Tunesische straatverkopers verlangen naar een tweede lente

Tunis – ‘Hoeveel kosten deze wortels?’ vraagt een vrouw aan Abdessalam Bouazizi (31). Hij verkoopt al twintig jaar groente en fruit in het stoffige stadje Sidi Bouzid, zo’n driehonderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad Tunis.

Vroeger deed hij dat samen met zijn 26-jarige neef Mohamed Bouazizi. Totdat deze zich op 17 december 2010 voor het provinciehuis met benzine overgoot en er een aansteker bij hield. Eerder die dag had de politie voor de zoveelste keer een steekpenning geëist en zijn fruit in beslag genomen.

Een monument van een stenen fruitkar en een enorme afbeelding van de verkoper herinneren aan de gebeurtenissen waarmee de Arabische lente begon. Op 4 januari overleed Mohamed Bouazizi aan zijn verwondingen en op 14 januari vluchtte president Ben Ali naar Saoedi-Arabië. De hoofdstraat waar het allemaal gebeurde heet nu Mohamed Bouazizi Avenue in plaats van Rue 7 Novembre 1987 naar de dag dat de dictator aan de macht kwam.

Tunesië staat bekend als het enige succesverhaal van de Arabische lente, maar veel Tunesiërs zijn teleurgesteld over wat er terecht is gekomen van hun dromen. ‘Ik heb er spijt van dat ik mee heb gedaan aan de demonstraties’, verzucht Bouazizi. Hij krijgt net als andere familieleden vaak boze reacties van mensen die niet blij zijn met de gevolgen van de daad van zijn neef. Sinds de revolutie zijn de kosten van levensonderhoud gestegen, is er meer werkloosheid en zijn er verschillende aanslagen gepleegd. Mohameds moeder en zus zijn inmiddels naar Canada geëmigreerd.

Politieagenten eisen nog altijd ‘belasting’ van de straatverkopers, of nemen spullen in beslag. Zo werd Abdessalams weegschaal onlangs in beslag genomen, evenals vijf dozen bananen van zijn collega. ‘Als je gaat klagen op het bureau word je gearresteerd’, vertellen ze.

Even verderop doet Wahid Slimani (28) achter zijn kraampje een paar tomaten in een plastic zak. ‘Vroeger verkochten we meer’, zegt hij. ‘Toen hadden mensen meer te besteden.’ Over de vraag of er wat verbeterd is de afgelopen jaren moet hij lang nadenken. ‘We kunnen nu meer zeggen dan vroeger’, zegt hij tenslotte. ‘Zelfs de president kunnen we bekritiseren.’

Zijn collega, die met een groot mes een pompoen aan het snijden is, merkt op dat er wel pas weer iemand opgepakt is die een grap over de president op Facebook had gezet. ‘We hebben nog een revolutie nodig, want de oude kliek rond Ben Ali heeft het nog steeds voor het zeggen’, concluderen ze.