Tunesisch museum mist bezoekers

Tunis – Ruim een jaar na de bloedige aanslag op het Bardo-mozaïekmuseum in Tunis zijn de medewerkers nog steeds van slag. Een van de suppoosten wijst op de kogelgaten in de muur. ‘We zien de sporen elke dag, dus het is moeilijk om er niet aan te denken.’ Directeur Moncef Ben Moussa wil de gaten laten zitten: ‘Het is deel van de geschiedenis van dit museum’.

Op 18 maart 2015 schoten twee Tunesiërs hier 21 toeristen en een politieman dood na training bij Islamitische Staat in Libië. De gevolgen voor het toerisme en de economie waren groot. Het aantal museumbezoekers nam met negentig procent af tot zestigduizend. Vooral buitenlandse toeristen blijven weg.

De beveiliging lijkt verbeterd. Er worden nu metaaldetectors gebruikt en het personeel werpt een (vluchtige) blik in tassen. Opmerkelijk genoeg staat de detectieapparatuur uit. ‘Er kwam een zwangere vrouw langs’, legt het hoofd beveiliging uit. Een leugen, hij werkt al maanden niet, vertellen een paar kassamedewerkers. ‘Ik heb er wat van gezegd’, reageert de directeur, ‘maar het valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken.’ Beveiliging is niet alles, benadrukt hij. ‘Kijk naar Parijs en Brussel. Als terroristen willen, vinden ze een manier.’

Veel medewerkers voelen zich aan hun lot overgelaten. ‘Elke dag denk ik nog aan dat bloed en de dode mensen’, zegt suppoost Ala Eddine Hamdi (23). Over dat de politie hem voor een terrorist aanzag, hij 24 uur vastzat en geslagen werd, is hij niet boos. Wel over het feit dat niemand hem heeft bedankt voor het redden van een groep Franse toeristen. Een vast contract is naar zijn mening wel op zijn plaats, want nu werkt hij zwart voor maar 75 euro per maand, terwijl collega’s 200 of 267 euro krijgen. ‘Ik ga mezelf in brand steken bij de herdenkingsceremonie als ze me niet helpen’, zegt hij, ‘en een tweede revolutie veroorzaken.’

Van de psychologische hulp die het ministerie van Gezondheid na de aanslag aanbood, maakten weinig medewerkers gebruik. ‘Er kwam een keer een dokter en die zei: zullen we elkaars handen vasthouden en samen gaan huilen’, vertelt suppoost Lasad Bouali (44) lachend. ‘Je kon ook naar een ziekenhuis voor psychiatrisch gestoorden, maar ik ben misschien een beetje getraumatiseerd, maar niet gek. Na een paar biertjes met mijn vrienden ging het wel weer.’ De medewerkers hopen hoe dan ook dat de toeristen weer terugkomen. ‘Terrorisme heb je overal’, benadrukken ze.