De geboorte van een moslim-democratie

‘Tunesiërs zijn hedonisten’

‘Welkom in Tunistan’, morden seculieren na de verkiezingsoverwinning van de islamitische Ennahda-partij in Tunesië. Anderen zien de partij niet als een bedreiging.

TUNIS - Verkiezingsavond op het hoofdkwartier van de Progressieve Democratische Partij (PDP). De bureaus zijn aan de kant geschoven en op televisieschermen volgen groepjes kaderleden en campagnemedewerkers gespannen de binnendruppelende uitslagen. De seculier-linkse partij van Nejib Chebbi stond in de peilingen lange tijd tweede, maar aan de Avenue Bourguiba is men er niet helemaal gerust meer op dat deze plaats ook echt zal worden waargemaakt. De PDP trok in de campagne fel van leer tegen de Ennahda-partij, de huizenhoge favoriet. In spotjes die weinig aan de verbeelding overlieten werd de islamitische partij van Rached Ghannouchi de afgelopen maanden afgeschilderd als een levensgevaarlijke bedreiging voor de erfenis van president Habib Bourguiba, de grondlegger van het moderne Tunesië.
Een van de spotjes toont een kordate moderne vrouw die vreest dat ze haar baan zal kwijtraken aan een man. Een ander campagnespotje laat een ober zien in een leeg restaurant aan een verlaten strand. In weer een ander spotje troost een vrouw met een hoofddoek haar kinderen en klaagt dat haar man haar heeft verlaten en nu vier andere vrouwen wil. De boodschap was duidelijk: dit staat er te gebeuren wanneer Ennahda aan de macht komt.
Ook op verkiezingsavond is de kritiek niet van de lucht. ‘Ze hanteren een dubbel discours’, zegt Iyed Dhamani, kandidaat van de PDP in het kiesdistrict Siliana, terwijl hij krachtig aan zijn sigaret trekt. 'Het bekende verhaal: gematigd naar de buitenwacht; fundamentalistisch naar de achterban.’
'Ennahda heeft een nogal dubieus verleden’, verklaart Samy Ghorbal, de speechschrijver van Chebbi, het wantrouwen. 'Ze zeggen dat ze zijn geëvolueerd, maar ik vang net te veel signalen op waaruit blijkt dat het nog lang geen democratische partij is. Wanneer Ghannouchi zich terloops laat ontvallen dat hij een nieuwe revolutie zal ontketenen indien de einduitslag hem niet bevalt bijvoorbeeld.’ Dit zei Ghannouchi niet. Hij zei dat hij niet zou aarzelen de straat op te gaan wanneer zou blijken dat er gefraudeerd is. Samy Ghorbal gaat verder: 'Op verkiezingsbijeenkomsten wordt gezegd dat je geen goede moslim bent zodra je niet op Ennahda stemt. Wat is dat voor onzin, alsof ik zelf geen moslim ben!’
Ook wijst Ghorbal op de onverkwikkelijke gebeurtenissen die volgden op de recente uitzending van de bekroonde film Persepolis van de Iraanse cineaste Marjane Satrapi. Orthodoxe salafisten, razend vanwege de verbeelding van Allah, bestormden het huis van de directeur van Nessma TV, de privé-zender die het gewaagd had de film uit te zenden. Ghannouchi veroordeelde dit geweld, maar stelde tegelijk dat er grenzen waren die niet zomaar mochten worden overschreden. 'Wat bedoelt hij daarmee te zeggen?’ schampert Ghorbal. 'Dat er grenzen zijn aan de vrijheid van expressie? Dát soort signalen bedoel ik dus.’
Rond middernacht begint zich een duidelijke trend af te tekenen. De stemming op het hoofdkwartier van de PDP slaat definitief om in mineur. 'Welkom in Tunistan’, probeert Dhamani nog. Erom lachen kan hij niet. Zijn partij zal waarschijnlijk eindigen als vierde; Ennahda daarentegen kan rekenen op veertig procent van het electoraat en is zo met afstand de grootste partij van Tunesië.
De ironie van de geschiedenis: aanhangers van Ennahda speelden amper een rol tijdens de revolutie die in januari dit jaar een einde maakte aan het dictatoriale bewind van president Zine El Abidine Ben Ali. De protestbeweging was nationaal en seculier; de groene vlag van de islam viel nergens te bekennen. En toch gaat de partij er nu met de buit vandoor.
Overigens bestond er voor de aarzeling om zich bij de protesten aan te sluiten wel enige aanleiding. Van alle opposanten werden de leden van het in 1981 opgerichte Ennahda (Wedergeboorte) onder het regime van Ben Ali het hardst vervolgd. Bij zijn aantreden was Ben Ali hen niet eens slecht gezind. Maar dat veranderde in 1989, toen het erop leek dat Ennahda een grote verkiezingszege zou halen bij de door Ben Ali uitgeschreven verkiezingen. Onder het voorwendsel van de strijd tegen moslimextremisme werd de partij uiteindelijk uitgesloten van deelname en vervolgens verboden.
Na een reeks incidenten, in het bijzonder de brandstichting door Ennahda-jongeren op een kantoor van Ben Ali’s partij RCD, waarbij twee bewakers omkwamen, besloot het regime begin jaren negentig de duimschroeven flink aan te draaien. Tienduizenden aanhangers werden opgepakt en achter de tralies gezet. In binnen- en buitenland kon Ben Ali rekenen op steun voor zijn harde aanpak. Hij hoefde maar naar buurland Algerije te wijzen, waar moslimextremisten gedurende de jaren negentig een ware slachting onder de burgerbevolking aanrichtten.
Dat Ennahda een milde vorm van islamisme voorstond en zich uitsprak voor pluralisme en democratie mocht weinig baten. Gedurende twintig jaar zou Ben Ali de partij afschilderen als ware zij het absolute kwaad. Veel Tunesiërs wreven zich dan ook de ogen uit toen Ghannouchi eind januari dit jaar vanuit zijn ballingschap in Londen terugkeerde en opvallend gematigde taal bleek uit te slaan. Hij pleitte voor individuele vrijheid, gelijke rechten voor mannen en vrouwen en bezwoer de overwegend seculiere grondwet te zullen respecteren.
Dit was te mooi om waar te zijn. Tegenstanders riepen op tot waakzaamheid en loerden op een kans om de grote boze wolf van zijn schaapsvacht te ontdoen. Helemaal toen de gematigde islam die hij bepleitte bleek aan te slaan bij de Tunesiërs, en Ennahda in de peilingen omhoogschoot.
'Het is the business of fear’, schamperde Ghannouchi (70) toen ik hem afgelopen voorjaar opzocht in zijn huis even buiten Tunis. 'Mijn partij zou een gevaar zijn voor de stabiliteit van het land, de positie van de vrouw, de goede relaties met het Westen, het toerisme en ga zo maar door. Maar anders dan de salafisten pleit ik helemaal niet voor de restauratie van het kalifaat. Dat zou ook niet in de geest van de Tunesische revolutie zijn, die werd gevoerd uit naam van vrijheid en rechtvaardigheid.’
Ennahda kwam voort uit de islamistische beweging die Ghannouchi in de jaren zeventig oprichtte met een aantal geestverwanten en die aanvankelijk geïnspireerd was op de Egyptische moslimbroederschap. Maar hij zocht actief naar een vorm die in overeenstemming was met het tolerante karakter van de Tunesische samenleving. 'Ennahda beoogt een burgerpartij te zijn met een islamitische referentie’, zegt hij nu. 'Maar ons uitgangspunt blijft dat de staat geen waarden aan de samenleving mag opleggen.’
Volgens Ghannouchi - een in moslimkringen gezaghebbend theoloog wiens denken in de jaren negentig een belangrijke inspiratiebron was voor de Turkse AK-partij van Recep Erdogan - deed Ben Ali dat juist niet toen hij vrouwen in overheidsdienst verbood een hoofddoek te dragen. 'Ik vind dat iedereen dat zelf moet weten, het is privé. Dat geldt voor wat je draagt, maar ook voor wat je drinkt’, stelde Ghannouchi toen en dat herhaalde hij sindsdien ettelijke malen. Verreweg de meeste vrouwelijke aanhangers van zijn partij dragen een hoofddoek. Het neemt niet weg dat Souad Abdel Rahim, de vrouwelijke lijstaanvoerder van Ennahda in het kiesdistrict Tunis, haar roodgeverfde haren gewoon laat wapperen en met haar strak gesneden jasjes en trendy zonnebril op geen enkele manier aan het stereotype voldoet.

HET PARTIJKADER mag gematigd zijn, de achterban in het conservatieve en verwaarloosde Tunesische achterland is dat niet, zo klinkt de waarschuwing. Deze achterban zou streven naar een verregaande islamisering van de Tunesische samenleving. 'Dat streven, voor zover het al bestaat, is net zo gedoemd als de eis van gestaalde seculieren die vinden dat Tunesië een scheiding tussen religie en staat à la Française zou moeten doorvoeren’, zegt de vooraanstaande Tunesische journalist Soufiane Ben Farhat. 'Tunesië bezit een sterke islamitische identiteit én een eeuwenoude traditie van openheid, tolerantie en gematigdheid. Het overgrote deel van de Tunesiërs voelt zich daar prima bij en Ennahda zal daar nooit aan durven morrelen, want ze weten dat dat niet wordt gepikt.’
Het is maandagmiddag en in de vip-ruimte van Shems FM, een van de best beluisterde radiozenders van het land, is het een komen en gaan van politieke prominenten. Allemaal willen zij in de studio van Ben Farhat hun zegje doen over de voorlopige uitslag. Daar sipt de bekende mensenrechtenactiviste Radhia Nasraoui aan haar koffie. En daar maakt Moncef Marzouki, de leider van de centrum-linkse Congrespartij, een praatje met de regisseur. Zijn partij zal waarschijnlijk als tweede uit de bus komen. Inmiddels voert hij coalitiebesprekingen met Ennahda.
Ben Farhat zelf is alomtegenwoordig in het Tunesische publieke debat. Naast zijn dagelijkse uitzending op Shems FM leidt hij een wekelijkse politieke talkshow op de publieke televisie en schrijft hij drie keer in de week een gezaghebbende column in de Franstalige krant La Presse. 'En zelfs buiten die traditie van tolerantie en gematigdheid zijn er buffers genoeg’, vervolgt hij tussen twee uitzendingen door. 'Denk bijvoorbeeld aan het juridische corpus - de eerste Tunesische grondwet dateert uit 1861! Of aan het seculiere onderwijs. Tunesiërs peinzen er niet over hun kind naar een islamitische school te sturen. Eind augustus, bij het aflopen van de Ramadan, werd er massaal wijn ingeslagen. Tunesiërs zijn een volk van hedonisten. Denk maar niet dat we ons zulke pleziertjes laten ontzeggen.’
Volgens Ben Farhat neemt dat niet weg dat de Tunesiërs tegelijk onverminderd hechten aan hun moslimidentiteit. Recente pogingen van seculiere partijen als de PDP om de tegenstelling tussen henzelf en Ennahda nog eens extra aan te zetten hebben daardoor naar zijn idee een averechts effect gehad. 'Dat bleek wel uit die hele affaire rond Nessma TV en de uitzending van Persepolis’, licht hij toe. 'De PDP riep dat dat gewoon moest kunnen en hekelde de reserves van Ghannouchi. Maar ze beseften niet dat ook veel gewone Tunesiërs zich erdoor geschoffeerd voelden. Die dachten juist: “Hé, mijn identiteit wordt op de korrel genomen. Dan ga ik maar stemmen op Ennahda.” Marzouki begreep dat juist heel goed. Niet voor niets heeft hij de afgelopen maanden steeds geweigerd een kant te kiezen in het schijndebat tussen overtuigde moslims en gestaalde seculieren. Hij realiseerde zich dat die scheidslijn in Tunesië nu eenmaal niet zo eenvoudig is te trekken.’
Hoe gematigd Ennahda werkelijk is, kan volgens Ben Farhat alleen de toekomst uitwijzen. 'Toch zie ik de partij geenszins als een bedreiging. Sterker nog, ik zie haar deelname aan vrije verkiezingen als een enorme kans. Daarin sta ik niet alleen, want ook vanuit Parijs en Washington volgt men Ennahda met meer dan gewone belangstelling. In het Westen waren democratie en de godsdienst lange tijd onverenigbaar. Maar op de ruïnes van de Tweede Wereldoorlog kreeg een christen-democratie gestalte. Deze verkiezing is historisch omdat zij wel eens de geboorte van de eerste moslim-democratie in de Arabische wereld zou kunnen inluiden.’