Tunis – President Kais Saied wilde geen coup plegen. Maar hij had geen andere keus, vindt promovendus sociologie Khalil Abbess (33) in een rustig café in het vlak bij Tunis gelegen kustplaatsje Salambo. ‘Er waren talloze anti-regeringsdemonstraties en het conflict met Ennahda (de grootste regeringspartij) bleek onoplosbaar.’

Eind juli kondigde het staatshoofd daarom op tv aan het parlement te schorsen, de premier naar huis te sturen en zelf de leiding te nemen over de regering en het Openbaar Ministerie. Of dit van de grondwet mocht, zoals Saied beweerde, boeit maar weinig Tunesiërs; 87 procent van de bevolking staat achter de president, volgens een peiling. Dus was het geen coup, zegt Abbess: ‘Mensen vroegen hierom. Zie jij ergens soldaten of geweren?’ De dertiger gebaart naar de grote ramen, die uitzicht bieden op het terras en een gemoedelijk pleintje. Op straat en op de sociale media is de sfeer eerder opgelucht en enthousiast dan angstig of onzeker.

Sommigen vergelijken de sfeer met de ‘nu is alles mogelijk’-stemming van kort na de revolutie van 2011. De ‘politieke klasse’ – het parlement en de regering – wordt net zo gehaat als destijds het dictatoriale regime. Buitenstaanders snappen de frustraties en teleurstellingen niet, vinden vooral jongeren. Geïrriteerd door het onbegrip bij internationale media publiceerde het activistische platform Nawaat twee blogs: ‘Tunesië en de verouderde westerse politieke verbeelding’ en ‘Wij maken de feiten mee. Tunesië is ons land en wij wonen er.’ Hierin legt hoogleraar Tarek Kahlaoui uit dat Saied ‘de democratie een tweede kans geeft’. Een groep jonge intellectuelen richtte de ‘25 juli denktank’ op. Zij willen meehelpen met het oplossen van problemen zoals de jeugdwerkloosheid, vertelt de jonge econoom Kebaier Nadhmi. ‘Saied neemt jongeren serieus, dat liet hij tijdens de verkiezingscampagne zien.’

‘Het is een avontuur, een ander democratisch tijdperk’, zegt Abbess in het café. Het is niet dat we het risico van een terugkeer van de dictatuur niet zien, vult een bezoeker hem aan. ‘Maar wij zijn voor honderd procent bereid het risico te nemen.’

Ondertussen lijkt de president wel steun maar geen plan te hebben. Nog steeds zit het land zonder premier en regering. Stapje voor stapje, door iemand te benoemen of juist te ontslaan, vergroot Saied zijn grip op belangrijke instellingen als het veiligheidsapparaat of de corruptiewaakhond. Over heropening van het parlement of nieuwe verkiezingen heeft hij met nog geen woord gerept. ‘Deze transitie kan wel anderhalf jaar duren’, voorspelt Kahlaoui.