto’s op familiebezoek komen. De meeste Tunesiërs die het lukt de risicovolle oversteek te maken, worden echter direct teruggestuurd.

‘Ik heb geluk gehad’, zegt Ali Boujlida (24). ‘Verschillende vrienden zijn verdronken tijdens de overtocht.’ Zes maanden zwierf hij door Europa en sliep hij in parken. Af en toe had hij een slecht betaald baantje in een restaurant. Toen had hij het wel gezien.

‘Het was een avontuur, maar het leven ging me daar te snel. Het is niet mijn land, ik voelde me er niet op mijn gemak’, vertelt hij terwijl hij de veertig schapen laat zien die hij van het geld van de EU kocht. Ze staan in een schuurtje voor het huis van zijn familie.

Toch klinkt er ook enige spijt door in zijn stem. Een van zijn broers is nog in Frankrijk en slaagde erin te trouwen en papieren te krijgen. ‘Hij heeft nu een goed leven.’